Translation of "Que" in Dutch

0.027 sec.

Examples of using "Que" in a sentence and their dutch translations:

Pensé que tenía que hacerlo.

Ik vond dat ik dat moest doen.

Dijo que temía que lloviera.

Hij zei te vrezen dat het zou regenen.

Sabía que tenía que venir.

Ik wist dat ik moest komen.

Algo que hay que tomar en cuenta es que,

Een belangrijke ding om in acht te nemen...

- Sé que sabes que lo sé.
- Yo sé que vos sabés que yo sé.

Ik weet dat je weet dat ik het weet.

Te sugiero que esperes a que Tom te diga lo que tienes que hacer.

Ik stel voor dat je wacht tot wanneer Tom zegt wat je moet doen.

De que no hay que esperar que te paguen nada.

...dat ze iets terugbetalen.

Es más importante lo que eres que lo que tienes.

Wie je bent is belangrijker dan wat je hebt.

- Tenemos que hacer economías.
- Tenemos que economizar.
- Tenemos que ahorrar.

- Wij moeten bezuinigen.
- Wij moeten besparen.

- ¡Que te mejores!
- ¡Que te mejores pronto!
- ¡Que se mejore!

Word snel beter!

Es más feliz el que da que el que recibe.

- De gever is gelukkiger dan de nemer.
- Gelukkiger is de gever dan de krijger.
- Het is beter te geven dan te ontvangen.
- Het is zaliger te geven dan te ontvangen.

Pero sabemos que tenemos que hacerlo,

Maar we weten dat we dit moeten oplossen,

Lo que hace que te preguntes:

Waardoor je je afvraagt:

Así que hay que ser ingenioso.

Dus moet je vindingrijk worden.

Es hora de que que dejar

We moeten nu eens stoppen

Que entiendan lo que está pasando.

Zodat zij begrijpen wat er gebeurt.

Así que fue lo que hicimos.

Dus dat was wat we deden.

Lo último que hay que hacer

Het laatste wat we moeten doen,

- Tengo que estudiar.
- Tengo que aprender.

- Ik moet studeren.
- Ik moet leren.

Sé lo que tengo que hacer.

- Ik weet wat te doen.
- Ik weet wat ik moet doen.

- Tengo que pensarlo.
- Tengo que pensármelo.

Ik moet erover nadenken.

- Tengo que repararlo.
- Tengo que arreglarlo.

Ik moet het repareren.

que sabes que lo sé.

Ik weet dat je weet dat ik het weet.

Creo que ahora tengo que marcharme.

Ik denk dat ik nu moet weggaan.

Creo que ahora tenemos que irnos.

Ik denk dat we nu moeten gaan.

- Tenés que trabajar.
- Tienes que trabajar.

- Je moet werken.
- U moet werken.
- Jullie moeten werken.

Haz lo que haya que hacer.

Doe wat er gedaan moet worden.

Haz lo que tienes que hacer.

- Doe wat ge moet doen.
- Doe wat je moet doen.

Sabes lo que quiero que digas.

Je weet wat ik wil dat je zegt.

Pensé que querías que te ayudara.

- Ik dacht dat je wilde dat ik je hielp.
- Ik dacht dat u wilde dat ik u hielp.
- Ik dacht dat jullie wilden dat ik jullie hielp.

Hay algo que tengo que saber.

Er is iets dat ik moet weten.

- Tenemos que avisarle.
- Tenemos que advertirle.

We moeten hem waarschuwen.

- Tenés que escuchar.
- Tienes que escuchar.

Je moet luisteren.

¿Sabes lo que tienes que hacer?

Weet je wat je moet doen?

- Tengo que salir.
- Tengo que irme.

- Ik moet gaan.
- Ik moet ervandoor.

Hiciste lo que tenías que hacer.

Ge hebt gedaan wat ge moest doen.

- Tienes que ir.
- Tienes que irte.

Je moet gaan.

Supongo que detrás de cada cosa que tenemos que hacer, hay algo que queremos hacer...

Ik vermoed, dat achter alles wat we doen moeten, wel iets zit, wat we doen willen...

Creo que los chiste que cuenta Tom son más graciosos que los que cuenta Mary.

Ik denk dat de grappen die Tom vertelt grappiger zijn dan die van Mary.

- ¿Quiere que le diga lo que yo espero?
- ¿Quieres que te diga que estoy esperando?

Wilt u dat ik u zeg wat ik hoop?

- ¿Piensas que estoy gordo?
- ¿Pensáis que estoy gordo?
- ¿Pensáis que estoy gorda?
- ¿Crees que estoy gordo?
- ¿Piensas que estoy gorda?

- Vindt ge mij te dik?
- Denk jij dat ik dik ben?
- Vind je me te dik?

- ¿Entiendes lo que dice?
- ¿Entiende lo que dice?
- ¿Entendéis lo que dice?
- ¿Entienden lo que dice?
- ¿Entendés lo que dice?

Snap je wat hij zegt?

Que yo calculo que debe ser la principal ocupación que tiene.

Dat moet zijn grootste zorg zijn.

Eso significa que lo que hacemos ahora afectará lo que sucede

Dat betekent dat wat we nu doen beïnvloedt wat als volgende gebeurt,

- Yo creo que comprendí.
- Creo que lo entiendo.
- Creo que entiendo.

- Ik geloof dat ik het heb verstaan.
- Ik denk dat ik het snap.
- Ik denk dat ik het door heb.
- Ik denk dat ik het begrijp.
- Ik geloof dat ik het begrijp.

El dinero que tienes es más importante que el que tuviste.

- Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.
- Geld dat je hebt is belangrijker dan geld dat je had.

- Creo que necesitas comer más.
- Creo que tienes que comer más.

Ik vind dat je meer moet eten.

Lo que no tienes es mejor que lo que sí tienes.

Wat je niet hebt is beter dan wat je wel hebt.

- ¿Qué quieres que haga?
- ¿Qué quiere usted que haga?
- ¿Qué queréis que haga?
- ¿Qué quieren que haga?
- ¿Qué quiere que haga?
- ¿Qué querés que haga?
- ¿Qué quieres que yo haga?

- Wat wilt ge dat ik doe?
- Wat wil je dat ik doe?

- Le dije a ella lo que hay que hacer.
- Le dije lo que tenía que hacer.

Ik heb hem gezegd wat hij moest doen.

- Todo lo que hay que hacer es concentrarse.
- Todo lo que tienes que hacer es concentrarte.

Het enige wat je hoeft te doen, is je concentreren.

- Ojos que no ven, corazón que no siente.
- Corazón que no ve, corazón que no siente.

Uit het oog, uit het hart.

- Puede que lleves razón.
- Puede que tenga razón.
- Puede que tengas razón.
- Puede que tengáis razón.

Je zou wel eens gelijk kunnen hebben.

- Diles que me llamen antes de que se vayan.
- Que me llamen antes de que salgan.

- Zeg hen mij te bellen voordat ze vertrekken.
- Laat ze me bellen voordat ze vertrekken.

que crees que has entendido lo que pensabas que dije, pero no estoy seguro de si eres consciente de que lo que has oído no es lo que quería decir.

Ik weet dat je denkt dat je hebt begrepen wat je dacht dat ik gezegd heb, maar ik weet niet zeker of je je wel gerealiseerd hebt dat wat jij gehoord hebt niet is wat ik bedoelde.

Así que...

Dus ...

¿Cómo que?

Zoals?

¡Que broma!

Wat een grap!

¡Que belleza!

Wat een mooie!

Esto es lo que tenía que hacer.

Dit is waarom ik op aarde ben gezet.

que había tenido desde que era joven.

die zich had geopenbaard toen hij een jonge man was.

que producen residuos que son otras rocas.

en hun afvalproducten zijn weer andere rotsen.

Lo que evitó que corrieran más riesgos.

wat voorkwam dat ze meer risico's namen.

Espero que recuerden que es su decisión.

Vergeet niet dat het aan jou is.

¿Así que quieren que baje a rapel?

Oké, dus je wilt dat ik ga abseilen?

Y que no importa lo que hagamos.

en dat het niet uitmaakt wat we doen,

Ya que tenemos que cambiar las reglas.

de regels zullen moeten veranderen.

Espero que no tengamos que esperar mucho.

- Ik hoop dat we niet al te lang hoeven wachten.
- Ik hoop dat we niet te lang moeten wachten.

Eso sería algo que habría que programar.

Dat zou iets zijn wat ik zou moeten programmeren.

Esperaba que comprendieras lo que quise decir.

Ik hoopte dat je zou begrijpen wat ik bedoelde.

- Tengo que afeitarme.
- Me tengo que afeitar.

Ik moet me scheren.

¿Tú crees que me tengo que ir?

- Vind je dat ik weg moet?
- Vinden jullie dat ik weg moet?

- Creo que lo entiendo.
- Creo que entiendo.

- Ik denk dat ik het snap.
- Ik denk dat ik het begrijp.

Creo que lo que dijiste es verdad.

Ik geloof dat wat je gezegd hebt, waar is.

- Yo deseo que ocurra.
- Espero que ocurra.

Ik hoop dat het gebeurt.

Puede que vengan y puede que no.

Misschien komen ze, misschien komen ze niet.

Pienso que lo que dices es verdad.

Ik denk dat wat jij zegt waar is.

Parece que tengo que el número incorrecto.

- Ik heb zeker het verkeerde nummer.
- Het lijkt erop dat ik het verkeerde nummer heb.