Translation of "Voor" in French

0.027 sec.

Examples of using "Voor" in a sentence and their french translations:

- Voor jou?
- Voor u?
- Voor jullie?

- Pour toi ?
- Pour vous ?

voor rechten voor immigranten, voor het milieu,

pour les droits des immigrants, pour l’environnement,

- Voor altijd!
- Voor eeuwig!

À jamais !

Voor!

Pour !

Niet voor individuen, niet voor gezinnen,

Pour les individus, pour les familles,

Taak voor taak, dataset voor dataset,

fonction par fonction, jeu de données par jeu de données,

Allen voor één, één voor allen!

Tous pour un, un pour tous !

Eén voor allen, allen voor één.

Un pour tous, tous pour un.

- Goed voor jullie.
- Goed voor u.

- C'est bien pour toi.
- C'est bien pour vous.

- Alleen voor volwassenen.
- Enkel voor volwassenen.

- Réservé aux adultes.
- Pour adultes seulement.

- Wat heb je voor haar gekocht voor Kerstmis?
- Wat hebt u voor haar gekocht voor Kerstmis?
- Wat hebben jullie voor haar gekocht voor Kerstmis?

- Que lui avez-vous acheté pour Noël ?
- Que lui as-tu acheté pour Noël ?

- Heb je iets voor haar gekocht voor Kerstmis?
- Hebt u iets voor haar gekocht voor Kerstmis?
- Hebben jullie iets voor haar gekocht voor Kerstmis?

- Lui as-tu acheté quelque chose pour Noël ?
- Lui avez-vous acheté quelque chose pour Noël ?

Voor mij.

Preum's.

- Bedankt voor uw antwoord.
- Bedankt voor je antwoord.
- Bedankt voor jullie antwoord.
- Bedankt voor jouw antwoord.

- Merci de votre réponse.
- Merci de ta réponse.

- Voor wie werkt u?
- Voor wie werk je?
- Voor wie werken jullie?
- Voor wie werkt hij?

- Pour qui travailles-tu ?
- Pour qui travaillez-vous ?
- Pour qui travailles-tu ?

voor problemen waar de mensheid voor staat,

aux problèmes auxquels l'humanité fait face

Goed voor jezelf en voor het klimaat.

bons pour vous et bons pour le climat.

Voor kunst en voor liefde volstaat intuïtie.

En art comme en amour, l'instinct suffit.

- Komt voor de bakker.
- Komt voor elkaar.

- Considère ça comme fait.
- Considère ça comme réglé.
- Considérez ça comme réglé.

- Ik werk voor jou.
- Ik werk voor u.
- Ik werk voor jullie.

- Je travaille pour toi.
- Je travaille pour vous.

- Bedankt voor je hulp.
- Bedankt voor de hulp.
- Bedankt voor het helpen.

- Merci pour ton aide.
- Merci pour votre aide.

- Voor wie werkt u?
- Voor wie werk je?
- Voor wie werken jullie?

- Pour qui travailles-tu ?
- Pour qui travaillez-vous ?
- Pour qui travailles-tu ?

- Een cadeau voor jou.
- Een cadeau voor u.
- Een cadeau voor jullie.

- Un cadeau pour vous.
- Un cadeau pour toi.

- Wat goed is voor u, is goed voor mij.
- Wat goed voor jou is, is goed voor mij.

Ce qui est bon pour toi est bon pour moi.

- De meeste studenten bereiden zich voor voor de eindexamens.
- De meeste studenten bereiden zich voor voor het eindexamen.

La plupart des étudiants se préparent pour les examens finaux.

- Wat heb je voor Kerstmis voor je vriendin gekocht?
- Wat hebt u voor Kerstmis voor uw vriendin gekocht?

- Qu'as-tu acheté à ta copine, pour Noël ?
- Qu'avez-vous acheté à votre petite-amie, pour Noël ?

- Bedankt voor alles wat je voor me hebt gedaan!
- Bedankt voor alles wat u voor me hebt gedaan.

- Merci pour tout ce que vous avez fait pour moi.
- Merci pour tout ce que tu as fait pour moi.

“Macdonald voor Frankrijk”, werd er gezegd, “Oudinot voor het leger; Marmont voor vriendschap. "

«Macdonald pour la France», disait-on, «Oudinot pour l'armée; Marmont pour l'amitié.

- Bedankt voor de inlichting.
- Bedankt voor deze informatie!
- Dank u voor deze informatie!

- Merci pour l'information.
- Merci pour cette information !

- Dames voor alles!
- Dames eerst.
- Dames gaan voor.

Les femmes d'abord.

- Bedankt voor uw geduld.
- Bedankt voor je geduld.

Merci pour votre patience.

- Dat is genoeg voor vandaag.
- Genoeg voor vandaag.

- Assez pour aujourd'hui.
- C'est tout pour aujourd'hui.
- Ça suffit pour aujourd'hui.

- Insgelijks.
- Hetzelfde.
- Voor u ook.
- Voor u hetzelfde.

- Pareillement.
- Aussi.
- Également.
- Idem.

- Zorg goed voor uzelf!
- Zorg goed voor jezelf!

- Prends soin de toi !
- Prenez soin de vous !
- Faites bien attention !

Goed voor de dieren, goed voor de mensen.

Bon pour les bêtes, bon pour les gens.

- Pas op voor dieven.
- Let op voor dieven.

- Attention aux voleurs.
- Gare aux voleurs.
- Gare aux voleuses.
- Attention aux voleuses.

- Bedankt voor uw gastvrijheid.
- Bedankt voor jullie gastvrijheid.

Merci de votre hospitalité.

- Bedankt voor uw hulp.
- Bedankt voor je hulp.

Merci de votre assistance.

- Bedankt voor de inlichting.
- Bedankt voor de informatie!

Merci pour l'information.

- Ben je klaar voor Kerstmis?
- Bent u klaar voor Kerstmis?
- Zijn jullie klaar voor Kerstmis?
- Ben je klaar voor kerst?
- Bent u klaar voor kerst?
- Zijn jullie klaar voor kerst?

- Es-tu prêt pour Noël ?
- Es-tu prête pour Noël ?
- Êtes-vous prêt pour Noël ?
- Êtes-vous prêts pour Noël ?
- Êtes-vous prête pour Noël ?
- Êtes-vous prêtes pour Noël ?

- Ze waren bang voor je.
- Zij waren bang voor je.
- Ze waren bang voor u.
- Zij waren bang voor u.
- Ze waren bang voor jullie.
- Zij waren bang voor jullie.

- Ils te craignaient.
- Elles te craignaient.

Stel je voor:

Imaginez ça :

Voor het zenuwstelsel.

Au système nerveux.

Voor de duidelijkheid:

Que je sois claire :

Voor de buitenwacht

Pour le monde extérieur,

Stuk voor stuk.

Pas une seule n'est intacte.

Niet voor samenlevingen.

pour les sociétés.

Stap voor stap.

Pas à pas.

Bedankt voor alles.

Merci pour tout.

Enkel voor volwassenen.

Réservé aux adultes.

Loop voor me.

Marche devant moi.

Klaar voor november?

- Prêts pour novembre ?
- Prêt pour novembre ?

Bereid je voor.

- Prépare-toi !
- Apprête-toi !
- Préparez-vous !
- Apprêtez-vous !

Bedankt voor vandaag.

- Merci pour aujourd'hui.
- Merci beaucoup pour aujourd'hui.

Niet voor morgenmiddag.

Pas avant demain après-midi.

Voor geen goud!

Pas pour tout l'or du monde !

Schudden voor gebruik.

Agiter avant utilisation.

Zorg voor me.

- Prends soin de moi.
- Prenez soin de moi.

Dames voor alles!

Les dames d'abord !

Roep voor hulp.

- Demandez de l'aide.
- Demande de l'aide.

Goed voor jullie.

C'est bien pour vous.

Zorg voor Tom.

- Prenez soin de Tom.
- Prends soin de Tom.

Ga voor hulp.

Va chercher de l'aide !

Bedankt voor gisteravond.

- Merci pour la nuit dernière.
- Merci pour la soirée d'hier.

Duim voor mij!

- Croise les doigts pour moi !
- Croisez les doigts pour moi !

Loop voor mij!

Allez devant moi !