Translation of "Dat" in Turkish

0.035 sec.

Examples of using "Dat" in a sentence and their turkish translations:

- Check dat.
- Controleer dat.

Onu kontrol et.

- Alleen dat?
- Enkel dat?

Sadece bu mu?

- Is dat zo?
- Klopt dat?
- Is dat correct?
- Is dat juist?

O doğru mu?

- Neem je dat?
- Aanvaard je dat?
- Neemt u dat?
- Aanvaardt u dat?

Bunu alıcak mısın?

Nu dat, dat is echt.

Gerçek bu.

- Kan dat?
- Is dat mogelijk?

O mümkün mü?

- Dat werkte.
- Dat had gewerkt.

O, işe yaradı.

- Telt dat?
- Doet dat ertoe?

O sayıyor mu?

Ik denk dat dat werkt.

Sanırım bu işe yarar.

- Dat is genoeg.
- Dat volstaat.

- Yeterli.
- Bu yeterli.
- Bu kadarı yeterli.
- Yeter.

- Wist je dat?
- Wist u dat?
- Wisten jullie dat?

Onu biliyor muydunuz?

- Dat was vreemd.
- Dat was raar.
- Dat was gênant.

O sakardı.

- Dat klinkt eerlijk.
- Dat klinkt rechtvaardig.
- Dat klinkt fair.

Bu kulağa adil geliyor.

- Denk je dat?
- Denkt u dat?
- Denken jullie dat?

Öyle düşünüyor musun?

- Ik hoop dat we dat kunnen oplossen.
- Ik hoop dat we dat kunnen rechtzetten.
- Ik hoop dat we dat kunnen regelen.

Onu düzeltebileceğimizi umuyorum.

- Denk je echt dat ik dat kan?
- Denkt u echt dat ik dat kan?
- Denken jullie echt dat ik dat kan?

Bunu gerçekten yapabileceğimi mi düşünüyorsun?

- Vergeet dat nu maar!
- Vergeet dat nu meteen!
- Vergeet dat nu!
- Vergeet dat onmiddellijk!

Onu derhal unut.

- Hoe wist je dat dat zou gebeuren?
- Hoe wist u dat dat zou gebeuren?

Onun olacağını nasıl bildin?

Is een idee dat dat ontkent,

bunu inkâr eden zihniyet,

Dat betekent dat het goed brandt.

Bu iyi yanacağı anlamına geliyor.

Dat is goed. Dat naar beneden.

Tamam, bu iyi. Şunu indirelim.

Dat betekent dat meer mensen sterven.

daha fazla insanın ölebilecek olmasıdır.

- Wie denkt dat?
- Wie vindt dat?

Kim öyle düşünüyor?

- Dat is ongebruikelijk.
- Dat is ongewoon.

Bu sıradışı.

- Dat was onverwacht.
- Dat kwam onverwacht.

O beklenmiyordu.

- Dat is lachwekkend.
- Dat is grappig.

Bu çok komik.

- Herstel dat alsjeblieft.
- Herstel dat alstublieft.

Lütfen onu tamir et.

- Dat is verschrikkelijk.
- Dat is rampzalig.

O, yıkıcıdır.

- Dat zijn cadeaus.
- Dat zijn geschenken.

Onlar hediye.

- Dat is geweldig.
- Dat is verbazingwekkend.

O şaşırtıcı.

- Dat is geweldig!
- Dat is prima!

Bu harika!

Ik wil dat je dat weet.

- Senin bunu bilmeni istiyorum.
- Sizin bunu bilmenizi istiyorum.

- Dat klinkt mooi.
- Dat klinkt prachtig.

O güzel görünüyor.

- Is dat zo?
- Is dat waar?

Doğru mudur?

- Corrigeer dat alsjeblieft.
- Corrigeer dat alstublieft.

Lütfen onu düzelt.

- Dat klinkt fantastisch.
- Dat klinkt geweldig.

- O muhteşem görünüyor.
- O harika görünüyor.
- O, kulağa harika geliyor.

- Begrijp je dat?
- Snap je dat?

Onu anlıyor musun?

Ik denk dat dat dringend is.

O acil görünüyor.

- Dat snappen we.
- Dat begrijpen we.

Onu anlıyoruz.

- Dat is vreemd.
- Dat is raar.

- Bu acayip.
- Bu tuhaf.
- Tuhaf.

Ik denk dat dat verschrikkelijk is.

Sanırım o berbat.

- Maakt dat uit?
- Doet dat ertoe?

O önemli mi?

- Ze willen dat.
- Dat willen ze.

Onlar onu istiyor.

- Stoort dat u?
- Stoort dat jullie?

- Bu seni rahatsız ediyor mu?
- O sizi rahatsız ediyor mu?

- Dat is jammer.
- Dat is betreurenswaardig.

O şanssız.

- Dat is gerechtigheid.
- Dat is rechtvaardigheid.

O adalet.

- Dat kan niet!
- Dat is onmogelijk!

- O, olamaz.
- Olamaz.

Ik weet dat dat gek klinkt.

Ben onun çılgınca göründüğünü biliyorum.

Ik denk dat iedereen dat weet.

Herkesin bildiğini düşünüyorum.

"Wie is dat?" "Dat is Jim."

- "O kim?" " O Jim."
- "O kimdir?" "O Jim'dir."

- Dat is belachelijk.
- Dat is belachelijk!

- Bu çok saçma!
- Saçma!

Tom wil dat ik dat doe.

Tom onu yapmamı istiyor.

Je zei dat dat belangrijk was.

Bunun önemli olduğunu söyledin.

- Ik wil dat je weet dat ik dat echt niet wilde doen.
- Ik wil dat u weet dat ik dat echt niet wilde doen.
- Ik wil dat jullie weten dat ik dat echt niet wilde doen.

Onu gerçekten yapmak istemediğimi bilmeni istiyorum.

- Het is onmogelijk dat ze dat gezegd heeft.
- Het is onmogelijk dat ze dat heeft gezegd.
- Het is onmogelijk dat zij dat heeft gezegd.
- Het is onmogelijk dat zij dat gezegd heeft.

Bunu söylemiş olması imkansız.

- Tom heeft gezegd dat hij dat zal doen.
- Tom zei dat hij dat zal doen.

Tom onu yapacağını söyledi.

- Ik denk dat ze dat met opzet doen.
- Ik denk dat ze dat expres doen.

Sanırım onu bilerek yapıyorlar.

En dat zorgt ervoor dat dat woord bij je blijft hangen.

öyle ki bu kelime hafızanızda kalmaya devam edecek.

- Maak dat ding open!
- Doe dat ding open!
- Open dat ding!

Aç şu şeyi!

Ik denk dat het niet waarschijnlijk is dat dat zal gebeuren.

Sanırım bunun olması muhtemel değil.

Denk je dat er een kans is dat dat zal gebeuren?

Sence bunun olacağına dair bir şans var mı?

-- dat vooral --

--özellikle diğer insanları--

Dat klopt.

Bu doğru.

Controleer dat.

Bunu gözden geçirin.

Onthou dat.

Onu hatırla.

Dat hielp.

O, işe yaradı.

Hou dat.

Onu sakla.

Negeer dat.

Onu görmezden gel.

Pak dat.

Onu tut.

Helpt dat?

O yardımcı olur mu?

Moet dat?

Gerekli mi?

Klopt dat?

Doğru mu?

Dat volstaat.

- Kafi.
- Yetişir.

Doe dat!

Onu yap!

Vergeet dat!

Unut gitsin.

Mag dat?

Tamam mı?

- Ik wou dat ge mij dat gezegd hadt.
- Ik wou dat je mij dat had verteld.

Keşke onu bana söyleseydin.

- Ik dacht dat je dat al had gedaan.
- Ik dacht dat je dat al gedaan had.

Onu zaten yaptığını düşündüm.

- Het is niet nodig dat jij dat doet.
- Het is niet nodig dat jullie dat doen.

- Onu yapmana gerek yok.
- Onu yapman gereksiz.

Dat betekent dat we de anatomie bestuderen,

Bu; evrim ağacında, dinozorların yaşayan mirasçılarının anatomilerini --

Ik denk dat we dat kunnen veranderen.

Bence bunu değiştirebiliriz.

...dat touw knapt. Dat is een dodenval.

kayanın halatı bir anda koparması. O zaman bu bir ölüm düşüşü olur!

Ik denk dat dat gerucht waar is.

Bence bu söylenti gerçek.

- Wie zei dat?
- Wie heeft dat gezegd?

Onu kim söyledi?

- Wat betekent dat?
- Waar staat dat voor?

Bu ne anlama geliyor?

- Dat zal niet gebeuren.
- Dat gebeurt niet.

O olmayacak.

Dat is iets dat vrij vaak gebeurt.

O, oldukça sık olan bir şeydir.

- Deed ik dat?
- Heb ik dat gedaan?

Onu yaptım mı?

Ik hoop dat ze dat zal zien.

Umarım o bunu görür.

Ik hoop dat dat niet waar is.

Ben onun doğru olmadığını umuyorum.

Ik wil dat je dat filmpje bekijkt.

Bu videoyu izlemeni istiyorum.

Tom zou willen dat ik dat zei.

Tom onu söylememi istiyor.

- Dat is niet nodig.
- Dat hoeft niet.

O gereksiz.

Ik beweer dat dat niet waar is.

İddia ederim ki bu doğru değil.