Translation of "Water" in Spanish

0.012 sec.

Examples of using "Water" in a sentence and their spanish translations:

- Water graag.
- Water alsjeblieft.

- Por favor, agua.
- Dame agua, por favor.
- Dadme agua, por favor.

- Koud water, a.u.b.
- Koud water, alstublieft.

Agua fría, por favor.

- Je hebt water.
- Jij hebt water.

Tienes agua.

Drink water.

Toma agua.

Water vloeit.

El agua fluye.

- Ik wil water.
- Ik wil wat water.

- Quiero agua.
- Yo quiero agua.

- Het water is goed.
- Water is goed.

- El agua está buena.
- El agua es buena.

- Je verspilt water.
- U verspilt water.
- Jullie verspillen water.
- U bent water aan het verspillen.
- Je bent water aan het verspillen.
- Jullie zijn water aan het verspillen.

Estás malgastando el agua.

- Er is geen water.
- Daar is geen water.

No hay agua.

- Dit is gewoon water.
- Dit is maar water.

Esto es solo agua.

- Ga uit het water.
- Kom uit het water.

- Salid del agua.
- Sal del agua.

- Het water is schoon.
- Het water is proper.

- El agua es pura.
- El agua está limpia.

- Stil water, gevaarlijk water.
- Stille waters, diepe gronden.

Agua tranquila es agua profunda.

- Is er daar water?
- Is er water daar?

¿Aquí hay agua?

- Verwarm het water alstublieft.
- Verwarm het water alsjeblieft.

Caliente el agua, por favor.

Prachtig, koel water.

Hermoso. Agua fría.

Radar ziet water.

El radar puede ver el agua.

Vrij ondiep water.

Aguas poco profundas.

Alleen water, alstublieft.

Sólo agua, por favor.

Ik wil water.

- Quiero agua.
- Yo quiero agua.

Water is belangrijk.

El agua es importante.

Zij hebben water.

Tienen agua.

Katten haten water.

Los gatos odian el agua.

Het water stijgt.

El agua está subiendo.

Koud water, alstublieft.

Agua fría, por favor.

Drink meer water.

Beban más agua.

Geef mij water.

Dame agua.

Wat water, alstublieft.

Un poco de agua, por favor.

We drinken water.

Bebemos agua.

Vogels drinken water.

Los pájaros toman agua.

Hij drinkt water.

- Él bebe agua.
- Bebe agua.

Water is leven.

El agua es vida.

Ik drink water.

- Yo bebo agua.
- Bebo agua.

Water is doorzichtig.

El agua es transparente.

Wij koken water.

Estamos hirviendo agua.

Ik kook water.

Estoy hirviendo agua.

Kook wat water.

Hierve un poco de agua.

Water is vloeibaar.

- El agua es un líquido.
- El agua es líquida.

Water is nat.

- El agua es húmeda.
- El agua está húmeda.

Water reflecteert licht.

El agua refleja la luz.

Het is water.

Es agua.

Water is goed.

- El agua está buena.
- El agua es buena.

Het water verdampt.

El agua se evapora.

Geef me water!

¡Dame agua!

- Vissen leven in het water.
- Vissen leven in water.

Los peces viven en el agua.

- Ik kook water.
- Ik ben water aan het koken.

Estoy hirviendo agua.

- Wij koken water.
- Wij zijn water aan het koken.

Estamos hirviendo agua.

- Tom drinkt water.
- Tom is water aan het drinken.

Tom bebe agua.

- Wij verspillen water.
- Wij zijn water aan het verspillen.

Estamos desperdiciando agua.

- Ik wil wat water drinken.
- Ik wil water drinken.

Quiero beber agua.

- Mag ik alstublieft een glas water?
- Een glas water alstublieft!

- Por favor, ¿me da un vaso de agua?
- Por favor, dame un vaso de agua.

- Geef de bloemen alsjeblieft water.
- Geef de bloemen alstublieft water.

Por favor, riega las flores.

- Zonder water kunnen we niet.
- Water is onmisbaar voor ons.

El agua es indispensable para nosotros.

- Tom viel het water in.
- Tom viel in het water.

Tom se cayó al agua.

- Het water is niet schoon.
- Het water is niet zuiver.

El agua no está limpia.

Dat water is steenkoud.

El agua está helada.

water op de vloer,

el agua se derrama por el piso,

In extreem ondiep water.

En aguas muy poco profundas.

Ik wil water drinken.

Quiero beber agua.

Geef de planten water.

Riega las plantas.

Vader geeft bloemen water.

Mi padre riega las flores.

Hout drijft in water.

La madera flota en el agua.

Het water is warm.

El agua está caliente.