Translation of "Zijn" in Finnish

0.041 sec.

Examples of using "Zijn" in a sentence and their finnish translations:

Zijn schoenen zijn bruin.

Hänen kenkänsä ovat ruskeat.

Zijn ogen zijn blauw.

Hänen silmänsä ovat siniset.

Zijn sokken zijn grijs.

Hänen sukkansa ovat harmaat.

Zijn benen zijn lang.

Hänen jalkansa ovat pitkät.

Zijn sokken zijn paars.

Hänen sukkansa ovat violetit.

Zijn antennes zijn zo gevoelig...

Sen tuntosarvet ovat niin herkät,

Zijn beide grootvaders zijn dood.

Hänen molemmat isoisänsä ovat kuolleet.

- Het zijn spionnen.
- Ze zijn spionnen.
- Zij zijn spionnen.

He ovat vakoojia.

- Toms ogen zijn blauw.
- Tom zijn ogen zijn blauw.

- Tomilla on siniset silmät.
- Tomin silmät ovat siniset.

Dat moet zijn grootste zorg zijn.

Se on hänen suurin huolensa.

- Zij zijn dokters.
- Zij zijn artsen.

He ovat lääkäreitä.

- Waar zijn we?
- Waar zijn wij?

Missä me olemme?

- We zijn verloren.
- We zijn verdwaald.

Olemme eksyksissä.

- Zij zijn zangers.
- Zij zijn zangeressen.

He ovat laulajia.

- Ze zijn kinderen.
- Zij zijn kinderen.

He ovat kakaroita.

- Wij zijn vriendinnen.
- Wij zijn vrienden.

- Olemme ystäviä.
- Me olemme ystäviä.
- Me olemme kavereita.
- Olemme kavereita.

- Wij zijn rijk.
- We zijn rijk.

- Me olemme rikkaita.
- Me olemme varakkaita.

- We zijn avontuurlijk.
- Wij zijn avontuurlijk.

Olemme seikkailunhaluisia.

- Ze zijn bang.
- Zij zijn bang.

Heitä pelottaa.

- Het zijn broers.
- Zij zijn broers.

He ovat veljeksiä.

- Het zijn broers.
- Zij zijn zusters.

He ovat sisaruksia.

- Ze zijn vegetariërs.
- Zij zijn vegetariërs.

He ovat kasvissyöjiä.

- Ze zijn veilig.
- Zij zijn veilig.

He ovat turvassa.

- We zijn mannen.
- Wij zijn mannen.

Me olemme miehiä.

...zijn ontvangen.

on kuultu.

Zijn overblijfselen.

Hänen ruumiinsa siis.

- Ze zijn net vertrokken.
- Zij zijn net vertrokken.
- Ze zijn net weggegaan.
- Zij zijn net weggegaan.

He lähtivät juuri.

- Waar zijn je spullen?
- Waar zijn jouw spullen?
- Waar zijn uw spullen?
- Waar zijn jullie spullen?

Missä sinun tavarasi ovat?

- Te zijn of niet te zijn, dat is de kwestie.
- Zijn of niet zijn, daar gaat het om.
- Zijn of niet zijn, dat is de vraag.

Ollako vai eikö olla, siinä pulma.

Hij promoot zijn kracht met zijn geur.

Se mainostaa voimaansa hajullaan.

Maar zijn problemen zijn pas net begonnen.

Mutta sen ongelmat ovat vasta alkaneet.

Tom deed zijn telefoon in zijn zak.

Tom pani puhelimensa taskuunsa.

Vleermuizen zijn geen vogels, het zijn zoogdieren.

Lepakot eivät ole lintuja. Ne ovat nisäkkäitä.

Zijn jullie voor of tegen zijn idee?

Oletko hänen ideansa puolesta vai vastaan?

- Waar zijn uw kinderen?
- Waar zijn jullie kinderen?
- Waar zijn je kinderen?

Missä lapsesi ovat?

- Je moet voorzichtig zijn.
- U moet voorzichtig zijn.
- Jullie moeten voorzichtig zijn.

Sinun täytyy olla varovainen.

- Zijn vader is Japans.
- Zijn vader is Japanner.

Hänen isänsä on japanilainen.

- Je lippen zijn rood.
- Jouw lippen zijn rood.

Huulesi ovat punaiset.

- Je moet voorzichtig zijn.
- U moet voorzichtig zijn.

Sinun täytyy olla varovainen.

- We zijn niet getrouwd.
- Wij zijn niet getrouwd.

Emme ole naimisissa.

- Je moet behoedzaam zijn.
- Je moet voorzichtig zijn.

Sinun täytyy olla varovainen.

IJsberen zijn wit omdat ze oude beren zijn.

Jääkarhut ovat valkoisia, koska ne ovat vanhoja karhuja.

- Wij zijn neven en nichten.
- Wij zijn neven.

Olemme serkuksia.

- Ze zijn niet dom.
- Ze zijn niet gek.

He eivät ole tyhmiä.

- Tom kuste zijn neef.
- Tom kuste zijn nicht.

Tomi pussasi serkkuansa.

- Duitsers zijn zeer sluw.
- Duitsers zijn zeer gewiekst.

Saksalaiset ovat hyvin ovelia.

- Daarom zijn we hier.
- Daarom zijn wij hier.

Sen takia me olemme täällä.

Er zijn mensen die bang zijn voor spinnen.

On ihmisiä jotka pelkäävät hämähäkkejä.

Dit zijn mijn boeken, die zijn van hem.

Nämä ovat minun kirjani, nuo ovat hänen.

- Dinosaurussen zijn nu uitgestorven.
- Dinosauriërs zijn nu uitgestorven.

Dinosaurukset ovat nyt kuolleet sukupuuttoon.

- Het gaat bewolkt zijn.
- Het zal bewolkt zijn.

Tulee pilvistä.

- Alles op zijn tijd.
- Alles heeft zijn tijd.

Aika aikaa kutakin.

- Ik wil onafhankelijker zijn.
- Ik wens onafhankelijker te zijn.
- Ik wil meer onafhankelijk zijn.

- Haluan olla itsenäisempi.
- Tahdon olla itsenäisempi.

Voorbeeldzinnen op Tatoeba zijn net micro-organismen. Sommige zijn nuttig, en sommige zijn nadelig.

Tatoeban esimerkkilauseet ovat kuin mikrobeja. Toiset ovat hyödyllisiä ja toiset taas haitallisia.

Zijn hartje stopt.

Sen sydän lakkaa lyömästä.

Ze zijn herenigd.

Kaikki koossa jälleen.

Robben zijn flexibeler.

Merikarhut ovat ketterämpiä.

Bloemen zijn hard.

Kukat ovat kovia.

Chrysanten zijn duur.

Krysanteemit ovat kalliita.

zijn serene zelfverzekerdheid.

huokuivat tyyntä itsevarmuutta.

Het zijn worstelaars.

He ovat painijoita.

Zijn bloed kookt.

Hänen verensä kiehuu.

Zij zijn gelukkig.

He ovat onnellisia.

We zijn buren.

- Olemme naapureita.
- Me olemme naapureita.
- Ollaan naapureita.
- Me ollaan naapureita.

Courgettes zijn groen.

- Kesäkurpitsat ovat vihreitä.
- Zucchinit ovat vihreitä.

Zij zijn acteurs.

He ovat näyttelijöitä.

Wij zijn dokters.

Me olemme lääkäreitä.

Zijn neus bloedt.

Hänen nenästään vuotaa verta.

Dwazen zijn gelukkig.

Hölmöt ovat onnellisia.

We zijn studenten.

Me olemme opiskelijoita.

Mannen zijn varkens.

Miehet ovat sikoja.

Bananen zijn lekker.

Banaanit ovat herkullisia.

Zijn jullie Chinees?

Oletteko te kiinalaisia?

Ze zijn piloten.

He ovat lentäjiä.

Zij zijn zangers.

He ovat laulajia.

Hier zijn draken.

Täällä on lohikäärmeitä.

Zijn zij Amerikaans?

Ovatko he amerikkalaisia?

We zijn thuis.

Olemme kotona.

We zijn gedoemd.

Me olemme tuhon omia.

Taalscholen zijn dom.

- Kielikoulut ovat surkeita.
- Kielikoulut ovat syvältä.

Paarden zijn dieren.

Hevoset ovat eläimiä.

Mensen zijn uitvinders.

Yksilöt keksivät.

We zijn zielsverwanten.

Olemme sielunveljiä.

Egels zijn schattig.

Siilit ovat söpöjä.

Bananen zijn heerlijk.

Banaanit ovat herkullisia.

We zijn leraren.

Olemme opettajia.