Translation of "Wil" in Spanish

0.010 sec.

Examples of using "Wil" in a sentence and their spanish translations:

- Wil je dronken worden?
- Wil je zuipen?
- Wil je pimpelen?

¿Quieres emborracharte?

- Wil je weg?
- Wil je gaan?

¿Te quieres ir?

- Ik wil huilen!
- Ik wil huilen.

- Tengo ganas de llorar.
- Quiero llorar.

- Ik wil gerechtigheid.
- Ik wil rechtvaardigheid.

Quiero justicia.

- Hij wil gaan.
- Zij wil gaan.

Quiere ir.

- Hij wil geld.
- Zij wil geld.

Quiere dinero.

- Ik wil liefhebben.
- Ik wil hebben.

Quiero querer.

- Hij wil komen.
- Zij wil komen.

Quiere venir.

- Ik wil bekennen.
- Ik wil biechten.

Quiero confesar.

- Hij wil haar kussen.
- Zij wil hem kussen.
- Hij wil u kussen.
- Zij wil u kussen.

Quiere besarle.

- Wil je fruitsap?
- Wil je een vruchtensap?

- ¿Querés un jugo de fruta?
- ¿Quieren un jugo de fruta?

- Ik wil water.
- Ik wil wat water.

- Quiero agua.
- Yo quiero agua.

- Ik wil ze hebben.
- Ik wil ze.

- Los quiero.
- Las quiero.

- Wil je het weten?
- Wil je weten?

- ¿Querés saber?
- ¿Quieres saber?

- Ik wil details.
- Ik wil nadere informatie.

Quiero detalles.

- Wil je praten?
- Wil je iets zeggen?

¿Querés hablar?

- Wil je het?
- Wil je het hebben?

¿Lo quieres?

- Wil je het zien?
- Wil je zien?

¿Querés ver?

- Wil je salade?
- Wil je wat salade?

- ¿Quieres ensalada?
- ¿Querés ensalada?

- Ik wil plezier hebben.
- Ik wil me amuseren.
- Ik wil me vermaken.

Quiero divertirme.

- Ik wil haar vergeten.
- Ik wil hem vergeten.
- Ik wil het vergeten.

- Quiero olvidarlo.
- Quiero olvidarle.
- Quiero olvidarla.

- Ik wil u terugzien.
- Ik wil je weer zien.
- Ik wil u weer zien.
- Ik wil jullie weer zien.
- Ik wil je terugzien.

- Quiero volver a verte.
- Quiere verte de nuevo.
- Quiero verte otra vez.

- Ik wil je mening.
- Ik wil jullie mening.

- Quiero tu opinión.
- Quiero vuestra opinión.
- Quiero su opinión.

- Ik wil er één!
- Ik wil er eentje!

- ¡Quiero uno!
- ¡Quiero una!

- Ik wil daarheen gaan.
- Ik wil daarnaartoe gaan.

Quiero ir allí.

- Wil je wat taart?
- Wil je wat cake?

¿Quieres torta?

- Ik wil hem vergeten.
- Ik wil het vergeten.

Quiero olvidarlo.

- Ik wil haar vergeten.
- Ik wil hem vergeten.

- Quiero olvidarlo.
- Quiero olvidarle.

- Ik wil haar vergeten.
- Ik wil het vergeten.

Quiero olvidarla.

- Hij wil je ontmoeten.
- Zij wil je ontmoeten.

Quiere encontrarte.

- Ik wil uw mening.
- Ik wil je mening.

- Quiero tu opinión.
- Quiero vuestra opinión.
- Quiero su opinión.

- Ik wil jullie niet.
- Ik wil je niet.

No te deseo.

- Wie wil er friet?
- Wie wil er patat?

¿Quién quiere papas fritas?

- Ik wil deze niet.
- Deze wil ik niet.

- No quiero éste.
- No quiero ésta.
- Éste no lo quiero.
- Ésta no la quiero.

- Ik wil Frans onderrichten.
- Ik wil Frans onderwijzen.

Quiero enseñar francés.

- Ik wil koffie.
- Ik wil een kop koffie.

Quiero café.

- Wil je wat salade?
- Wil je wat sla?

¿Querés ensalada?

- Ik wil jullie bezoeken.
- Ik wil u bezoeken.

Quiero visitaros.

- Ik wil u terugzien.
- Ik wil je weer zien.
- Ik wil u weer zien.
- Ik wil jullie weer zien.
- Ik wil je nog eens zien.
- Ik wil je terugzien.

- Quiero volver a verte.
- Quiere verte de nuevo.
- Quiero verte otra vez.

- Wil je iets drinken?
- Wil je wat drinken?
- Wil je iets om te drinken?
- Wil je iets te drinken?

- ¿Te gustaría beber algo?
- ¿Te gustaría algo de beber?

Ik wil weggaan.

Me quiero ir.

Ik wil dansen.

Quiero bailar.

Ik wil water.

- Quiero agua.
- Yo quiero agua.

Ik wil jou.

Yo te deseo.

Ik wil leven.

Quiero vivir.

Tom wil dansen.

Tom quiere bailar.

Tom wil deze.

Tom quiere éste.

Ik wil het.

Lo quiero.

Ik wil geloven.

Quiero creer.

Ik wil sneeuw.

Quiero nieve.

Ik wil leren.

Quiero aprender.

Ik wil niets.

No quiero nada.

Zij wil dansen.

- Ella quiere bailar.
- Ella tiene ganas de bailar.

Ik wil bellen...

Quiero llamar...

Wil je eerst?

¿Quieres ir primero?

Tom wil aandacht.

Tom quiere atención.

Wil je iets?

- ¿Quieres alguna cosa?
- ¿Quieres algo?
- ¿Queréis algo?

Ik wil afvallen.

- Quiero adelgazar.
- Quiero perder peso.
- Quiero bajar de peso.

Ik wil helpen.

Quiero ayudar.

Ik wil geld.

- Quiero plata.
- Quiero pasta.
- Quiero guita.
- Quiero dinero.

Niemand wil daarheen.

Nadie quiere ir allí.

Wat je wil.

- Como quieras.
- Como queráis.
- Como usted guste.
- Como usted quiera.

Ik wil reizen.

Quisiera viajar.

Ik wil scheiden.

Quiero divorciarme.

Tom wil spelen.

Tom quiere jugar.

Tom wil helpen.

Tom quiere ayudar.

Ik wil dromen.

- Quiero soñar.
- Yo quiero soñar.

Ik wil blijven.

Quiero quedarme.

Wil je wijn?

¿Quieres vino?

Ik wil wraak.

Quiero venganza.

Wil je meekomen?

- ¿Querés venir?
- ¿Quieres venir?

Ik wil gaan.

Quiero ir.

Wie wil het?

¿Quién lo quiere?

Ik wil sterven.

Quiero morir.

Ik wil winnen.

- Quiero ganar.
- ¡Quiero ganar!
- ¡Queremos ganar!

Ik wil spelen.

Quiero jugar.

Tom wil geld.

Tom quiere plata.

Wie wil gaan?

¿Quién quiere ir?

Ik wil bekennen.

Quiero confesar.

Wil je spelen?

¿Querés jugar?

Wil je lezen?

¿Querés leer?

Ik wil onderhandelen.

Quiero negociar.

Iedereen wil iets.

Todo el mundo quiere algo.