Translation of "Naartoe" in Polish

0.003 sec.

Examples of using "Naartoe" in a sentence and their polish translations:

Waar gaan jullie naartoe?

- Dokąd idziesz?
- Dokąd jedziesz?
- Dokąd się udajesz?
- Gdzie się kierujesz?

Waar wilt ge naartoe?

Gdzie chcesz iść?

Waar ging Tom naartoe?

Dokąd szedł Tomek?

Ik wil nergens naartoe.

Nie chcę nigdzie iść.

Moet ik er echt naartoe?

Muszę tam iść?

Tom gaat daar morgen naartoe.

Tom jutro tam pójdzie.

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar ga je naartoe?
- Waar gaat u heen?

Dokąd idziesz?

Hij gaat daar elke dag naartoe.

Chodzi tam codziennie.

Waar hebt ge Tom naartoe gestuurd?

Gdzie wysłałaś Toma?

Ze is daar gisteren naartoe gegaan.

Ona poszła tam wczoraj.

Ga je deze zomer ergens naartoe?

Czy idziesz gdziekolwiek tego lata?

Waar ga je deze namiddag naartoe?

Gdzie idziesz dziś po południu?

- Waar gaan we naartoe?
- Naar waar gaan we?

Gdzie idziemy?

Tom zei dat hij weet waar Mary naartoe ging.

Tom powiedział, że wie, gdzie idzie Mary.

Tom denkt dat hij weet waar Mary naartoe is.

Tom myśli, że wie, gdzie poszła Mary.

Ga er niet naartoe als je geen zin hebt.

Nie idź, jeśli nie chcesz.

- Ik ben er gisteren naartoe gegaan.
- Ik ging daar gisteren heen.

Byłem tam wczoraj.