Translation of "Baas" in German

0.036 sec.

Examples of using "Baas" in a sentence and their german translations:

- Ik ben je baas.
- Ik ben uw baas.
- Ik ben jullie baas.

Ich bin dein Chef.

- Oké, chef!
- Oké, baas!
- Alles in orde, baas!

Alles klar, Chef!

Jij bent de baas.

Du hast das Kommando.

Hij is mijn baas.

Er ist mein Chef.

Wie is de baas?

Wer hat das Sagen?

Tom is mijn baas.

Tom ist mein Chef.

Waar is de baas?

Wo ist der Chef?

- De Chef!
- De baas!

Der Chef!

- Ik wil met je baas praten.
- Ik wil met uw baas praten.
- Ik wil met jullie baas praten.

Ich will mit Ihrem Vorgesetzten sprechen.

- Geef je je baas een kerstcadeau?
- Geeft u uw baas een kerstcadeau?
- Geven jullie je baas een kerstcadeau?

Besorgst du deinem Chef ein Weihnachtsgeschenk?

Maar jij bent de baas.

Aber du hast das Kommando.

Nu is ze de baas.

Er ist jetzt der Boss.

Oké, jij bent de baas.

Okay, du hast das Kommando!

Wie is hier de baas?

Wer ist der Chef hier?

Mijn baas komt uit Israël.

Mein Chef stammt aus Israel.

Ben je de baas niet?

Bist du nicht der Boss?

Mijn baas is een klootzak.

- Mein Chef ist ein Dreckskerl.
- Mein Chef ist ein Schuft.

Tom is mijn baas niet.

Tom ist nicht mein Chef.

Onze baas verdraagt geen tegenspraak.

Unser Chef verträgt keinen Widerspruch.

Ik ben de baas, niet mijn vrouw. Je bent de baas niet, schat.

Ich bestimme, nicht meine Frau. Du hast nichts zu sagen.

- Mijn baas was gedwongen ontslag te nemen.
- Mijn baas werd gedwongen ontslag te nemen.

Mein Chef wurde zum Rücktritt gezwungen.

Jij bent de baas, jij beslist.

Du hast das Kommando. Du entscheidest.

De baas heeft zijn personeel berispt.

Der Chef hat seine Mitarbeiter abgekanzelt.

Maria vroeg haar baas om opslag.

Mary forderte eine Gehaltserhöhung von ihrem Chef.

Ik ben bang voor mijn baas.

Ich habe Angst vor meinem Chef.

De baas heeft ons plan goedgekeurd.

Der Manager genehmigte unseren Plan.

Ik heb met mijn baas geslapen.

Ich habe mit meinem Chef geschlafen.

Thuis is de vrouw de baas.

Zuhause hat die Frau die Hose an.

Mijn baas drinkt heel veel koffie.

Mein Chef trinkt Unmengen Kaffee.

- Heb je een goede verstandhouding met je baas?
- Kun je goed opschieten met je baas?

Verstehst du dich gut mit deinem Chef?

- Niemand blijkt te weten wie de baas is.
- Het blijkt dat niemand weet wie de baas is.
- Het lijkt dat niemand weet wie de baas is.
- Niemand lijkt te weten wie de baas is.

Es scheint niemand zu wissen, wer hier das Sagen hat.

Vergeet niet dat jij de baas bent.

Vergiss nicht, du hast das Kommando.

Wat denk jij? Jij bent de baas.

Was denkst du? Du hast das Kommando.

Wat denk jij? Jij bent de baas.

Was denkst du? Du hast das Kommando.

Jij bent de baas, vergeet dat niet.

Vergiss nicht, du hast die Kontrolle.

Wie is de baas van dit bedrijf?

Wer ist der Chef dieser Firma?

Mijn baas was gedwongen ontslag te nemen.

Mein Chef wurde zum Rücktritt gezwungen.

De secretaresse noteerde wat haar baas zei.

Die Sekretärin schrieb auf, was ihr Vorgesetzter gesagt hatte.

Je praat alsof je de baas bent.

Du redest, als wärst du der Chef.

Jij bent de baas, het is jouw beslissing.

Du hast das Kommando. Es ist deine Entscheidung.

Onthoud, jij bent de baas op deze missie.

Vergiss nicht, auf dieser Mission hast du das Kommando.

Jij bent de baas. We doen dit samen.

Du hast das Kommando. Wir sind gemeinsam auf dieser Mission.

Jij bent de baas. We zijn samen onderweg.

Du hast das Kommando. Wir sind gemeinsam auf dieser Mission.

Mijn baas nodigde me uit voor een etentje.

Mein Chef hat mich zum Abendessen eingeladen.

Waarschijnlijk gaat de baas je naar Californië sturen.

Wahrscheinlich will dich der Chef nach Kalifornien senden.

Ik liet hem zien wie de baas is.

Ich habe ihm klargemacht, wer der Chef ist.

Er kan er maar één de baas zijn.

Nur einer kann Kaiser sein.

Beter een kleine baas dan een grote knecht.

Ein kleiner Herr ist besser als ein großer Knecht.

Mijn baas heeft mij die moeilijke opdracht gegeven.

Mein Vorgesetzter hat diese schwierige Aufgabe mir zugeteilt.

Blijkbaar weet niemand wie hier de baas is.

Es scheint niemand zu wissen, wer hier das Sagen hat.

Niemand lijkt te weten wie de baas is.

Es scheint niemand zu wissen, wer hier das Sagen hat.

Onthoud dat jij de baas bent over de missie.

Du hast auch auf dieser Mission das Kommando.

Tom werkt als zelfstandige, om geen baas te hebben.

Tom arbeitet als Selbstständiger, um keinen Chef zu haben.

De hond volgde zijn baas, al kwispelend met zijn staart.

Der Hund folgte seinem Herrchen und wackelte mit dem Schwanz.

Een ideale baas is als de dood: hij vergeet niemand.

Ein idealer Boss ist wie der Tod: Er vergisst niemanden.

Toen ik 22 was, werd ik verliefd op mijn baas.

Mit 22 verliebte ich mich in meinen Chef.

Jij bent de baas, jij gaat me me mee. Jij bepaalt.

Du hast das Kommando. Wir ziehen das gemeinsam durch. Du entscheidest.

Onze baas deed ons werken van 's morgens tot 's avonds.

Der Chef hat uns von morgens bis abends arbeiten lassen.

Wie zamelt het geld in voor het geschenk aan de baas?

Wer sammelt das Geld für das Geschenk an den Chef?

Jij bent de baas. Laten we het touw vastmaken. Misschien hier omheen?

Du hast das Kommando. Binden wir das Seil fest. Vielleicht hier herum?

Hij doet alsof hij enthousiast is wanneer zijn baas in de buurt is.

- Er täuscht Enthusiasmus vor, wenn sein Chef in der Nähe ist.
- Er spielt den Begeisterten, wenn sein Chef in der Nähe ist.

Het is onbeleefd om in het openbaar je baas voor gek te zetten.

Es ist unhöflich, sich über seinen Chef in der Öffentlichkeit lustig zu machen.

Je had behoorlijk wat lef om de baas zo het hoofd te bieden.

Da hast du aber ganz schön Eier gezeigt, dem Chef so die Stirn zu bieten.

De auto van de baas is nog niet aangekomen, gelieve even te wachten!

Der Wagen des Chefs ist noch nicht angekommen, gedulden Sie sich bitte einen Moment!

Het is warm. Een gedurfd besluit, maar jij bent de baas, laten we gaan.

Es ist heiß, gewagte Entscheidung. Aber du hast das Kommando. Gehen wir.

- De hond volgde zijn baas met kwispelende staart.
- De hond volgde kwispelend zijn baasje.

Der Hund folgte schwanzwedelnd seinem Herrn.

- Heb je de leiding niet?
- Je hebt de leiding toch?
- Ben je de baas niet?

Bist du denn nicht dafür verantwortlich?

Ik heb het lef niet om mijn baas te vragen of ik zijn auto mag lenen.

Ich habe nicht den Mut, meinen Chef zu bitten, mir seinen Wagen zu leihen.

- Er kan er maar één de baas zijn.
- Er dienen geen twee hanen op één erf.

Es kann nur einer der Boss sein.

"Onze baas heeft aangedrongen op die prijs," legde de verkoopster uit. "Maar weet u, u hoeft me geen 0,99 in kopeken te betalen. U mag meer betalen als u wilt."

"Unser Chef bestand auf dem Preis", erklärte die Ladeninhaberin. "Aber wissen Sie, Sie brauchen mir die 0.99 nicht in Kopeken zu bezahlen. Wenn Sie wollen, können Sie mehr bezahlen."

- Iene miene mutte, tien pond grutte, tien pond kaas, wie is de baas?
- Onder de piano lag een ei, in dat ei daar zat een brief, waarop te lezen stond wie is uw lief?
- Onder de piano ligt een flesje bier; al wie er van drinkt, stinkt!
- Op de brug zit een mug met haar muil wijd open; zeven ezels, achttien kwezels zijn erin gekropen.

- Ene, mene, miste, es rappelt in der Kiste. Ene, mene, meck, und du bist weg!
- Ene, mene, miste, es rappelt in der Kiste. Ene, mene, muh, und raus bist du!
- Eine kleine Dickmadam zog sich eine Hose an. Die Hose krachte, Dickmadam lachte, zog sie wieder aus und du bist raus!