Translation of "Ben" in German

0.052 sec.

Examples of using "Ben" in a sentence and their german translations:

- Ik ben doodmoe.
- Ik ben doodop.
- Ik ben uitgeput.
- Ik ben bekaf.

- Ich bin sehr müde.
- Ich bin erschöpft.
- Ich bin kaputt.

Ik ben wie ik ben.

Ich bin der, der ich bin.

- Ik ben doodmoe.
- Ik ben doodop.
- Ik ben uitgeput.

Ich bin sehr müde.

- Ik ben bevooroordeeld.
- Ik ben partijdig.
- Ik ben vooringenomen.

Ich bin voreingenommen.

- Ik ben geschokt.
- Ik ben verbijsterd.
- Ik ben geshockeerd.

Ich bin erschrocken.

- Ben je depressief?
- Ben je depri?
- Ben je gedeprimeerd?

Bist du niedergeschlagen?

- Ben jij dat?
- Ben jij het?
- Ben jij 't?

- Bist du das?
- Bist du es?

- Ben je vrijgezel?
- Ben je alleenstaand?
- Ben je single?

- Bist du Junggeselle?
- Bist du Single?

- Ik ben ongehuwd.
- Ik ben vrijgezel.
- Ik ben single.

Ich bin ledig.

- Ik ben arts.
- Ik ben geneesheer.
- Ik ben dokter.

Ich bin Arzt.

- Ik ben arts.
- Ik ben geneesheer.
- Ik ben dokter.
- Ik ben een dokter.

Ich bin Arzt.

- Ik ben arts.
- Ik ben dokter.
- Ik ben een dokter.

- Ich bin Arzt.
- Ich bin Ärztin.

- Ik ben heel moe.
- Ik ben doodmoe.
- Ik ben doodop.

Ich bin todmüde.

- Ik ben een gymleraar.
- Ik ben gymleraar.
- Ik ben gymlerares.

- Ich bin Sportlehrer.
- Ich bin Sportlehrerin.

- Ik ben getrouwd.
- Ik ben gehuwd.

Ich bin verheiratet.

- Ik ben blut.
- Ik ben platzak.

Ich bin pleite.

- Ik ben slaperig!
- Ik ben moe!

Ich bin schläfrig.

- Ik ben Antonio.
- Ik ben Anton.

Ich bin Anton.

- Ik ben rustig.
- Ik ben kalm.

Ich bin ruhig.

- Ik ben vrijgezel.
- Ik ben single.

Ich bin ledig.

- Ik ben Chinees.
- Ik ben Chinese.

- Ich bin Chinese.
- Ich bin Chinesin.

- Ik ben ziek.
- Ik ben ongezond.

- Ich bin krank.
- Ich bin krank!

- Ik ben doodmoe.
- Ik ben doodop.

Ich bin todmüde.

- Ik ben homo.
- Ik ben gay.

- Ich bin schwul.
- Ich bin gay.

- Ik ben Turkse.
- Ik ben Turk.

- Ich bin Türkin.
- Ich bin Türke.

- Ik ben Hongaar.
- Ik ben Hongaarse.

- Ich bin Ungar.
- Ich bin Ungarin.

- Ben je lerares?
- Ben je leerkracht?

Bist du Lehrerin?

- Ik ben jaloers.
- Ik ben afgunstig.

Ich bin eifersüchtig.

- Ik ben nerveus.
- Ik ben zenuwachtig.

Ich bin nervös.

- Ik ben Duits.
- Ik ben Duitse.

- Ich bin Deutscher.
- Ich bin Deutsche.

- Ik ben saai.
- Ik ben vervelend.

Ich bin langweilig.

- Ik ben nieuwsgierig.
- Ik ben benieuwd.

Ich bin neugierig.

- Ik ben online.
- Ik ben verbonden.

- Ich bin online.
- Ich bin im Netz.

- Ben je blij?
- Ben je gelukkig?

- Bist du glücklich?
- Sind Sie glücklich?
- Seid ihr glücklich?

- Ik ben moe.
- Ik ben moe!

- Ich bin müde!
- Ich bin müde.

- Ik ben vrij.
- Ik ben vrij!

Ich bin frei.

- Ik ben gelukkig.
- Ik ben blij.

- Ich bin glücklich.
- Ich bin froh.

- Ik ben verpleegster.
- Ik ben verpleegkundige.

- Ich bin eine Krankenschwester.
- Ich bin Krankenschwester.

- Ik ben lang.
- Ik ben belangrijk.

- Ich bin groß.
- Ich bin fett.
- Ich bin wichtig.
- Ich bin dick.
- Ich bin breit.

- Ik ben uitgeput.
- Ik ben bekaf.

Ich bin erschöpft.

- Ik ben Armeens.
- Ik ben Armeniër.

- Ich bin Armenier.
- Ich bin Armenierin.

- Ik ben hetzelfde.
- Ik ben dezelfde.

- Dasselbe für mich.
- Dasselbe gilt für mich.

- Ik ben landbouwer.
- Ik ben boer.

Ich bin Bauer.

- Ik ben kieskeurig.
- Ik ben pietluttig.

Ich bin pingelig.

- Ik ben Braziliaanse.
- Ik ben Braziliaan.

- Ich bin Brasilianer.
- Ich bin Brasilianerin.

- Ik ben Hongaarse.
- Ik ben Hongaars.

Ich bin Ungarin.

- Ik ben professor.
- Ik ben leraar.

- Ich bin Professor.
- Ich bin Lehrer.

- Ben jij beroemd?
- Ben je beroemd?

Bist du berühmt?

- Ik ben het.
- Dat ben ik.

- Ich bin’s.
- Das bin ich.

- Ik ben buschauffeur.
- Ik ben buschauffeuse.

Ich bin Busfahrer.

- Ik ben biologe.
- Ik ben bioloog.

- Ich bin Biologin.
- Ich bin Biologe.

- Ik ben Amerikaans.
- Ik ben Amerikaan.

Ich bin Amerikaner.

- Ben je Andalusiër?
- Ben je Andaloesiër?

Bist du Andalusier?

- Ik ben gedeprimeerd.
- Ik ben depressief.

Ich bin depressiv.

- "Hoe oud ben je?" "Ik ben 16 jaar."
- "Hoe oud ben je?" "Ik ben zestien."

- „Wie alt bist du?“ „Sechzehn.“
- „Wie alt bist du?“ - „Ich bin sechzehn Jahre alt.“

- Ik ben van de politie.
- Ik ben politieman.
- Ik ben een flik.
- Ik ben politieagent.

Ich bin Polizist.

Ik ben.

Ich bin.

- Ik ben wat aangekomen.
- Ik ben dikker geworden.
- Ik ben bijgekomen.

Ich habe zugenommen.

- Ik ben dikker geworden.
- Ik ben aangekomen.
- Ik ben zwaarder geworden.

Ich habe zugenommen.