Translation of "Het" in Turkish

0.010 sec.

Examples of using "Het" in a sentence and their turkish translations:

- Het regent.
- Het is aan het regenen.

- Hava yağmurlu.
- Yağmur yağıyor.

- Het regende.
- Het was aan het regenen.

Yağmur yağıyordu.

- Het sneeuwt.
- Het is aan het sneeuwen.

Kar yağıyor.

Het vrouwtje begrijpt het.

Dişi, mesajı alıyor.

- Bestudeer het.
- Onderzoek het.

Onu inceleyin.

- Probeer het!
- Probeer het.

Bunu dene.

- Grijp het!
- Pak het!

Yakala!

Het was het lot.

- Kaderdi.
- Kader böyleydi.

- Laat het achter.
- Laat het liggen.
- Laat het!

Onu geride bırakın.

- Het komt voor.
- Het gebeurt wel.
- Het gebeurt.

Bu olur.

- Het is weer aan het regenen.
- Het regent weer.
- Het is weer aan het regenen!

Yeniden yağmur yağıyor.

- Het schip vaarde door het Suezkanaal.
- Het schip voer door het Suezkanaal.

Gemi Süveyş kanalından geçti.

- Het is vuilnis.
- Het is rotzooi.
- Het is afval.
- Het is rommel.

Bu, çöp.

- Herstel het alsjeblieft.
- Herstel het alstublieft.
- Regel het alsjeblieft.
- Regel het alstublieft.

Lütfen bunu onarın.

Het is wat het is.

olan bu.

Ontwikkelde het Westen het krachtig,

Batı mantık yürütmeyi güçlü bir şekilde geliştirdi

Is het het waardeloze eten?

İğrenç yemeklerden mi?

Is het het dure parkeren?

Pahalı otoparklardan mı?

Zeg het in het Engels.

- Lütfen onu İngilizce olarak söyle.
- Onu İngilizce söyle.

Het was aan het sneeuwen.

- Kar yağışıydı.
- Kar yağıyordu.

Het is het proberen waard.

Denemeye değer.

- Het stinkt.
- Het ruikt slecht.

Kötü kokuyor.

Het hoort bij het werk.

O, işin bir parçası.

Zeg het in het Frans.

Onu Fransızca söyle.

Het is het nieuwste snufje.

Bu pek modadır.

- Vergeet het niet.
- Onthou het.

Onu hatırla.

Het is zoals het is.

Neyse ne.

Het kwam uit het niets.

Birden oluverdi.

Het kwam op het nieuws.

- Haberlerdeydi.
- Haberlere çıkmıştı.

- Regent het?
- Regent het nu?

Şimdi yağmur yağıyor mu?

Het regent dat het giet.

- Bardaktan boşanırcasına yağmur yağıyor.
- Sert yağmur yağıyor.
- Şakır şakır yağmur yağıyor.
- Fena yağmur yağıyor.
- Tufan gibi yağmur yağıyor.
- Gök delinmiş gibi yağmur yağıyor.

Het een verklaart het ander.

Biri diğerini açıklar.

- Sluit het.
- Doe het dicht.

Kapat onu.

Het regende in het bos.

Ormanda yağmur yağdı.

Het maakt al het verschil.

- Bu yeni bir soluk getirir.
- Bu fark yaratır.

- Was het nuttig?
- Hielp het?

Yararlı mıydı?

Het meisje zag het ook.

Kız da bunu gördü.

- Maak het stuk!
- Breek het!

Kesin şunu!

- Sluit het!
- Sluit het af!

Kapat!

Zeg het in het Hongaars!

Onu Macarca söyle!

Zeg het in het Grieks!

Onu Yunanca söyle!

Het is slechts het begin.

Bu sadece başlangıç.

- Het was heel dichtbij.
- Het was op het nippertje.

O gerçekten kapalıydı.

- Je hebt het.
- U hebt het.
- Jullie hebben het.

Sen anladın.

- Je verdient het.
- U verdient het.
- Jullie verdienen het.

Onu hak ediyorsun.

- Het ijs is aan het smelten.
- Het ijs smelt.

Buz eriyor.

- Het regent weer!
- Het is weer aan het regenen!

Yine yağmur yağıyor!

- Het is betreurenswaardig.
- Het is spijtig.
- Het is jammer.

Bu üzücü.

- Het sneeuwt weer.
- Het is weer aan het sneeuwen.

Yine kar yağıyor.

- Oh, het sneeuwt!
- Oh, het is aan het sneeuwen!

Oh, kar yağıyor!

- Het water vloeit.
- Het water is aan het vloeien.

Su akıyor.

- Het meisje leest.
- Het meisje is aan het lezen.

Kız okuyor.

- Het is heel mooi.
- Het is fantastisch.
- Het is schitterend.
- Het is prachtig.

- O çok güzel.
- Bu harika.

Omdat het het einde van het jaar is, hebben we het flink druk.

- Yıl sonu nedeniyle işlerimiz oldukça yoğun.
- Yıl sonu olduğu için, çok yoğunuz.

- Leg het boek terug waar het lag.
- Leg het boek terug waar het stond.
- Leg het boek terug waar het was.

Kitabı olduğu yere geri koy.

- Het regent dat het giet.
- Het hoost.
- De regen valt met bakken naar beneden.
- Het regent keihard.
- Het is hard aan het regenen.
- Het regent enorm.

Şiddetli yağmur yağıyor.

- Hij vertaalde het vers in het Engels.
- Hij vertaalde het couplet in het Engels.

O, pasajı İngilizceye çevirdi.

- Ze verdienden het.
- Zij verdienden het.
- Ze hebben het verdiend.
- Zij hebben het verdiend.

Onu hak ettiler.

Hier is het tijdelijke het nieuwe permanente aan het worden.

Burada, geçicilik yeni kalıcılık oluyor.

- Het is van het huis.
- Deze is van het huis.

Bu, müessesenin ikramı.

- Het is het proberen waard.
- Het is een poging waard.

Denemeye değer.

- Het zit op slot.
- Het is afgesloten.
- Het is vergrendeld.

O kilitli.

- Het is geweldig.
- Het is te gek.
- Het is super.

O dehşet verici.

Zij vertaalde het boek vanuit het Japans naar het Engels.

O, kitabı Japoncadan İngilizceye çevirdi.

- Het is gloednieuw.
- Het is splinternieuw.
- Het is volledig nieuw.

O yepyeni.

Hoe ver is het van het vliegveld naar het hotel?

Havaalanıyla otel arasındaki uzaklık nedir?

Het jodendom is niet echt het tegenovergestelde van het christendom.

Yahudilik gerçekten Hıristiyanlığın zıddı değildir.

- Het spookt in dat huis.
- Het spookt in het huis.

Ev perili.

- Zeg het in het Grieks!
- Zeg dat in het Grieks.

Onu Yunanca söyle!

- Zeg het in het Hongaars!
- Zeg dat in het Hongaars.

Onu Macarca söyle!

- Het is bitter koud.
- Het is ijskoud.
- Het is steenkoud.

Hava çok soğuk.

Jij hebt het voor het zeggen.

Yetki sizde.

Onder het ijs ligt het grondgesteente.

Buzun altında ana kayalar olur.

het krioelende leven in het bos,

Hayat dolu bu ormanın bereketli yaşamı

- Zet het af.
- Zet het uit.

Onu kapatın.

Plooi het blad in het midden.

Kağıdı ortadan katla.

Het vuur verwoestte het hoge gebouw.

Yangın yüksek binayı tahrip etti.

"Wie is het?" "Ik ben het."

"Kim o?" " Benim."

- Verzeker het, alsjeblieft.
- Verzeker het, alstublieft.

Onu sigortalayın lütfen.

Het vliegtuig vloog naar het oosten.

Uçak doğuya uçtu.

- Geef het op!
- Geef het op.

Onu boş ver.

- Het is ongelofelijk.
- Het is ongelooflijk!

İnanılır gibi değil!

- Het is afzichtelijk.
- Het is afschuwelijk.

Bu iğrenç.

- Het is ongelofelijk.
- Het is ongelooflijk.

Bu inanılmaz bir şey.

- Eindelijk, het sneeuwt!
- Eindelijk sneeuwt het!

Nihayet kar yağıyor!

Het woordenboek ligt op het bureau.

Sözlük masanın üstünde.

Het regent veel, het jaar door.

Yıl boyunca çok yağmur var.

Hij wist het vanaf het begin.

O, onu başından beri biliyordu.

- Het is klaar!
- Het is gedaan!

O bitti!

- Het is verouderd.
- Het is achterhaald.

Bunun modası geçmiş.

- Het ijs smelt.
- Het ijsje smelt.

Dondurma eriyor.