Translation of "Weggaan" in Spanish

0.022 sec.

Examples of using "Weggaan" in a sentence and their spanish translations:

Ik wil weggaan.

Me quiero ir.

Wij willen weggaan.

- Queremos ir.
- Nosotros queremos ir.
- Queremos irnos.

Laten we weggaan.

Vayámonos.

Je kunt nu beter weggaan.

También puedes irte ahora.

Tom had vroeger moeten weggaan.

Tom debería haberse ido antes.

U kunt maar beter weggaan.

Es mejor que usted se vaya.

Je kunt maar beter weggaan.

Es mejor que vayas.

Waarom wil je vandaag weggaan?

¿Por qué quieres ir hoy?

- Ze zou eruit komen.
- Ze zou weggaan.
- Zij zou weggaan.
- Zij zou eruit komen.

Saldría.

Sluit de deur bij het weggaan.

- Cierra la puerta al salir.
- Cierra la puerta cuando te vayas.

- Laten we weggaan.
- Laten we uitgaan.

Salgamos.

Ik zag Andrea van huis weggaan.

Vi a Andrea irse de su casa.

- Moet ik weg?
- Moet ik weggaan?

¿Debo ir?

Ik denk dat ik nu moet weggaan.

Creo que ahora tengo que marcharme.

Dat zal vanzelf weggaan binnen twee weken.

Eso se irá por sí solo en dos semanas.

- Hij zou weggaan.
- Hij zou eruit komen.

Saldría.

- Laten we weggaan.
- Kom op, laten we gaan.

- Vamos.
- Vamos, vamos allá.

- Moet je weg?
- Moet je weggaan?
- Moet je gaan?

¿Te tienes que ir?

Laat ons nu weggaan vooraleer iemand van gedacht verandert.

Vayámonos antes de que alguien cambie de idea.

Als je het niet leuk vindt dan kan je weggaan.

Si no te gusta, puedes irte.

Ik kan niet weggaan, en dat wil ik ook niet.

- No puedo ir, y tampoco quiero.
- Ni puedo ir, ni quiero.

Je kan beter niet weggaan, nadat het donker geworden is.

Será mejor que no vayas después del anochecer.

- Ge moogt weggaan, op voorwaarde dat ge tegen vijf uur terug zijt.
- Je mag weggaan op voorwaarde dat je om vijf uur terug bent.

Puedes ir con la condición de que vuelvas a las cinco.

Ge moogt weggaan, op voorwaarde dat ge tegen vijf uur terug zijt.

Puedes ir con la condición de que vuelvas a las cinco.

- Ik wil deze namiddag niet buiten gaan.
- Ik wil vanmiddag niet weggaan.

No quiero salir esta tarde.

- Sluit de deur bij het weggaan.
- Doe de deur dicht als je weggaat.
- Sluit de deur wanneer je vertrekt.

- Cierra la puerta al salir.
- Cierra la puerta cuando te vayas.

- Je mag na het eten niet naar buiten.
- Je mag na het avondeten niet naar buiten.
- Je kunt niet weggaan na het eten.

No puedes salir después de cenar.

- Als je het niet leuk vindt dan kan je weggaan.
- Als het niet naar je zin is dan kan je opstappen.
- Als het je niet bevalt dan kan je ophoepelen.

Si no te gusta, puedes marcharte.