Translation of "Thuis" in Hungarian

0.023 sec.

Examples of using "Thuis" in a sentence and their hungarian translations:

Thuis!

Haza!

- Ben je thuis?
- Bent u thuis?
- Zijn jullie thuis?

- Otthon vagy?
- Otthon vagytok?
- Otthon vannak önök?

- Ben je thuis?
- Zijn jullie thuis?

Otthon vagy?

Welkom thuis.

Üdv itthon!

Handen thuis.

El a kezekkel!

Blijf thuis.

Maradj otthon.

Niemand thuis?

Nincs itthon senki?

Iemand thuis?

- Van itthon valaki?
- Van otthon valaki?

- Zult ge thuis blijven?
- Blijf je thuis?

Otthon fogsz maradni?

- Is je moeder thuis?
- Is je mama thuis?
- Is jouw moeder thuis?

- Anyukád otthon van?
- Édesanyád otthon van?

- Waarom ben je thuis?
- Waarom bent u thuis?
- Waarom zijn jullie thuis?

- Miért vagy otthon?
- Miért vagy odahaza?

- Waart ge gisteren thuis?
- Was je gisteren thuis?

- Tegnap otthon voltál?
- Otthon voltál tegnap?
- Voltál otthon tegnap?

- Is je moeder thuis?
- Is je mama thuis?

Az anyukád itthon van?

David is thuis.

- Dávid otthon van.
- Itthon van Dávid.

Hij is thuis.

Otthon van.

Ik was thuis.

Otthon voltam.

Hij was thuis.

Otthon volt.

Is hij thuis?

- Otthon van?
- Ő otthon van?

Welkom thuis, broertje!

Isten hozott itthon, testvérkém!

Ik ben thuis.

Otthon vagyok.

Niemand was thuis.

Senki nem volt otthon.

Ben je thuis?

Otthon vagy?

Ik blijf thuis.

Otthon fogok maradni.

Blijf je thuis?

Otthon maradsz?

Hij bleef thuis.

Otthon maradt.

We zijn thuis.

Otthon vagyunk.

Ze is thuis.

Otthon van.

Wie is thuis?

- Ki van otthon?
- Kik vannak otthon?

- Ben je nog steeds thuis?
- Bent u nog steeds thuis?
- Zijn jullie nog steeds thuis?

Még otthon vagytok?

- Ze wacht thuis op je.
- Ze wacht thuis op u.
- Ze wacht thuis op jullie.

Otthon vár rád.

- Oost, west, thuis best.
- Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.
- Oost west, thuis best.

- Nincs még egy olyan hely, mint az otthon.
- Otthon csak egy van.

- Ik zal 's morgens thuis zijn.
- Morgen ben ik thuis.

Holnap otthon leszek.

- Gisteravond was ik thuis.
- De afgelopen nacht was ik thuis.

Tegnap este otthon voltam.

- Eet gij 's morgens thuis?
- Eet jij 's morgens thuis?

Otthon reggelizel?

thuis of ergens anders,

vagy nyilvánosan,

Was je gisteren thuis?

Otthon voltál tegnap?

Was Ken gisteren thuis?

Otthon volt Ken tegnap?

Ik blijf vandaag thuis.

Ma otthon maradok.

Thuis blijven is saai.

Otthon maradni unalmas.

Tom is niet thuis.

Tom nincs otthon.

Blijft ge thuis vanavond?

Ma este otthon maradsz?

Morgen blijf ik thuis.

Holnap otthon fogok maradni.

Mijn vader is thuis.

Az apám otthon van.

Is je man thuis?

Otthon van a férje?

Tom volgde thuis onderwijs.

Tom magántanuló volt.

Hij is niet thuis.

- Nincs otthon.
- Nincs itthon.

Is er iemand thuis?

Van otthon valaki?

Waarom is Tom thuis?

Tamás miért van otthon?

Ik ben thuis gebleven.

Otthon maradtam.

Thuis drink ik nooit.

Otthon soha nem iszom.

Ik was nog thuis.

Még otthon voltam.

Papa komt morgen thuis.

Apu holnap jön haza.

We zijn vandaag thuis.

Ma otthon vagyunk.

Tom is thuis vandaag.

Tom ma otthon van.

Hij is vandaag thuis.

Ma otthon van.

Daar hoort het thuis.

Oda tartozik.

Er was niemand thuis.

Senki nem volt otthon.

Tom kwam vroeg thuis.

Tom korán jött haza.

Er is niemand thuis.

Senki sincs otthon.

Is je vrouw thuis?

Feleséged otthon van?

Morgen ben ik thuis.

Holnap otthon vagyok.

Thuis spreken we Hongaars.

Otthon magyarul beszélünk.

Gisteravond was ik thuis.

Tegnap este otthon voltam.

Waart gij gisteravond thuis?

Otthon voltál tegnap este?

Ik ben weer thuis.

- Visszatértem.
- Újra itt vagyok.
- Megint itt vagyok.