Translation of "Waarom" in Hungarian

0.017 sec.

Examples of using "Waarom" in a sentence and their hungarian translations:

"Waarom?" "Waarom niet?"

- Miért? - Miért ne?

- Maar waarom?
- Waarom dan?

- De miért?
- Na de miért?

Waarom?

Miért?

- Waarom vloek je?
- Waarom vloekt u?
- Waarom vloeken jullie?

Miért káromkodsz?

- Waarom ren je?
- Waarom rent u?
- Waarom rennen jullie?

Miért futsz?

- Waarom spuug je?
- Waarom spuugt u?
- Waarom spugen jullie?

Miért köpködsz?

- Waarom dans je?
- Waarom danst u?
- Waarom dansen jullie?

Miért táncolsz?

- Waarom zing je?
- Waarom zingt u?
- Waarom zingen jullie?

Miért énekelsz?

- Waarom gil je?!
- Waarom gilt u?
- Waarom gillen jullie?

Miért sikoltozol?

- Waarom spring je?
- Waarom springt u?
- Waarom springen jullie?

- Miért ugrálsz?
- Miért ugrándozol?

- Waarom stotter je?
- Waarom stottert u?
- Waarom stotteren jullie?

Miért dadogsz?

- Waarom nies je?
- Waarom niest u?
- Waarom niezen jullie?

Miért tüsszögsz?

- Waarom vraag je?
- Waarom vraagt u?
- Waarom vragen jullie?

Miért kérded?

- Waarom fluister je?
- Waarom fluistert u?
- Waarom fluisteren jullie?

Miért suttogsz?

- Je weet waarom.
- U weet waarom.
- Jullie weten waarom.

Te tudod, miért.

- Waarom werk je?
- Waarom werkt u?
- Waarom werken jullie?

Miért dolgozol?

- Waarom loog je?
- Waarom loog u?
- Waarom logen jullie?
- Waarom heb je gelogen?
- Waarom heeft u gelogen?

Miért hazudtál?

- Waarom vraag je dat?
- Waarom vraagt u dat?
- Waarom vraag je?
- Waarom vraagt u?
- Waarom vragen jullie?

Miért kérdezed?

- Waarom huilde je?
- Waarom huilde u?
- Waarom huilden jullie?
- Waarom heb je gehuild?
- Waarom heeft u gehuild?
- Waarom hebben jullie gehuild?

Miért sírtál?

- Je weet waarom!
- Jullie weten waarom!

Tudod miért!

- Weten jullie waarom?
- Weet u waarom?

Tudod, hogy miért?

- Waarom fluistert u?
- Waarom fluisteren jullie?

- Miért suttog?
- Miért suttogtok?

- Waarom ben je aan het huilen?
- Waarom huil je?
- Waarom huilt u?
- Waarom huilen jullie?

Miért sírsz?

- Waarom ben je aan het slapen?
- Waarom slaapt u?
- Waarom slaap je?
- Waarom slapen jullie?

Miért alszol?

Waarom minimalistisch?

Miért minimalista?

Waarom ik?

- Miért én?
- Miért engem?

Waarom niet?

- Miért nem?
- Miért ne?

Waarom nu?

Miért épp most?

Ja, waarom?

Igen. Miért?

Waarom dan?

Miért is?

- Waarom?
- Waarvoor?

- Miért?
- Mire fel?

- Waarom vraag je dat?
- Waarom vraagt u dat?
- Waarom vraag je?

- Miért kérdezed?
- Miért kérded?
- Miért kérdi?

- Waarom loog je?
- Waarom heb je gelogen?
- Waarom heeft u gelogen?

Miért hazudtál?

- Waarom werk jij hier?
- Waarom werk je hier?
- Waarom werkt u hier?
- Waarom werken jullie hier?

Miért itt dolgozol?

- Waarom ben je hier?
- Waarom ben je er?
- Waarom bent u hier?
- Waarom zijn jullie hier?

Miért vagy itt?

- Waarom is dit gebeurd?
- Waarom gebeurde dit?

Miért történt ez?

- Heeft Tom gezegd waarom?
- Zei Tom waarom?

Tom azt mondta, miért?

- Zeiden ze waarom?
- Hebben ze gezegd waarom?

Megmondták, hogy miért?

- Waarom vraag je dat?
- Waarom vraag je?

- Miért kérdezed?
- Miért kérded?

- Waarom loog je?
- Waarom heb je gelogen?

Miért hazudtál?

- Waarom doe je dit?
- Waarom doet u dit?
- Waarom doen jullie dit?

- Miért csinálod ezt?
- Miért csinálsz ilyet?

- Waarom ben je thuis?
- Waarom bent u thuis?
- Waarom zijn jullie thuis?

- Miért vagy otthon?
- Miért vagy odahaza?

- Waarom ben je geïrriteerd?
- Waarom bent u geïrriteerd?
- Waarom zijn jullie geïrriteerd?

Miért vagy ingerült?

- Waarom ben je aan het huilen?
- Waarom huil je?
- Waarom huilt u?

- Miért sírsz?
- Miért sírtok?

- Waarom leer je Spaans?
- Waarom leert u Spaans?
- Waarom leren jullie Spaans?

Miért tanulsz spanyolul?

- Waarom kom je niet?
- Waarom komt u niet?
- Waarom komen jullie niet?

Miért nem jössz?

- Waarom ben je geïnteresseerd?
- Waarom bent u geïnteresseerd?
- Waarom zijn jullie geïnteresseerd?

Miért érdekel?

- Waarom was je daar?
- Waarom was u daar?
- Waarom waren jullie daar?

Miért voltál ott?

- Waarom ben je boos?
- Waarom bent u boos?
- Waarom zijn jullie boos?

Miért vagy dühös?

- Waarom ben je getrouwd?
- Waarom bent u getrouwd?
- Waarom zijn jullie getrouwd?

Miért vagy házas?

- Waarom ben je nat?
- Waarom bent u nat?
- Waarom zijn jullie nat?

- Miért vagy nedves?
- Miért vagy vizes?

- Waarom ben je ongelukkig?
- Waarom bent u ongelukkig?
- Waarom zijn jullie ongelukkig?

Miért vagy boldogtalan?

- Waarom geef je geen antwoord?
- Waarom geeft u geen antwoord?
- Waarom geven jullie geen antwoord?
- Waarom antwoord je niet?
- Waarom antwoordt u niet?
- Waarom antwoorden jullie niet?

Miért nem válaszolsz?

- Waarom geef je geen antwoord?
- Waarom antwoord je niet?
- Waarom antwoorden jullie niet?

Miért nem válaszolsz?

- Waarom kwam je niet?
- Waarom kwamen jullie niet?

Miért nem jöttetek el?

- Waarom leert u Spaans?
- Waarom leren jullie Spaans?

- Miért tanul ön spanyolul?
- Miért tanul spanyolul?

- Waarom werkt u hier?
- Waarom werken jullie hier?

Miért itt dolgozol?

- Waarom haat iedereen je?
- Waarom haat iedereen jullie?

Miért utál téged mindenki?

- Waarom doet zij dat?
- Waarom doet hij dat?

Miért teszi ezt?

- Waarom moet je ervandoor?
- Waarom moet je weg?

Miért kell menned?

- Waarom zijt ge weggelopen?
- Waarom ben je weggelopen?

Miért futottál el?

Waarom gebeurde dat?

Ez mégis miért történt?

Waarom was dat?

Miért voltak veszélyesek?

Waarom huil je?

Miért sírsz?

Waarom studeer je?

- Miért tanulsz?
- Miért tanul?
- Miért tanultok?
- Miért tanulnak?

Waarom ik altijd?

Miért mindig én?

Waarom huilt u?

- Miért sír Ön?
- Ön miért sír?

Waarom rennen we?

Miért futunk?

Waarom lach ik?

Miért nevetek?

Niemand weet waarom.

- Senki sem tudja, hogy miért.
- Ki tudja, miért!?
- Isten tudja, miért.
- Isten a megmondhatója, miért.

Ja, waarom niet?

Igaz, miért is ne!

Tuurlijk, waarom niet?

Persze, miért ne?

Waarom lach je?

- Miért nevetsz?
- Mit nevetsz?

Waarom gebeurt dit?

Miért történik ez?

Waarom vraagt u?

- Miért kérdezi?
- Miért kérdi?

Waarom lieg je?

Miért hazudsz?