Translation of "Haar" in Turkish

0.021 sec.

Examples of using "Haar" in a sentence and their turkish translations:

Ze kamde met haar vingers haar haar.

O, parmaklarıyla saçlarını taradı.

Haar haar is lang.

- Onun saçlı uzun.
- Onun saçı uzun.

Ze borstelt haar haar.

O Saçını fırçalıyor.

Ze borstelde haar haar.

Saçını taradı.

Haar familie beschermde haar.

Ailesi onu korudu.

Haar vrienden beschermden haar.

Arkadaşları onu korudular.

- Kus haar.
- Zoen haar.

Onu öp.

Haar haar wordt grijs.

Onun saçı ağarıyor.

- Ze heeft haar haar roze geverfd.
- Ze verfde haar haar roze.

Saçını pembeye boyadı.

- Ze heeft haar geld, haar gezin en haar vrienden verloren.
- Ze heeft haar geld, haar familie en haar vrienden verloren.

O, parasını ailesini, arkadaşlarını kaybetti.

Haar haar is heel kort.

Onun saçı çok kısa.

- Stop haar!
- Hou haar tegen!

Onu durdurun!

Ze verfde haar haar blond.

O, saçlarını sarıya boyadı.

Het meisje waste haar haar.

Kız saçını yıkadı.

- Vertrouw je haar?
- Vertrouwt u haar?
- Vertrouwen jullie haar?

Ona güveniyor musun?

- Dump haar.
- Stuur haar weg.
- Poeier haar af.
- Zorg dat je van haar afkomt.

- Ondan kurtulun.
- Kurtul ondan.

Haar haar is lang en prachtig.

Onun saçı uzun ve güzel.

Ze had haar haar kort geknipt.

O, saçını kısa kestirdi.

- Laat haar met rust.
- Laat haar.

Onu terk et.

- Hij knuffelde haar.
- Hij omhelsde haar.

Ona sarıldı.

Ik heb haar haar woordenboek teruggegeven.

Ona sözlüğünü geri verdim.

Hij gaf haar haar eerste kus.

O ona ilk öpücüğünü verdi.

Maria heeft haar haar niet gewassen.

- Mary saçını yıkamadı.
- Mary saçlarını yıkamadı.

Vergeet haar.

Onu unut.

Vergeef haar.

Onu affet.

Red haar.

Onu kurtar.

Stop haar.

- Onu durdur.
- Onu durdurun!

Help haar!

Ona yardım et!

- Zij?
- Haar?

Ona mı?

- Hij sloeg haar.
- Hij heeft haar geslagen.

Ona tokat attı.

Kunt ge haar onderscheiden van haar zus?

Onu kız kardeşinden ayırt edebiliyor musun?

- Hij berispte haar.
- Hij heeft haar berispt.

O, onu azarladı.

Maria verborg haar gezicht in haar handen.

Maria yüzünü elleriyle sakladı.

Maria bedekte haar gezicht met haar handen.

Maria yüzünü elleriyle kapattı.

- Wie hielp haar?
- Wie heeft haar geholpen?

Kim ona yardım etti?

- Wij hielpen haar.
- Wij hebben haar geholpen.

Biz ona yardım ettik.

- Zij hielpen haar.
- Zij hebben haar geholpen.

Onlar ona yardım etti.

Maria stopte een bloem in haar haar.

Mary saçına bir çiçek koydu.

Mijn zus heeft haar haar op schouderlengte.

Kız kardeşimin omuz hizasında saçı var.

Mijn vriendin wil haar haar roze verven.

Arkadaşım saçını pembeye boyamak istiyor.

- Niemand begrijpt haar.
- Niemand kan haar verstaan.

Kimse onu anlamıyor.

- Groet haar als ge haar ziet!
- Zeg hallo als je haar ziet.

Onu görürseniz, selam söyleyin.

- Heb jij haar vermoord?
- Heeft u haar vermoord?
- Hebben jullie haar vermoord?

Onu öldürdün mü?

Maria deed haar haar los en deed een knoop van haar bloesje open.

Mary saçını açtı ve bluzünün düğmelerinden birini açtı.

- Tom zijn haar is zwart.
- Toms haar is zwart.
- Tom heeft zwart haar.

Tom'un saçı siyah.

Met haar dochter van middelbare leeftijd naast haar

yanında orta yaşlı kızı var

...bevindt zich buiten haar brein, in haar armen.

aslında beyninin dışında, kollarında.

Haar vrienden wachtten op haar bij de poort.

Arkadaşları onu kapıda bekledi.

- Haar toespraak was uitmuntend.
- Haar speech was uitstekend.

Onun konuşması mükemmeldi.

Haar vriend wachtte op haar bij de poort.

Arkadaşı onu kapıda bekledi.

- Haar vader is Japanner.
- Haar vader is Japans.

Onun babası Japondur.

- Iedereen houdt van haar.
- Iedereen mag haar graag.

Herkes onu sever.

- Frans is haar moedertaal.
- Haar moedertaal is Frans.

Fransızca, onun ana dilidir.

- Ik belde haar op.
- Ik heb haar gebeld.

Ona telefon ettim.

Ludwig gaf haar een aai langs haar wang.

Ludwig onun yanağı boyunca sıvazladı.

- Haar moeder roept je.
- Haar moeder belt je.

- Annesi seni arıyor.
- Annesi seni çağırıyor.

- We zullen haar helpen.
- Wij zullen haar helpen.

Ona yardım edeceğiz.

Haar dokter wil haar naar een specialist verwijzen.

- Doktoru onu bir uzmana sevk etmek istiyor.
- Doktoru, onu bir uzmana göndermek istiyor.

- Hij had grijs haar.
- Ik had grijs haar.

Onun gri saçı var.

- Ik hou van haar.
- Ik houd van haar.

Onu seviyorum.

Haar verloofde gaf haar een heel grote ring.

Nişanlısı ona büyük bir yüzük verdi.

- Wie knipt jouw haar?
- Wie knipt uw haar?

- Saçını kime kestiriyorsun?
- Saçını kim kesiyor?
- Kime tıraş oluyorsun?

De jongen streelde het meisje rond haar kin en kuste haar op haar wangen.

Oğlan kızın çenesini okşadı ve yanaklardan öptü.

- Zij heeft haar man vergiftigd.
- Ze heeft haar man vergiftigd.
- Ze vergiftigde haar man.

O, kocasını zehirledi.

Hij bezwendelde haar.

O onu dolandırdı.

Hij helpt haar.

O ona yardımcı olur.

Kende u haar?

Onu tanıyor muydunuz?

We hebben haar!

- Biz ona sahibiz.
- Biz onun sahibiyiz!

Ik ken haar.

- Onu biliyorum.
- Onu tanıyorum.

Maak haar wakker.

Onu uyandır.

Luister naar haar.

Onu dinle!

Hij omhelsde haar.

O, kolunu onun etrafına koydu.

Haar ogen verduisterden.

Onun gözleri karardı.

Maria kent haar.

Mary onu tanıyor.

Vertel haar waarom.

Ona nedenini söyle.

Ik omhelsde haar.

Ona sarıldım.

Ze haatten haar.

- Onlar ondan nefret etti.
- Ondan nefret ediyorlardı.

Vertel het haar.

Ona söyle.

Dans met haar!

Onunla dans et!

Vertrouwt u haar?

Ona güveniyor musunuz?

Hij beledigde haar.

O ona hakaret etti.

Borstel je haar.

Saçını fırçala.

Ik begrijp haar.

Onu anlıyorum.

Laat haar vrij.

Onu serbest bırak.

Ze geloven haar.

Onlar ona inanıyor.

Ze herkenden haar.

Onlar onu tanıdı.

Geef haar alles.

Hepsini ona ver.

Wij helpen haar.

Biz ona yardım ederiz.