Translation of "Zou" in French

0.020 sec.

Examples of using "Zou" in a sentence and their french translations:

- Ze zou eruit komen.
- Ze zou weggaan.
- Zij zou weggaan.
- Zij zou eruit komen.

Elle sortirait.

- Hij zou weggaan.
- Hij zou eruit komen.

Il sortirait.

- Je zou moeten slapen.
- Je zou beter slapen.
- U zou moeten slapen.

Tu devrais dormir.

- Zou ik moeten gaan?
- Zou hij moeten gaan?
- Zou ze moeten gaan?

Devrais-je y aller ?

- Waarom zou ik het doen?
- Waarom zou ik dat doen?
- Waarom zou ik?

Pourquoi le ferais-je ?

Het zou wel goed zou komen, dacht ik.

je pensais que tout irait bien.

- Dat zou waar kunnen zijn.
- Dat zou kunnen.

Cela pourrait être vrai.

- Je zou moeten slapen.
- Je zou beter slapen.

Tu devrais dormir.

- Hij zou moeten komen.
- Zij zou moeten komen.

Il devrait venir.

- Ik zou kunnen lopen.
- Ik zou kunnen wandelen.

- Je pourrais marcher.
- Je pourrais aller à pied.

Het zou kunnen.

Peut-être.

Tom zou begrijpen.

Tom comprendrait.

Tom zou huilen.

Tom pleurerait.

Tom zou terugvechten.

- Tom se défendrait.
- Tom riposterait.
- Tom contre-attaquerait.

Zou ik liegen?

Mentirais-je ?

Sami zou huilen.

Sami pleurerait.

Ik zou vertrekken.

Je partirais.

Ik zou accepteren.

J'accepterais.

Tom zou weggaan.

Tom partirais.

Ze zou weggaan.

Elle sortirait.

- Ze zou zich moeten kalmeren.
- Zij zou zich moeten kalmeren.
- Ze zou zich moeten beheersen.
- Zij zou zich moeten beheersen.

Elle devrait se calmer.

- Ik zou graag willen tekenen.
- Ik zou graag tekenen.

J'aimerais dessiner.

Het zou mooi zijn als het morgen zou opklaren.

Ça serait chouette si ça s'éclaircissait demain.

Dat zou iets zijn wat ik zou moeten programmeren.

Ce serait quelque chose qu'il faudrait que je programme.

- Ik zou wel willen Picasso zijn.
- Ik zou graag Picasso zijn.
- Ik zou Picasso willen zijn.

J'aimerais être Picasso.

Zodra je de tv zou aanzetten, zou alles daarover gaan.

Dès qu'on aurait allumé la TV, tout aurait été consacré à ce sujet.

Wat zou u doen als u een spook zou zien?

Que ferais-tu si tu voyais un fantôme ?

Ik zou ongelukkig zijn, maar ik zou geen zelfmoord plegen.

Je serais malheureux, mais je ne me suiciderais pas.

- Dat zou heel aanvaardbaar zijn.
- Dat zou heel acceptabel zijn.

Je trouve cela tout à fait acceptable.

- Je zou wat moeten slapen.
- Je zou moeten gaan slapen.

Tu devrais aller dormir.

- Dat zou je wel willen.
- Dat zou u wel willen.

- Dans tes rêves.
- Dans vos rêves.

Hier zou het kunnen.

Ça pourrait faire l'affaire.

Wat zou ik eten?

Que devrais-je manger ?

Wat zou er gebeuren?

- Que se passerait-il ?
- Qu'arriverait-il ?

Dat zou genoeg zijn.

- Ce serait suffisant.
- Cela suffirait.

Hij zou het kunnen.

Lui pourrait le faire.

Ik zou graag eten.

J'aimerais manger.

Dat zou moeten volstaan.

- Ça devrait le faire.
- Ça devrait suffire.

Ik zou graag meekomen.

- J'aimerais me joindre.
- J'aimerais venir.

Dat zou me verbazen.

Ça m'étonnerait.

Waarom zou hij liegen?

Pourquoi mentirait-il ?

Waarom zou ze liegen?

Pourquoi mentirait-elle ?

Ik zou liever scheiden.

- Je préférerais divorcer.
- Je préfère divorcer.

Ik zou graag tekenen.

J'aimerais dessiner.

Dat zou oneerlijk zijn.

Ça serait injuste.

Je zou moeten eten.

- Tu devrais manger.
- Vous devriez manger.

Zou het kunnen helpen?

Cela pourrait-il aider ?

Dat zou leuk zijn.

Ça serait drôle.

Dat zou fijn zijn.

Ce serait gentil.

Je zou moeten slapen.

Tu devrais dormir.

Waarom zou ik lachen?

Pourquoi rirais-je ?

Ik zou willen wenen.

J'ai envie de pleurer.

Waarom zou ik stoppen?

Pourquoi devrais-je démissionner ?

Dat zou ongemakkelijk zijn.

Ce serait bizarre.

Hij zou ziek zijn.

Il serait malade.

Ik zou dankbaar zijn.

Je serais reconnaissante.

Dat zou het verklaren.

Ça expliquerait.

Ik zou het willen.

Je le voudrais.

Het zou hem lukken.

Il réussirait.

Ik zou hebben gewacht.

J'aurais attendu.

Zou dat Tom zijn?

Est-ce que celui là serait Tom ?

Zou dat u storen?

Cela vous dérange-t-il ?