Translation of "Moeten" in French

0.159 sec.

Examples of using "Moeten" in a sentence and their french translations:

- Wij moeten bezuinigen.
- Wij moeten besparen.

Nous devons épargner.

- We moeten vertrekken.
- We moeten gaan.

- Il faut partir.
- Il nous faut partir.

- We moeten vlug zijn.
- We moeten opschieten.

Il faut que nous nous dépêchions.

- We moeten ze voorrang geven.
- Wij moeten ze voorrang geven.
- We moeten hen voorrang geven.
- Wij moeten hen voorrang geven.
- We moeten ze bevoorrechten.
- Wij moeten ze bevoorrechten.
- We moeten hen bevoorrechten.
- Wij moeten hen bevoorrechten.

Il faut les privilégier.

- Je zou moeten sporten.
- U zou moeten sporten.
- Jullie zouden moeten sporten.

- Tu devrais faire de l'exercice.
- Vous devriez faire de l'exercice.

- Je had moeten stoppen.
- U had moeten stoppen.
- Jullie hadden moeten stoppen.

- Tu aurais dû arrêter.
- Vous auriez dû arrêter.

- Zou ik moeten gaan?
- Zou hij moeten gaan?
- Zou ze moeten gaan?

Devrais-je y aller ?

- Hij zou moeten komen.
- Zij zou moeten komen.

Il devrait venir.

- Waar moeten we heen?
- Waar moeten we naartoe?

Où avons-nous besoin d'aller ?

- Alle mensen moeten sterven.
- Alle mannen moeten sterven.

Tous les hommes doivent mourir.

- We moeten hem aansluiten.
- We moeten het aansluiten.

Il faut le brancher.

- We moeten hem oproepen.
- We moeten hem dagvaarden.

Il faut le convoquer.

We moeten samenwerken,

Nous devons travailler ensemble,

Indringers moeten oppassen.

Intrus, prenez garde.

We moeten opschieten.

Il faut faire vite.

We moeten veranderen.

Nous devons changer.

We moeten gaan.

Nous devons aller loin.

Mannen moeten werken.

Les hommes devraient travailler.

Kinderen moeten spelen.

Que les enfants jouent !

We moeten praten.

- Il faut que nous parlions.
- Il est nécessaire que nous parlions.
- Il nous est nécessaire de parler.

Mensen moeten werken.

Les gens doivent travailler.

We moeten ervandoor.

- Il nous faut nous y mettre.
- Il nous faut démarrer.

We moeten beslissen.

Il nous faut prendre une décision.

We moeten evacueren.

Il nous faut évacuer.

We moeten helpen.

Nous devons aider.

Ze moeten sterven.

- Ils doivent mourir.
- Elles doivent mourir.

We moeten ontsnappen.

Nous devons nous échapper.

Jullie moeten gaan.

Il faut que vous y alliez.

We moeten handelen.

Il nous faut agir.

Jullie moeten wachten.

- Il te faut attendre.
- Il vous faut attendre.

Jullie moeten beginnen.

Vous devez commencer.

Ze moeten terugkomen.

- Ils doivent revenir.
- Elles doivent revenir.

- Ge zoudt minder moeten roken.
- Jij zou minder moeten roken.
- U zou minder moeten roken.
- Jullie zouden minder moeten roken.

Tu devrais moins fumer.

- Ze zou zich moeten kalmeren.
- Zij zou zich moeten kalmeren.
- Ze zou zich moeten beheersen.
- Zij zou zich moeten beheersen.

Elle devrait se calmer.

- U zou wat moeten slapen.
- U zou moeten gaan slapen.
- Jullie zouden moeten gaan slapen.
- Jullie zouden wat moeten slapen.

Vous devriez aller dormir.

- We moeten rustig blijven.
- We moeten de rust bewaren.

Nous devons garder notre calme.

- Misschien moeten we praten.
- Misschien zouden we moeten praten.

Peut-être devrions-nous parler.

- Je zou daar moeten zijn.
- U zou daar moeten zijn.
- Jullie zouden daar moeten zijn.

- Vous devriez y être.
- Vous devriez être là.

- Je zou voorzichtig moeten zijn.
- Jullie zouden voorzichtig moeten zijn.
- U zou voorzichtig moeten zijn.

- Tu devrais faire attention.
- Vous devriez faire attention.

- U zou wat moeten rusten.
- Jullie zouden wat moeten rusten.
- U zou wat rust moeten nemen.
- Jullie zouden wat rust moeten nemen.

Vous devriez vous reposer.

- U zou moeten beginnen.
- Jullie zouden moeten beginnen.
- U zou aan de slag moeten gaan.
- Jullie zouden aan de slag moeten gaan.

Vous devriez commencer.

- U zou hem moeten bedanken.
- Jullie zouden hem moeten bedanken.

Vous devriez le remercier.

- We moeten de trap nemen.
- We moeten met de trap.

Nous devons prendre les escaliers.

- Uw potloden moeten gescherpt worden.
- Jouw potloden moeten geslepen worden.

Tes crayons doivent être aiguisés.

- We zouden meer moeten recyclen.
- We zouden meer moeten recycleren.

- Nous devrions recycler plus.
- Nous devrions recycler davantage.

- U zou daar moeten zijn.
- Jullie zouden daar moeten zijn.

- Vous devriez y être.
- Vous devriez être là.

- Je zou wat moeten slapen.
- Je zou moeten gaan slapen.

Tu devrais aller dormir.

- De grenzen moeten gesloten worden.
- De grenzen moeten worden gesloten.

Les frontières doivent être fermées.

- Dat moeten beslist VS-burgers zijn.
- Dat moeten Amerikanen zijn.

Ils doivent sans doute être Étasuniens.

En we moeten erkennen

et nous devons admettre

Complexe levensvormen moeten ontstaan --

Pour qu'une vie complexe émerge,

Wat moeten we doen?

On fait quoi, maintenant ?

Dus we moeten opschieten.

donc on doit faire vite.

Alles zal moeten veranderen

Tout doit changer,

We moeten plezier hebben.

s'amuser.

We moeten azijn kopen.

Il faut que nous achetions du vinaigre.

Soldaten moeten bevelen uitvoeren.

Les militaires doivent exécuter les ordres.

We moeten snel handelen.

Il nous faut agir vite.

Jullie moeten meer eten.

Vous devez manger davantage.

We moeten vroeg vertrekken.

Nous devons partir tôt.

Afspraken moeten gerespecteerd worden.

Les traités nous obligent.

Dat zou moeten volstaan.

- Ça devrait le faire.
- Ça devrait suffire.

We moeten ze waarschuwen.

- Nous devons les avertir.
- Il faut que nous les avertissions.