Translation of "Van" in French

0.039 sec.

Examples of using "Van" in a sentence and their french translations:

- Geniet van de rest van het weekeind!
- Geniet van de rest van het weekend!

Bonne fin de week-end!

van een bron van vrede en een bron van geluk

une source de paix et de bonheur

van allerlei mensen van alle leeftijden.

de toutes sortes de personnes de tous âges.

...van een van de ultieme nachtrovers.

qui appartient à l'un des prédateurs suprêmes de la nuit.

We verschillen van karakter, van cultuur,

On diffère par notre personnalité, notre culture,

Drie van deze zijn van mij.

Il y en a trois à moi.

- Ik hield van haar.
- Ik hield van hem.
- Ik hield van u.
- Hij hield van haar.
- Zij hield van hem.

Je l'aimais.

Van spektakel...

Un monde de spectacle...

- Wat onbeschoft van u!
- Hoe onbeschoft van je!
- Hoe onbeschoft van u!
- Hoe onbeschoft van jullie!

C'est grossier de votre part !

- Tom houdt van je.
- Tom houdt van jou.
- Tom houdt van jullie.
- Tom houdt van u.

- Tom t'aime.
- Tom vous aime.

- Ik hou meer van appels dan van sinaasappels.
- Ik houd meer van appels dan van sinaasappels.

Je préfère les pommes aux oranges.

van die vrede die van binnen komt.

cette paix venant de l'intérieur.

Een witte bepleiter van vrijheid van meningsuiting,

une partisane blanche de la liberté d'expression,

Zelfs van een afstand van 380.000 kilometer...

Même à 380 000 km de distance,

Een van de voordelen van volwassen worden.

C'est l'un des avantages de grandir.

Niets van het geld is van u.

Rien de cet argent n'est à vous.

Welke van deze rackets is van jou?

Laquelle de ces raquettes est la tienne ?

Ik hou van muziek en van Engels.

J’aime la musique et l’anglais.

Hou je van honden of van katten?

- Préfères-tu les chats ou les chiens ?
- Tu préfères les chats ou les chiens ?

Ze houdt van Tom, niet van mij.

Elle aime Tom, pas moi.

Ik hou van de smaak van watermeloen.

J’aime le goût des pastèques.

Veel van de arbeiders stierven van honger.

Beaucoup des ouvriers moururent de faim.

Geen enkele van deze is van mij.

- Il n'y en a aucun à moi.
- Il n'y en a aucune à moi.

De meeste van deze zijn van mij.

Il y en a la plupart à moi.

Een paar van deze zijn van mij.

- Il y en a quelques-uns à moi.
- Il y en a quelques-unes à moi.

- Hou jij van aardbeien?
- Houdt u van aardbeien?
- Houden jullie van aardbeien?

Aimez-vous les fraises ?

- Ik hou van bonbons.
- Ik hou van snoepjes.
- Ik hou van snoep.

- J'aime les sucreries.
- J'aime les bonbons.

- Jij houdt van koffie.
- U houdt van koffie.
- Jullie houden van koffie.

Tu aimes le café.

- Hou je van bowlen?
- Houden jullie van bowlen?
- Houdt u van bowlen?

- Tu aimes le bowling ?
- Vous aimez le bowling ?

- Hou je van koken?
- Houdt u van koken?
- Houden jullie van koken?

- Aimez-vous faire la cuisine?
- Aimes-tu faire la cuisine ?

- Ik hou van je.
- Ik hou van je!
- Ik hou van jou.

- Je t'aime !
- Je t'aime.

- Hou je van thee?
- Houdt u van thee?
- Houden jullie van thee?

- Aimes-tu le thé ?
- Aimez-vous le thé?
- Aimes-tu le thé?

- Ik hou van talen.
- Ik hou van talen!
- Ik houd van talen!

J'aime les langues.

Verslaving is een van de problemen van de jeugd van deze tijd.

La manie est un des problèmes de la jeunesse actuelle.

Van welke kleur hou je het meest? Van blauw of van rood?

Quelle couleur est-ce que tu préfères ? Le bleu ou le rouge ?

- Ik walg van je.
- Ik walg van u.
- Ik walg van jullie.

- Tu me dégoûtes.
- Vous me dégoutez.

- Ik hou van grappen.
- Ik hou van grapjes.
- Ik hou van moppen.

- J'adore les blagues.
- J'adore les plaisanteries.

- Ik hield van haar.
- Ik hield van hem.
- Ik hield van u.

- Je l'aimais.
- Je l'ai aimé.

- Amerika houdt van je.
- Amerika houdt van u.
- Amerika houdt van jullie.

- L'Amérique t'aime.
- L'Amérique vous aime.

- Hou je van koffie?
- Houdt u van koffie?
- Houden jullie van koffie?

- Aimez-vous le café ?
- Aimes-tu le café ?
- Tu aimes le café ?
- Tu kiffes le café ?

- Houdt u van zalm?
- Hou je van zalm?
- Houden jullie van zalm?

- Aimes-tu le saumon ?
- Est-ce que tu aimes le saumon ?
- Aimez-vous le saumon ?
- Est-ce que vous aimez le saumon ?

- Hou je van gummiberen?
- Houdt u van gummiberen?
- Houden jullie van gummiberen?

- Aimes-tu les oursons en gélatine ?
- Aimez-vous les oursons en gélatine ?

- Iedereen houdt van patat.
- Iedereen houdt van friet.
- Iedereen houdt van frietjes.

Tout le monde aime les frites.

- Hou je van dansen?
- Houdt u van dansen?
- Houden jullie van dansen?

- Aimez-vous danser ?
- Aimez-vous danser ?
- Aimes-tu danser ?

- Je hield van chocolade.
- U hield van chocolade.
- Jullie hielden van chocolade.

- Tu aimais le chocolat.
- Tu appréciais le chocolat.
- Vous appréciez le chocolat.
- Vous aimiez bien le chocolat.
- Tu aimais bien le chocolat.

- Houdt u van wijn?
- Hou je van wijn?
- Houden jullie van wijn?

Aimez-vous le vin ?

- Je houdt van fruit.
- U houdt van fruit.
- Jullie houden van fruit.

- Vous aimez les fruits.
- Tu aimes les fruits.
- Vous goûtez les fruits.
- Tu goûtes les fruits.

- Waar hou je van?
- Waar houdt u van?
- Waar houden jullie van?

- Qu'est-ce que tu aimes bien ?
- Qu'aimes-tu ?
- Qu'apprécies-tu ?

- Het is van jou?
- Het is van u?
- Het is van jullie?

- Est-ce à toi ?
- Est-ce à vous ?
- Vous appartient-il ?
- Est-ce le vôtre ?
- Est-ce le tien ?
- Est-ce la tienne ?
- Est-ce la vôtre ?

- Hou je van sneeuw?
- Houdt u van sneeuw?
- Houden jullie van sneeuw?

Aimez-vous la neige ?

- Hoe onbeschoft van je!
- Hoe onbeschoft van u!
- Hoe onbeschoft van jullie!

C'est grossier de votre part !

- Hij houdt van snoepjes.
- Hij houdt van snoep.
- Hij houdt van zoetigheden.

Il aime les sucreries.

- Ik hou van patat.
- Ik hou van friet.
- Ik hou van frietjes.

J'aime les frites.

- Ik hou van je!
- Ik hou van jou!
- Ik hou van u!

Je t'aime !

- Je beschuldigde haar van het stelen van de fiets.
- Jullie beschuldigden haar van het stelen van de fiets.

- Vous l'avez accusée d'avoir volé le vélo.
- Vous l'avez accusée du vol de la bicyclette.
- Tu l'as accusée d'avoir volé le vélo.
- Tu l'as accusée du vol de la bicyclette.

Een van de belangrijkste taken van de politie is het vatten van dieven.

Une des fonctions importantes d'un policier est d'attraper les voleurs.

- Zij houdt van vissen.
- Hij houdt van vissen.
- Zij houdt erg van vissen.

Il adore pêcher.

van levende dieren die afstammen van de dinosauriërs.

des espèces vivantes qui descendent des dinosaures sur l'arbre évolutif.

Het bovenste gedeelte van de longen van dinosauriërs

Cela veut dire que la partie supérieure des poumons des dinosaures

Van steen naar hamer, van mens naar mummie,

De la pierre au marteau, de l'homme à la momie,

In deze visualisatie van een van mijn simulaties

Dans cette représentation d'une de mes simulations,

Tegenwoordig spreekt de Minister van Gezondheid van Noorwegen

Aujourd'hui, le ministre norvégien de la santé

De zoon van Napoleon, de hertog van Reichstadt.

du fils de Napoléon, le duc de Reichstadt.

Geopereerd met behulp van licht van reflecterende oppervlakken.

à opérer à partir de la lumière provenant de surfaces réfléchissantes. »

Onze vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging,

Notre liberté de parole, notre liberté d'association,

- Van wie is dat?
- Van wie is dit?

- À qui est-ce ?
- À qui est-ce ?

Ik hou zowel van honden als van katten.

J'aime autant les chats que les chiens.

- Ik hou van golf.
- Ik hou van golfspelen.

J'adore le golf.

Ik hou meer van muziek dan van sport.

J'aime mieux la musique que le sport.

Ik hou meer van zomervakantie dan van school.

Je préfère les vacances d'été à l'école.

- Hou je van mij?
- Hou je van me?

- M'aimes-tu ?
- Est-ce que tu m'aimes ?
- M'aimez-vous ?
- Tu m'aimes ?
- Est-ce que tu m'aimes ?

Ik hou niet van de smaak van tomaten.

- Je n'aime pas le goût des tomates.
- Je n'aime pas la saveur des tomates.

Ik houd meer van bananen dan van appelen.

J'aime plus les bananes que les pommes.

- Wij houden van koffie.
- We houden van koffie.

Nous adorons le café.

Een deel van dat terrein is van mij.

Une partie de ce terrain est à moi.

Ik hou meer van jou dan van haar.

Je t'aime bien plus que je l'aime, elle.

- Ik hield van haar.
- Ik hield van hem.

- Je l'aimais.
- Je l'ai aimé.

Ik hou meer van rijst dan van brood.

J'aime le riz davantage que le pain.

- Ik hou van honkbal.
- Ik hou van baseball.

J'aime le baseball.

Zij hield van mij en ik van haar.

Elle m'aimait comme je l'aimais.

- Linda houdt van chocolade.
- Linda houdt van chocola.

Linda adore le chocolat.

De meesten van ons houden van ons land.

La plupart d'entre nous aimons notre pays.

Ik hou van geen enkele van die platen.

Je n'aime aucun de ces disques.

- Niemand houdt van mij.
- Niemand houdt van me.

Personne ne m'aime.