Translation of "Waar" in English

0.008 sec.

Examples of using "Waar" in a sentence and their english translations:

Waar of niet waar?

True or false?

- Waar was het?
- Waar was hij?
- Waar was ie?
- Waar lag het?
- Waar lag hij?
- Waar stond het?
- Waar stond hij?
- Waar lag ie?
- Waar stond ie?

Where was it?

Waar?

Where?

- Waar is hij?
- Waar zijn ze?
- Waar is het?
- Waar is ze?

- Where is it?
- Where is he?
- Where are they?
- Where is she?

- Waar woon je?
- Waar woont gij?
- Waar wonen jullie?
- Waar woont u?

- Where do you live?
- Where are you living?
- Where do you guys live?

- Waar verblijf je?
- Waar verblijft u?
- Waar verblijven jullie?

Where are you staying?

- Waar woon je?
- Waar woont gij?
- Waar woont u?

Where do you live?

- Waar ben je?
- Waar zijt ge?
- Waar zijn jullie?

- Where are you?
- Where are you guys?

- Waar woont hij?
- Waar is haar huis?
- Waar is zijn huis?
- Waar woont ze?
- Waar wonen ze?
- Waar is hun huis?

- Where does he live?
- Where's his home?
- Where is his house?
- Where is her house?
- Where do they live?

- Waar waren jullie?
- Waar ben je geweest?
- Waar was je?
- Waar zijn jullie geweest?

- Where have you been?
- Where were you?
- Where've you been?
- Where've you guys been?

- Waar waren jullie?
- Waar zaten jullie?
- Waar hebben jullie gezeten?

- Where have you been ?
- Where were you guys?

- Waar zijn we?
- Waar zijn wij?

Where are we?

- Waar woont hij?
- Waar woont ie?

Where does he live?

- Waar ben je?
- Waar is hij?

Where is he?

- Waar ben je?
- Waar zijn jullie?

Where are you?

- Waar is ze?
- Waar zit ze?

Where is she?

- Waar is hij?
- Waar zit hij?

Where is he?

- Waar woon je?
- Waar woont gij?

- Where do you live?
- Where are you living?

- Waar ben je?
- Waar zijt ge?

- Where are you?
- Where art thou?
- What's your location?

- Waar waren jullie?
- Waar was je?

- Where have you been?
- Where were you?
- Where've you been?
- Where were you guys?

- Waar ben ik?
- Waar zijn ze?

- Where am I?
- Where are they?

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar ga je naartoe?
- Waar gaat u naartoe?
- Waar gaat u heen?
- Waar gaan jullie heen?

- Where are you headed for?
- Where are you going to?
- Where are you going?
- Where are you heading?
- Where are you off to?
- Where are you going to go?
- What's your destination?
- Where're you going?
- Where are you guys going?
- Where are you guys headed?

- Waar ga je heen?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar ga je naartoe?
- Waar gaat u naartoe?
- Waar gaat u heen?
- Waar gaan jullie heen?

- Where are you going to?
- Where are you going?

Echt waar.

I do.

"Echt waar?"

"Really?"

Waar anders?

Where else?

Oké. Waar?

Fine. Where?

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar ga je naartoe?
- Waar gaat u heen?

- Where are you going to?
- Where are you going?
- Where're you going?

- Waar zit jouw kleindochter?
- Waar is jouw kleindochter?
- Waar is jouw kleindochtertje?
- Waar zit jouw kleindochtertje?
- Waar is uw kleindochter?

Where's your granddaughter?

- Waar ging je heen?
- Waar ben je geweest?
- Waar was je heen gegaan?
- Waar zijn jullie geweest?
- Waar was je heen?
- Waar gingen jullie heen?
- Waar waren jullie heen?

Where did you go?

- Waar waren jullie?
- Waar ging je heen?
- Waar was je heen gegaan?
- Waar ging je net heen?
- Waar was je heen?
- Waar gingen jullie heen?
- Waar waren jullie heen?

- Where did you go?
- Where've you been?
- Where did you guys go?

- Waar zijn je spullen?
- Waar zijn jouw spullen?
- Waar zijn uw spullen?
- Waar zijn jullie spullen?

Where are your things?

- Waar komen we vandaan, waar gaan we naartoe?
- Waar komen we vandaan? Waar gaan we heen?

Where do we come from? Where are we going?

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar gaat u naartoe?

Where are you heading?

- Waar is ma?
- Waar is mijn moeder?

- Where is mother?
- Where is mom?
- Where's Mum?
- Where's mommy?
- Where's my mama?
- Where's my mom?
- Where's my mommy?
- Where's my mother?
- Where's your mom?
- Where is your mother?
- Where is my mother?

- Waar is Mississippi?
- Waar is de Mississippi?

- Where is Mississippi?
- Where is the Mississippi?

- Waar heb je gestudeerd?
- Waar studeerde je?

Where did you study?

- Waar woonde je?
- Waar heb je gewoond?

Where did you live?

- Waar speelt gij tennis?
- Waar tennissen jullie?

Where do you play tennis?

- Echt?
- Echt waar?
- Echt!?
- Is dat waar?

- You don't say.
- Oh, have you?
- Really?
- Is it true?
- No kidding?

- Waar is hij afgestudeerd?
- Waar studeerde hij?

Where did he study?

- Waar was Tom?
- Waar is Tom geweest?

- Where was Tom?
- Where's Tom been?
- Where has Tom been?

- Waar is jouw huis?
- Waar is uw huis?
- Waar is jullie huis?

- Where is your house?
- Where's your house?

- Waar hou je van?
- Waar houdt u van?
- Waar houden jullie van?

- What do you like?
- What are you fond of?

- Waar wil je heen?
- Waar willen jullie heen?
- Waar wilt u heen?

- What are you driving at?
- What are you hinting at?
- What are you suggesting?

- Waar is het inlichtingenloket?
- Waar is de informatiebalie?
- Waar is de infobalie?

Where's the information desk?

- Waar koop je groenten?
- Waar kopen jullie groenten?
- Waar koopt u groenten?

Where do you buy vegetables?

- Waar is het toilet?
- Waar is de wc?
- Waar is de badkamer?

- Where is the bathroom?
- Where's the restroom?
- Where's the bathroom?

- Waar wil je zitten?
- Waar willen jullie zitten?
- Waar wilt u zitten?

- Where would you like to sit?
- Where do you want to sit?

- Waar zijn uw kinderen?
- Waar zijn jouw kinderen?
- Waar zijn jullie kinderen?

- Where are your kids?
- Where are your children?

- Waar zien we elkaar?
- Waar ontmoeten we elkaar?
- Waar spreken we af?

Where shall we meet?

- Waar zijn je spullen?
- Waar zijn jouw spullen?
- Waar zijn uw spullen?

Where are your things?

- Waar woon je nu?
- Waar woont u nu?
- Waar woon je tegenwoordig?

Where do you live now?

- Waar zijn uw kinderen?
- Waar zijn jullie kinderen?
- Waar zijn je kinderen?

- Where are your kids?
- Where are your children?

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar ga je naartoe?

- Where are you going to?
- Where are you going?
- Where are you heading?
- Where're you going?

- Waar kom je vandaan?
- Waar komt u vandaan?
- Waar komen jullie vandaan?

Where are you from?

- Waar is het toilet?
- Waar is de plee?
- Waar is de wc?

- Where's the loo?
- Where's the shitter?
- Where's the crapper?

- Waar ging je skiën?
- Waar ging u skiën?
- Waar gingen jullie skiën?

Where did you go skiing?

- Waar is jouw zoon?
- Waar is uw zoon?
- Waar is jullie zoon?

Where's your son?

- Waar zijn uw paarden?
- Waar zijn jullie paarden?
- Waar zijn jouw paarden?

Where are your horses?

- Waar zijn jouw ooms?
- Waar zijn jullie ooms?
- Waar zijn uw ooms?

Where are your uncles?

- Waar studeer je Italiaans?
- Waar studeert u Italiaans?
- Waar studeren jullie Italiaans?

- Where are you studying Italian?
- Where are you learning Italian?

- Waar ga je heen?
- Waar gaan jullie naartoe?

- Where are you going to?
- Where are you going?
- Where're you going?
- Where are you guys headed?

- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar gaan jullie heen?

- Where are you going to?
- Where are you going?
- Where are you heading?
- Where're you going?
- Where are you guys going?

- Waar woon je nu?
- Waar woon je tegenwoordig?

- Where do you live now?
- Where do you live at the moment?

- Waar ben je geboren?
- Waar bent u geboren?

Where were you born?

- Waar ging je heen?
- Waar ging je naartoe?

Where were you going?

- Waar gaan we naartoe?
- Naar waar gaan we?

Where are we going?

- Waar was je toch?
- Waar waart ge toch?

So where were you?

- Waar woon je nu?
- Waar woont u nu?

Where are you living now?

- Waar zijn je kleren?
- Waar zijn uw kleren?

Where are your clothes?

- Waar zijn je ouders?
- Waar zijn jullie ouders?

Where are your parents?