Translation of "Het" in English

0.018 sec.

Examples of using "Het" in a sentence and their english translations:

- Neem het.
- Grijp het!
- Pak het!
- Neem het!

- Take it!
- Take it.
- Grab it!

- Het regent pijpenstelen.
- Het regent dat het giet.
- Het hoost.
- Het giet.
- Het regent keihard.
- Het regent enorm.

- It is raining hard.
- It is raining heavily.
- It's raining cats and dogs.
- It's raining hard.
- It's bucketing down.
- It's raining very hard.
- It's pouring with rain.
- It's raining heavily.

- Het meisje zag het ook.
- Ook het meisje zag het.

The girl saw it as well.

- Het regende.
- Het was aan het regenen.

It was raining.

- Het regent.
- Het is aan het regenen.

- It is raining.
- It's raining.

- Het sneeuwt.
- Het is aan het sneeuwen.

- It is snowing.
- It's snowing.

Aan het eind was het het waard.

It was worth it in the end.

- Sneeuwt het?
- Is het aan het sneeuwen?

Is it snowing?

Het vrouwtje begrijpt het.

The female gets the message.

- Het trilt.
- Het vibreert.

It's vibrating.

- Bestudeer het.
- Onderzoek het.

Examine it.

- Het hoost.
- Het giet.

It's pouring down.

Het internet zegt het.

The Internet has spoken.

- Probeer het!
- Probeer het.

Try it.

Het is het aardbeienseizoen.

- It's strawberry season.
- It's strawberry season at the moment.

- Het kietelt.
- Het kriebelt.

- It tickles.
- That tickles.

- Het eet.
- Het vreet.

It is eating.

- Grijp het!
- Pak het!

Grab it!

Het was het lot.

It was destiny.

- Het vuurt.
- Het brandt.

It fires.

- Het had gesneeuwd.
- Het heeft gesneeuwd.
- Het was aan het sneeuwen.

- It snowed.
- It was snowing.
- It's been snowing.

- Laat het liggen.
- Geef het op!
- Laat het.

- Give it up.
- Oh well.
- Let it go.
- Let go.

- Laat het achter.
- Laat het liggen.
- Laat het!

- Leave it!
- Leave it behind.
- Leave it.

- Het regent pijpenstelen.
- Het regent dat het giet.

- It's raining cats and dogs.
- It is raining cats and dogs.

Het is het karakter dat het verschil maakt.

- It is the character that makes the difference.
- Character is what makes the difference.

- Het komt voor.
- Het gebeurt wel.
- Het gebeurt.

It happens.

Doe het zoals het je het beste lijkt.

Do as you please.

- Het kookt!
- Het is kokend!
- Het is bloedheet!

It's hot as hell!

- Het is aan het gebeuren.
- Het vindt plaats.

It's happening.

- Het is weer aan het regenen.
- Het regent weer.
- Het is weer aan het regenen!

- It's raining again!
- It's raining again.
- It is raining again.

- In het Frans en het Engels wordt het Canada genoemd.
- In het Frans en het Engels heet het Canada.

In French and in English, it is called Canada.

- Het schip vaarde door het Suezkanaal.
- Het schip voer door het Suezkanaal.

The ship went through the Suez Canal.

- Het is vuilnis.
- Het is rotzooi.
- Het is afval.
- Het is rommel.

It's garbage.

- Verander het doel.
- Verander het doelwit.
- Wijzig het doel.
- Wijzig het doelwit.

Change target.

- Het is weer aan het regenen.
- Het is weer aan het regenen!

It's raining again.

- Herstel het alsjeblieft.
- Herstel het alstublieft.
- Regel het alsjeblieft.
- Regel het alstublieft.

- Please repair this.
- Please fix it.

- Het sneeuwt alweer.
- Het sneeuwt weer.
- Het is weer aan het sneeuwen.

It's snowing again.

- Het regent pijpenstelen.
- Het regent dat het giet.
- Het regent heel hard.

It's raining very hard.

Het is wat het is.

It's what it is.

Ontwikkelde het Westen het krachtig,

the West really raised it forcefully,

Is het het waardeloze eten?

Is it the crappy food?

Is het het dure parkeren?

Is it the expensive parking?

Zeg het in het Engels.

Say it in English.

Het was op het nippertje.

It was really close.

Het was aan het sneeuwen.

It was snowing.

Het is het proberen waard.

It's worth a try.

- Het stinkt.
- Het ruikt slecht.

It smells bad.

Het hoort bij het werk.

It's part of the job.

Zeg het in het Frans.

Say it in French.

Het maakt al het verschil.

It makes all the difference.

Het is het nieuwste snufje.

It's all the rage.

- Vergeet het niet.
- Onthou het.

Remember it.

Het is zoals het is.

It is what it is.

Het kwam uit het niets.

It came out of nowhere.

Het kwam op het nieuws.

It was in the news.

- Regent het?
- Regent het nu?

Is it raining now?

Het regent dat het giet.

- It is raining hard.
- It's raining hard.

Het een verklaart het ander.

One explains the other.

- Sluit het.
- Doe het dicht.

Close it.

Het meisje zag het ook.

The girl saw it, too.

Het regende in het bos.

It rained in the forest.

- Was het nuttig?
- Hielp het?

Was that helpful?

Het is slechts het begin.

- That's only the start.
- It's just the beginning.
- It's only the beginning.

- Maak het stuk!
- Breek het!

Break it!

- Schrijf het op!
- Noteer het!

- Write it down!
- Write it down.

Bestaat het in het groen?

Are there green?

- Sluit het!
- Sluit het af!

Close!

Het meisje brak het venster.

The girl broke the window.

- Regent het?
- Is het regenachtig?

Is it rainy?

Zeg het in het Grieks!

Say it in Greek!

Zeg het in het Hongaars!

Say it in Hungarian!

Zeg het in het Russisch!

Say it in Russian!