Translation of "Niet" in Spanish

0.019 sec.

Examples of using "Niet" in a sentence and their spanish translations:

- Niet stoppen.
- Stop niet.
- Niet ophouden.

- No pares.
- No te pares.
- No se paren.
- No os paréis.

- Niet kijken!
- Niet kijken.
- Kijk niet.

- No miréis.
- No miren.

- Leer niet.
- Studeer niet.

No estudies.

- Overdrijf niet!
- Niet overdrijven.

No exageréis.

- Niet schieten!
- Niet schieten.

- ¡No dispares!
- ¡No dispare!
- ¡No disparéis!
- ¡No disparen!

- Niet nu!
- Nu niet!

¡Ahora no!

- Schreeuw niet.
- Schreeuw niet!

- No grites.
- No chilles.
- No chilléis.
- No chille.
- No chillen.

- Spreek niet.
- Praat niet.

No hables.

- Niet kijken!
- Kijk niet.

- No miréis.
- No miren.

- Niet aanzitten.
- Niet aankomen.

No tocar.

- Klaag niet.
- Klaag niet!

No te quejes.

- Niet bewegen.
- Niet bewegen!

- No te muevas.
- No se mueva.
- No se muevan.

- Praat niet.
- Niet praten!

- ¡No hables!
- ¡No hablen!

- Lieg niet.
- Lieg niet!

No mintáis.

- Niet vloeken!
- Vloek niet!

- ¡No digas garabatos!
- ¡No digas groserías!

- Zeker niet!
- Absoluut niet!

¡Ni en pedo!

- Niet eten.
- Eet niet.

No comas.

- Niet vouwen.
- Niet vouwen!

No doblar.

- Natuurlijk niet.
- Uiteraard niet.

- Desde luego que no.
- Por supuesto que no.

- Lieg niet.
- Niet liegen.

No mintáis.

- Overdrijf niet.
- Niet overdrijven.

No exageréis.

- Wie niet waagt, die niet wint.
- Wie niet waagt, niet wint.

- El que no arriesga, no gana.
- El que no arriesga no gana.
- Quien no arriesga, no gana.
- El que nada arriesga, nada tiene.
- Sin riesgo, no hay beneficio.
- Nada arriesgado, nada ganado.

niet.

no.

Niet?

¿No?

- Niet aanraken.
- Niet aanraken!
- Raak dit niet aan!

- ¡No tocar!
- ¡No toques esto!
- ¡No toques eso!

- Ga niet dood.
- Sterf niet.

¡No te mueras!

- Dat kan niet!
- Niet waar!

- ¡No puede ser!
- De ninguna manera.
- ¡Imposible!
- ¡Claro que no!
- ¡De ningún modo!
- ¡De eso nada!
- ¡Ni cagando!
- ¡Mangos!
- ¡Minga!
- ¡Ni en pedo!

Wie niet waagt, niet wint.

El que no arriesga, no gana.

- Ga niet weg.
- Ga niet.

No te vayas.

- Niet denken!
- Denk niet na!

¡No piensen!

- Rook je niet?
- Rookt u niet?
- Roken jullie niet?

- ¿No fumas?
- ¿No fumás?

- Ik weet het niet.
- Dat weet ik niet.
- Ik weet niet.
- Weet ik niet.

- No sé.
- Eso no lo sé.
- No lo sé.
- Lo desconozco.
- Yo no sé.

- Ik weet het niet.
- Ik weet niet.
- Weet ik niet.

No sé.

- Dat is niet nodig.
- Dat hoeft niet.
- Dat moet niet.

- No es necesario.
- No hace falta.

Niet echt. Althans, niet voor mij.

No exactamente. Por lo menos para mí no fue así.

Wie niet waagt, die niet wint.

El que no arriesga no gana.

Niet voor individuen, niet voor gezinnen,

para los individuos, las familias,

- Lang niet gek gedaan.
- Niet slecht.

No está mal.

- Vergeet mij niet!
- Vergeet mij niet.

- ¡No me olvides!
- ¡No te olvides de mí!

- Lang niet gezien.
- Lang niet gesproken!

- Mucho tiempo sin vernos.
- ¡Cuánto tiempo sin vernos!

- Ga niet weg.
- Ga niet weg!

¡No te vayas!

Wat niet weet, wat niet deert.

La ignorancia es una bendición.

- Niet aanraken.
- Kom er niet aan.

No lo toques.

- Dat werkt niet!
- Dat gaat niet!

¡Eso no sirve!

- Niet meer vandaag!
- Vandaag niet meer!

¡No más hoy!

- Wees niet verdrietig.
- Wees niet treurig.

No estés triste.

- Dwaal niet zo af.
- Niet kletsen.

No divagues.

- Niet bewegen.
- Geen beweging!
- Niet bewegen!

- ¡Quedate ahí!
- ¡No os mováis!

- Dat kan niet!
- Dat kan niet.

Eso es imposible.

- Doe niet zo stom.
- Doe niet zo dom.
- Doe niet zo gek.
- Wees niet dom.

- No seas tonto.
- No seas estúpido.

- Wat niet weet, wat niet deert.
- Wat het oog niet ziet, het hart niet deert.

Ojos que no ven, corazón que no siente.

- Hij praatte niet veel.
- Zij praatte niet veel.
- Ik praatte niet veel.
- Hij zei niet veel.
- Zij zei niet veel.
- Ik zei niet veel.

Hablaba poco.

Natuurlijk niet.

Claro que no.

Niet best.

No está tan bueno.

Twijfel niet.

No lo dudes.

Niet uitgaan.

No te apagues.

niet werkt.

eso no servirá.

Of niet.

Tal vez no.

Harvard niet.

Harvard no lo hizo.

Blaf niet!

¡No ladres!

Helaas niet.

- Me temo que no.
- Infelizmente no.

Overdrijf niet.

No exageres.

Waarom niet?

¿Por qué no?

Niet kijken!

- ¡No mires!
- ¡No mire!

Wacht niet.

- ¡No esperes!
- ¡No esperen!

Lieg niet!

¡No mientas!

Kom niet.

- No vengas.
- No venga usted.