Translation of "Moet" in English

0.010 sec.

Examples of using "Moet" in a sentence and their english translations:

Wat moet dat moet.

What must be, must be.

- Moet ik gaan?
- Moet ik weg?
- Moet ik weggaan?

- Ought I to go?
- Do I have to go?

- Moet je weg?
- Moet je weggaan?
- Moet je gaan?

- Do you have to leave?
- Do you need to go?
- Do you have to go?

- Ik moet ervandoor.
- lk moet gaan.
- Ik moet weg.

- I have to go now.
- Gotta go.

- Ik moet studeren.
- Ik moet leren.

- I have to study.
- I must study.
- I have to learn.

- Je moet wachten.
- U moet wachten.

- Wait up.
- Wait.

- Ik moet gaan.
- Ik moet ervandoor.

- I should go.
- I have to go.
- I must go.

- Ik moet terug.
- Ik moet teruggaan.

I need to go back.

- Je moet terug.
- Je moet teruggaan.

You need to go back.

- Moet ik weg?
- Moet ik weggaan?

- Ought I to go?
- Do I have to go?

- Je moet gaan.
- Je moet vertrekken.

- You must go.
- You must get going.

- Jij moet helpen!
- U moet helpen.

- You have to help.
- They have to help.

- Ik moet gaan.
- lk moet gaan.

- I've got to go.
- I have to go.
- I've gotta go.

- Hij moet sterven.
- Hij moet dood.

He must die.

- Tom moet vertrekken.
- Tom moet weggaan.

Tom has to leave.

- Ik moet verhuizen.
- Ik moet bewegen.

I have to move.

- Moet ik mee?
- Moet ik meekomen?

Do I have to come with?

Moet dat?

Is that necessary?

- Ik moet weg.
- Ik moet eruit.
- Ik moet naar buiten gaan.

I must go out.

- Ik moet annuleren.
- Ik moet het afzeggen.

I have to cancel.

- Ik moet ervandoor.
- Ik moet nu weg.

I need to go now.

- Je moet je ontspannen.
- Je moet relaxen.

You need to relax.

- Het moet gewassen worden.
- Dat moet gewassen worden.
- Het moet worden gewassen.

It needs washing.

- Ik moet je onderzoeken.
- Ik moet u onderzoeken.
- Ik moet jullie onderzoeken.

I have to examine you.

- Je moet je verstoppen.
- U moet zich verstoppen.
- Jullie moet je verstoppen.

You need to hide.

- Je moet je haasten.
- Je moet opschieten.
- U moet opschieten.
- Jullie moeten opschieten.
- Jullie moet je haasten.

- You must hurry up.
- You need to hurry.
- You have to hurry.

Je moet zo doen... Het moet leeg klinken.

You have to go like this... [smacking lips] It has to sound like empty.

- Ge moet onmiddellijk beginnen.
- Je moet meteen beginnen.

You must start immediately.

- Je moet voorzichtig zijn.
- U moet voorzichtig zijn.

- You must be cautious.
- You must be careful.

- Je moet behoedzaam zijn.
- Je moet voorzichtig zijn.

- You need to be careful.
- You've got to be careful.
- You must be careful.

- Ik moet even poepen.
- Ik moet even schijten.

I need to shit.

- Ik moet gaan slapen.
- Ik moet naar bed.

- I have to go to sleep.
- I have to go to bed.

- De mens moet werken.
- Een mens moet werken.

The man must work.

- Ge moet Engels spreken.
- Je moet Engels spreken.

You have to speak English.

- Ik moet onder de douche.
- Ik moet douchen.

I need to take a shower.

- Ge moet hem helpen.
- Je moet hem helpen.

You must help him.

- Dat moet gewassen worden.
- Dat moet worden gewassen.

It needs washing.

- Waar moet ik afstappen?
- Waar moet ik uitstappen?

Where do I get off?

- Je moet nu weg.
- Je moet nu vertrekken.

You need to go now.

- Moet ik onmiddellijk gaan?
- Moet ik nu gaan?

Do I have to go right now?

- Ik moet me klaarmaken.
- Ik moet me gereedmaken.

I've got to get ready.

- Wanneer moet je weg?
- Wanneer moet je vertrekken?

When do you have to leave?

- Ik moet naar het toilet.
- Ik moet plassen.

- I need to go pee.
- I have to go pee.

- Waarom moet je ervandoor?
- Waarom moet je weg?

Why do you need to go?

- Ge moet vooraf betalen.
- Je moet vooraf betalen.

- You must pay in advance.
- You have to pay in advance.
- You need to pay in advance.

- Moet ik nog verder gaan?
- Moet ik doorgaan?

Do I need to go on?

- Dit moet gedaan worden.
- Dit moet worden gedaan.

This needs to be done.

- Hij moet kalm worden.
- Hij moet zich beheersen.

He should calm down.

Iemand moet Tom zeggen wat hij moet doen.

Someone needs to tell Tom what to do.

- Moet je vaak hoesten?
- Moet u vaak hoesten?

- Do you need to cough often?
- Do you have to cough often?

- Waar moet ik kijken?
- Waar moet ik zoeken?

Where should I look?

Dat moet opnieuw.

[Bear] Ugh! No, we have to try this again.

Natuurlijk moet dat.

Of course we do.

Hij moet oppassen.

He needs to be careful.

Hij moet handelen.

He must act.

Hij moet dood.

- He shall die.
- He must die.

Je moet gaan.

You have to go.

Ja, je moet.

Yes, you must.

Moet ik overstappen?

Do I need to transfer?

Vis moet zwemmen.

Fish gotta swim.

Ik moet studeren.

I must study.

Tom moet ervandoor.

Tom should get going.

Ik moet bellen.

- I have to make a phone call.
- I have to make a call.

Ik moet slapen.

I have to sleep.

Ik moet plassen!

I need the loo!

Ze moet daarnaartoe.

She must go there.

Moet ik studeren?

Do I have to study?

Ik moet pissen.

- I've gotta take a piss.
- I have to take a leak.
- I need to pee.

Moet ik meegaan?

- Shall I go together with you?
- Do you want me to go with you?
- Should I go with you?

Ik moet tanken.

I have to put gas in the tank.

Ik moet stofzuigen.

I need to hoover.

Ik moet lachen.

I cannot help laughing.

Ik moet gaan.

I should go.

Ik moet fietsen.

I must ride a bicycle.

Ik moet terug.

- I have to go back.
- I need to go back.

Ik moet betalen.

I have to pay.

Je moet luisteren.

- Listen.
- Listen up.