Translation of "Juist" in English

0.010 sec.

Examples of using "Juist" in a sentence and their english translations:

Juist.

[Pepe] Well.

Juist!

Exactly!

- Correct!
- Juist!

- That's right!
- Correct!
- Right!
- Exactly!

- Uw antwoord is juist.
- Jouw antwoord is juist.

- Your answer is right.
- Your answer is correct.

Ze zongen juist.

They sang in tune.

- Juist!
- Het klopt!

Right!

Goed, juist, ja.

Good, right, yes.

- Precies!
- Juist!
- Exact!

- That's right!
- Correct!
- That's right.
- Right!
- Exactly!

De zin "Deze zin is grammatisch juist" is grammatisch juist.

The sentence "This sentence is grammatically correct." is grammatically correct.

Dan begint het juist.

It's where it begins.

- Precies!
- Juist!
- Het klopt!

Exactly!

Hoorden ze het juist?

Did they hear correctly?

Beide uitspraken zijn juist.

Both pronunciations are correct.

De prijs is juist.

The price is right.

Uw veronderstelling is juist.

Your hypothesis is correct.

Beide antwoorden zijn juist.

- The two answers are both correct.
- Both answers are correct.

Jouw antwoord is juist.

- Your answer is right.
- Your answer is correct.

Is mijn antwoord juist?

Is my answer correct?

Ik heb juist gegeten.

- I've just finished eating.
- I have just finished eating.

Is deze zin juist?

Is this sentence correct?

Toms voorspelling was juist.

Tom's prediction was correct.

Mijn horloge gaat juist.

My watch is accurate.

Wat betekent dit juist?

What exactly does that mean?

Ik ben juist klaar.

Just finished it.

Dat lijkt me juist.

That seems right to me.

Loopt uw horloge juist?

Is your watch correct?

Wat is dat juist?

What is that exactly?

- Uw antwoord is juist.
- Jouw antwoord is juist.
- Jouw antwoord is goed.

- Your answer is right.
- Your answer is correct.

- Precies!
- Juist!
- Het klopt!
- Exact!

Exactly!

Dat is helemaal niet juist.

It isn't totally exact.

De torenklok loopt heel juist.

The clock on that tower is accurate.

De bus is juist vertrokken.

The bus just left.

- Klopt.
- Correct!
- Juist!
- Het klopt!

- Correct!
- Right!

De lichtniveaus moeten precies juist zijn.

Light levels have to be just right.

Wat hij zegt, is niet juist.

What he says is false.

Een ongeval deed zich juist voor.

- An accident just happened.
- An accident has just happened.

Het project wordt juist nu besproken.

This plan is being discussed right now.

Juist. Dus je had drie maanden.

Right. So you had three months.

Dat is nu juist het probleem.

- Therein lies the problem.
- That's where the problem is.

Ik herinner het mij niet juist.

I don't remember exactly.

Je hebt het inderdaad juist voor.

In fact, you are quite right.

Dat is nou juist de lol.

That's part of the fun.

Ik denk dat het juist is.

I think that's correct.

Mijn baas heeft me juist ontslagen.

My boss just fired me.

Tom heeft de vraag juist beantwoord.

Tom answered the question correctly.

Ik heb nu juist veel problemen.

I have a lot of problems at the moment.

Een van de antwoorden is juist.

One of the answers is correct.

Het juiste doen is altijd juist.

Doing the right thing is always the right thing.

Alles wat hij zegt, is juist.

Everything he says is correct.

Waarom heeft ze juist die gekocht?

Why did she buy that one?

Maar wat als 10 procent juist is?

But what if 10 percent is right?

Hij werd Facundo genoemd. Juist. BEDANKT, PEPE

He was called Facundo. Right. THANK YOU, PEPE

Hun huis ligt juist tegenover de bushalte.

- Their house is just opposite the bus stop.
- Her house is just opposite the bus stop.

Alleen ik kon de vraag juist beantwoorden.

Only I could answer the question correctly.

Daar schoot mij juist iets te binnen.

I just got an idea.

Negen keer op tien raad ik juist.

I guess right nine times out of ten.

Ik weet niet juist wanneer ik terugkom.

- I don't know exactly when I will be back.
- I don't know exactly when I'll be back.

Het is juist wat ik wilde zien.

This is exactly what I wanted to see.

- Loopt je horloge goed?
- Loopt uw horloge juist?

Is your watch correct?

- Ja. Dat is juist.
- Ja, dat is correct.

Yes. That's right.

Hij kwam juist op tijd aan op school.

He got to school just in time.