Translation of "Het" in Hungarian

0.033 sec.

Examples of using "Het" in a sentence and their hungarian translations:

- Het regent pijpenstelen.
- Het regent dat het giet.
- Het hoost.
- Het giet.
- Het regent keihard.
- Het regent enorm.

Esik, mintha dézsából öntenék.

- Het gaat zoals het gaat.
- Het komt zoals het komt.

Úgy lett, ahogy lennie kellett.

- Het regent.
- Het is aan het regenen.

- Esik az eső.
- Esik.

- Het regende.
- Het was aan het regenen.

Éppen esett az eső.

- Het sneeuwt.
- Het is aan het sneeuwen.

- Esik a hó.
- Havazik.

- Sneeuwt het?
- Is het aan het sneeuwen?

Havazik?

Het vrouwtje begrijpt het.

A nőstény veszi a lapot.

- Bestudeer het.
- Onderzoek het.

Vizsgáld ezt meg!

- Probeer het!
- Probeer het.

- Próbáld meg!
- Próbáld ki!

Het internet zegt het.

Az internet szerint.

- Grijp het!
- Pak het!

Ragadd meg!

- Het had gesneeuwd.
- Het heeft gesneeuwd.
- Het was aan het sneeuwen.

Havazott.

- Het is weer aan het regenen.
- Het regent weer.
- Het is weer aan het regenen!

- Megint esik.
- Már megint esik!

- Het komt voor.
- Het gebeurt wel.
- Het gebeurt.

Ez megtörténik.

- Herstel het alsjeblieft.
- Herstel het alstublieft.
- Regel het alsjeblieft.
- Regel het alstublieft.

Kérlek, javítsd ezt meg!

- Het is vuilnis.
- Het is rotzooi.
- Het is afval.
- Het is rommel.

Ez szemét.

- Het schip vaarde door het Suezkanaal.
- Het schip voer door het Suezkanaal.

A hajó áthaladt a Szuezi-csatornán.

Ontwikkelde het Westen het krachtig,

a Nyugat nagy erővel tökéletesítette,

Het is wat het is.

Olyan, amilyen.

Is het het waardeloze eten?

A pocsék kajával van baj?

Is het het dure parkeren?

Esetleg sokba kerül a parkolás?

Zeg het in het Engels.

Mondd angolul!

Het was aan het sneeuwen.

Havazott.

- Het stinkt.
- Het ruikt slecht.

- Büdös.
- Bűzlik.

Het meisje zag het ook.

A lány is látta.

- Vergeet het niet.
- Onthou het.

Emlékezz rá.

Het is zoals het is.

- Ez az, ami.
- Ez van.

- Regent het?
- Regent het nu?

Most esik?

Het kwam uit het niets.

A semmiből került elő.

- Sluit het.
- Doe het dicht.

- Csukd be!
- Zárd be!

- Maak het stuk!
- Breek het!

Törd össze!

Zeg het in het Hongaars!

Mondja ezt magyarul!

Zeg het in het Grieks!

Mondja ezt görögül!

Het is het nieuwste snufje.

Teljes a harag.

- Schrijf het op!
- Noteer het!

Írd le!

Het is het proberen waard.

- Megéri megpróbálni.
- Megér egy próbát.

- Je hebt het.
- U hebt het.
- Jullie hebben het.

Meglesz.

- Je verdient het.
- U verdient het.
- Jullie verdienen het.

Megérdemled.

- Het ijs is aan het smelten.
- Het ijs smelt.

Olvad a jég.

- Het is betreurenswaardig.
- Het is spijtig.
- Het is jammer.

Ez sajnálatos.

- Het regent weer!
- Het is weer aan het regenen!

Már megint esik!

- Misschien gaat het sneeuwen.
- Het is mogelijk dat het gaat sneeuwen.
- Misschien zal het sneeuwen.
- Misschien sneeuwt het.

Lehet, hogy havazni fog.

- Ze verdienden het.
- Zij verdienden het.
- Ze hebben het verdiend.
- Zij hebben het verdiend.

Megérdemelték.

- Toen ik het probeerde, was het makkelijk.
- Toen ik het probeerde, was het simpel.

Amint megpróbáltam, egyszerű volt.

Hier is het tijdelijke het nieuwe permanente aan het worden.

Itt az ideiglenes jelenti az új állandóságot.

- Het is van het huis.
- Deze is van het huis.

A cég ajándéka.

- Het is het proberen waard.
- Het is een poging waard.

Megéri megpróbálni.

- Het zit op slot.
- Het is afgesloten.
- Het is vergrendeld.

Ez zárva van.

- Het schip vaart naar het noorden.
- Het schip vaart noordwaarts.

A hajó északnak tart.

- Het spookt in dat huis.
- Het spookt in het huis.

A házat kísértetek látogatják.

- Het is gloednieuw.
- Het is splinternieuw.
- Het is volledig nieuw.

- Ez vadonatúj.
- Zsír új.
- Vadi új.
- Vadonat új.

Hoe ver is het van het vliegveld naar het hotel?

Milyen messze van a repülőtértől a szálloda?

Onder het ijs ligt het grondgesteente.

Nos, a jég alatt rejtőzik az alapkőzet.

Het betekent 'hoop' in het Arabisch.

Ez arabul annyit tesz: remény.

het krioelende leven in het bos,

A nyüzsgő erdei élet,

- Regel het alsjeblieft.
- Regel het alstublieft.

Kérlek, javítsd ezt meg!

- Corrigeer het alsjeblieft.
- Corrigeer het alstublieft.

Kérlek, javítsd ezt ki!

Het is tijd voor het middageten.

Ebédidő van.

Het oudje keek door het sleutelgat.

Az öregasszony a kulcslyukon át leskelődött.

- Het is eten.
- Het is voedsel.

Ez étel.

- Het is geweldig.
- Het is prachtig.

Csodálatos!

- Om het even.
- Het zal wel.

- Tökmindegy!
- Mindegy!

- Het is ongelofelijk.
- Het is ongelooflijk!

- Hihetetlen!
- Ez hihetetlen!

- Geef het op!
- Geef het op.

- Mondj le!
- Hagyd abba!
- Add fel!
- Felejtsd el!

- Verlaat het schip!
- Verlaat het schip.

Hajót elhagyni!

- Het is verouderd.
- Het is achterhaald.

Ez elavult.

- Het is klaar!
- Het is gedaan!

- Kész!
- Kész van!
- Készen van!
- Elkészült.

Hij wist het vanaf het begin.

- A kezdettől fogva tudta ezt.
- Az egész idő alatt tudta ezt.
- Mindvégig tudta.
- Egész idő alatt tudta.

- Het is ongelofelijk.
- Het is ongelooflijk.

- Ez hihetetlen.
- Hihetetlen!

- Het is lente.
- Het is voorjaar.

Tavasz van.

- Het lijkt makkelijk.
- Het lijkt eenvoudig.

Könnyűnek hangzik.

- Ik begrijp het.
- Ik snap het.

Értem.

Noch het ene, noch het andere.

- Se az, se a másik.
- Se az egyik, se a másik.

- Het is hopeloos.
- Het is uitzichtloos.

Reménytelen.

- Maakt het uit?
- Doet het ertoe?

- Van ennek jelentősége?
- Számít ez?

- Het zijn idioten.
- Het zijn dwazen.

Bolondok.

- Het is zelfgemaakt.
- Het is huisgemaakt.

Ez házi készítésű.

- Is het lekker?
- Is het goed?

Jó?

- Zijn het criminelen?
- Zijn het misdadigers?

Ők bűnözők?

- Is het klaar?
- Is het gedaan?

Elkészült?