Translation of "Regenen" in German

0.110 sec.

Examples of using "Regenen" in a sentence and their german translations:

- Het zal misschien regenen.
- Het gaat misschien regenen.
- Misschien gaat het regenen.
- Het kan gaan regenen.

- Es mag vielleicht regnen.
- Es könnte regnen.

- Het gaat misschien regenen.
- Misschien gaat het regenen.
- Het kan gaan regenen.

Es könnte regnen.

- Het zal misschien regenen.
- Het gaat misschien regenen.
- Misschien gaat het regenen.

- Vielleicht wird es regnen.
- Nicht ausgeschlossen, dass sich das Wasser aus dem Himmel ergießt.

- Het gaat misschien regenen.
- Misschien gaat het regenen.

Vielleicht wird es regnen.

- Het gaat misschien regenen.
- Het kan gaan regenen.

Es könnte regnen.

- Het gaat vanavond regenen.
- Vanavond gaat het regenen.

Es wird diesen Abend regnen.

Het gaat regenen.

- Es wird bald regnen.
- Es wird gleich regnen.

Gaat het regenen?

Wird es regnen?

- Gaat het vandaag regenen?
- Zal het vandaag gaan regenen?

Wird es heute regnen?

Het zal regenen vanmiddag.

Heute Nachmittag wird es regnen.

Het begon te regenen.

Es fing an zu regnen.

Het begint te regenen.

Es fängt an zu regnen.

Morgen gaat het regenen.

- Morgen wird es regnen.
- Morgen regnet es.

Het gaat misschien regenen.

- Es wird wohl Niederschlag geben.
- Es besteht eine hohe Niederschlagswahrscheinlichkeit.

Misschien gaat het regenen.

Vielleicht regnet es.

Het gaat regenen vanmiddag.

Es wird am Nachmittag regnen.

Gaat het morgen regenen?

- Regnet es morgen?
- Gibt es morgen Regen?

Gaat het vanmiddag regenen?

Regnet es heute Nachmittag?

- Het zal ongetwijfeld gaan regenen.
- Het zal zonder twijfel gaan regenen.

Es wird auf jeden Fall regnen.

- Het is weer aan het regenen.
- Het is weer aan het regenen!

Es regnet wieder.

Misschien gaat het vanmiddag regenen.

Es kann sein, dass es heute Nachmittag regnet.

Opeens begon het te regenen.

Plötzlich fing es an zu regnen.

Het kan morgen gaan regenen.

- Morgen könnte es Regen geben.
- Es ist möglich, dass es morgen regnet.

Wanneer begon het te regenen?

Wann hat es angefangen zu regnen?

Het begon fel te regenen.

- Es begann, stark zu regnen.
- Es begann heftig zu regnen.

Het gaat waarschijnlijk regenen vanmiddag.

Wahrscheinlich regnet es heute Nachmittag.

Het begon pijpestelen te regenen.

Das fing mächtig an zu regnen.

Het zal waarschijnlijk regenen morgen.

Morgen wird es wahrscheinlich regnen.

Het bleef drie dagen regenen.

Der Regen dauerte drei Tage lang an.

Misschien gaat het regenen morgen.

Morgen wird es vielleicht regnen.

Het zou kunnen regenen morgen.

- Morgen könnte es Regen geben.
- Es könnte morgen regnen.

Is het gestopt met regenen?

Hat der Regen aufgehört?

Het is aan het regenen.

Es regnet gerade.

- Volgens de weersvoorspelling gaat het morgenmiddag regenen.
- Volgens het weerbericht gaat het morgenmiddag regenen.

Nach der Wettervorhersage wird es morgen Nachmittag regnen.

- Ik vrees dat het zal gaan regenen.
- Ik ben bang dat het gaat regenen.

Ich fürchte, es wird regnen.

- Het begon fel te regenen.
- Het begon te gieten.
- Het begon pijpestelen te regenen.

- Es begann, stark zu regnen.
- Es begann heftig zu regnen.
- Das fing mächtig an zu regnen.

Ja, het zou kunnen gaan regenen.

Ja, es sieht heute nach Regen aus.

Het zal gauw stoppen te regenen.

Es hört bald auf zu regnen.

Melanie denkt dat het gaat regenen.

Melanie glaubt, dass es regnen wird.

Tom denkt dat het gaat regenen.

Tom glaubt, dass es regnen wird.

Het zal zonder twijfel gaan regenen.

Es wird zweifellos regnen.

Het is weer aan het regenen.

Es regnet wieder.

Het is weer aan het regenen!

Es regnet wieder.

Gaat het nog steeds regenen vandaag?

Kommt heute noch Regen?

- Het is weer aan het regenen.
- Het regent weer.
- Het is weer aan het regenen!

Es regnet wieder.

- Gaat het nog steeds regenen vandaag?
- Regent het vandaag nog?
- Gaat het vandaag nog regenen?

Kommt heute noch Regen?

Ik denk dat het vandaag gaat regenen.

Ich denke, dass es heute regnen wird.

Ik wou dat het ophield met regenen.

Ich hoffe, es hört auf zu regnen.

Het schijnt dat het morgen zal regenen.

Es scheint morgen Regen zu geben.

Ik ben bang dat het gaat regenen.

Ich habe Angst, dass es regnen wird.

Het bleef de hele dag door regenen.

Der Regen hielt den ganzen Tag an.

- Het regende.
- Het was aan het regenen.

Es regnete.

Ik vrees dat het zal gaan regenen.

Ich fürchte, es wird regnen.

"Zal het regenen?" "Ik hoop van niet."

„Wird es regnen?“ „Ich hoffe nicht!“

- Het regent.
- Het is aan het regenen.

- Es regnet.
- Es regnet gerade.

Volgens de radio zal het morgen regenen.

Laut Radio wird es morgen regnen.

We vertrekken zodra het stopt met regenen.

Wir gehen los, wenn es aufhört zu regnen.