Translation of "Jij" in English

0.052 sec.

Examples of using "Jij" in a sentence and their english translations:

Jij.

You, you.

- Hey, jij!
- Hé, jij daar!

- Hey, you.
- Hey, you!

- Ben jij dat?
- Ben jij het?
- Ben jij 't?

Is it you?

- Jij idioot!!
- Idioot!
- Stomkop!
- Sukkel!
- Jij ezel!
- Dwaas!
- Jij idioot!

Fool!

Jij bent de baas, jij beslist.

You're in charge, your decision.

- Ben jij 't?
- Ben jij dit?

- Is it you?
- Is that you?

- Jij bent degene.
- Jij bent het.

You are the one.

- Onnozelaar!
- Jij imbeciel!
- Imbeciel!
- Jij onnozelaar!

You imbecile!

Jij bepaalt.

You decide.

Jij weer?

You again?

Jij zot!

You're nuts!

Jij lult.

- You're shitting me.
- You're full of shit.
- You're bullshitting me.
- You're full of it.

Jij verrader!

You traitor!

Jij ook.

You too.

Jij snaterde.

You cackled.

Jij serveert.

Now it's your serve.

Jij hypocriet!

You hypocrite!

Jij rende.

You ran.

Jij ezel!

- You idiot!
- Idiot!
- Fool!
- What a dope!

Jij eet.

You eat.

Jij rent.

- You run.
- You are running.

En jij?

How about you?

Jij begint.

You start.

Jij monster!

You monster!

Jij spreekt.

- You speak.
- Thou speakest.
- You are talking.

Jij dan?

How about you?

Jij kookt.

You're cooking.

Jij rijdt.

You drive.

Jij verloor.

You lost.

Jij ontsnapte.

You escaped.

Ski jij?

Do you ski?

Oh, jij!

Oh, you!

Jij sukkel!

You dork!

Jij bent de baas, jij gaat me me mee. Jij bepaalt.

You're in charge, you're with me on this. You decide.

- Gij eerst.
- Jij eerst.
- Ga jij maar eerst.
- Jij mag eerst.

You go first.

Wat denk jij? Jij bent de baas.

What do you reckon? You're in charge.

Wat denk jij? Jij bent de baas.

What do you reckon? You're in charge.

- Jij bent aan de beurt.
- Jij bent.

- It's your move.
- It's your turn.

- Jij hielp ons.
- Jij hebt ons geholpen.

You helped us.

- Jij wint.
- Jij bent aan het winnen.

You're winning.

- Jij blijft hier.
- Jij zal hier blijven.

You'll stay here.

- Ben jij zanger?
- Ben jij een zangeres?

Are you a singer?

- Jij bent hopeloos.
- Jij bent een hopeloos geval.
- Jij deugt nergens meer voor.

You are hopeless.

Wat denk jij? Modder of takken? Jij bepaalt.

So what do you think? Mud or branches? You decide.

Jij geeft leiding aan deze tocht. Jij bepaalt.

You're in charge on this journey. You decide.

Jij hebt het voor het zeggen. Jij bepaalt.

You're in charge, remember? You decide.

Jij kan niet vertalen wat jij niet begrijpt.

You can't translate what you don't understand.

- Jij idioot!!
- Idioot!
- Stomkop!
- Sukkel!
- Jij ezel!
- Dwaas!

You idiot!

- Heb jij je sleutels?
- Heb jij de sleutels?

Do you have your keys?

- Jij bent onze buurman.
- Jij bent onze buurvrouw.

You're our neighbor.

- Jij bent Tom, niet?
- Jij bent Tom, nietwaar?

You're Tom, aren't you?

- Werk jij op maandagen?
- Werk jij 's maandags?

Do you work on Mondays?

- Gij eerst.
- Jij eerst.
- Ga jij maar eerst.

You go first.

Wat denk jij?

What do you think?

Goed gedaan, jij.

Well done, you!

Jij mag beslissen.

Okay, so you decide:

Wat vind jij?

What do you think?

Wie demoniseer jij?

who do you demonize?

"Ben jij flexibel?"

"Are you agile?"

Jij bent professor.

You are a professor.

Welke neem jij?

- Which one do you take?
- Which ones do you take?

Jij bent ondeugend.

You are naughty.

Jij, wees stil!

You, be quiet!

Hé, jij daar!

- Hey, you.
- Hey, you there!
- Hey, you!