Translation of "Anda" in Dutch

0.028 sec.

Examples of using "Anda" in a sentence and their dutch translations:

- Ella anda.
- Anda.

Hij loopt.

¡Anda!

- Kom op!
- Dat meen je niet!

Anda.

Ze loopt.

- Ella anda.
- Ella camina.
- Anda.

Ze loopt.

¿Cómo anda?

Hoe gaat het?

¿Qué anda mal?

Wat gaat er niet?

- Anda.
- Eso funciona.

Het werkt.

¿Algo anda mal?

Is er iets mis?

Pero algo anda mal.

Maar er is iets mis.

Hoy papá anda impaciente.

- Papa is ongeduldig vandaag.
- Papa is vandaag ongeduldig.

¿Cómo anda tu resfriado?

Hoe is het met je verkoudheid?

Él anda en pijamas.

Hij loopt in pyjama.

Algo no anda bien.

Iets gaat niet goed.

¿Cómo anda la familia?

Alles goed met de familie?

Algo anda mal aquí.

Hier klopt iets niet.

El auto anda rápido.

De auto loopt snel.

¿Sabes qué anda mal contigo?

Weet je wat er mis is met jou?

El motor no anda bien.

Er gaat iets niet goed met de motor.

Algo anda muy mal aquí.

- Er is hier iets heel mis.
- Hier klopt iets helemaal niet.
- Er is iets serieus fout hier.

Anda y pregúntale a Tom.

Vraag maar aan Tom.

Siento que algo anda mal.

Ik voel dat er iets mis is.

Mi reloj anda cinco minutos adelantado.

Mijn klok loopt vijf minuten voor.

Algo anda mal con el motor.

Er is iets mis met de motor.

Algo anda mal con los frenos.

Er is iets mis met de remmen.

- María camina despacio.
- María anda despacio.

Maria gaat langzaam.

- Anda al garaje.
- Vete al garaje.

Ga naar de garage.

Anda un ratón por la habitación.

Er loopt een muis door de kamer.

Anda con cuidado a tu casa.

Wees voorzichtig op de weg naar huis.

Anda en campaña electoral. Está haciendo proselitismo.

Ze doet mee aan de verkiezingscampagne. Ze doet de hele tour.

Anda a ayudar a lavar los platos.

Ga helpen bij de afwas.

- ¿Cuál es el problema?
- ¿Qué anda mal?

- Wat is er?
- Wat is er mis?

Su viejo auto anda en las últimas.

Zijn oude auto houdt het niet lang meer uit.

- Él está en pijamas.
- Él anda en pijamas.

- Hij draagt een pyjama.
- Hij loopt in pyjama.

Su salud ya anda mucho mejor que ayer.

- Haar gezondheidstoestand is al veel beter dan gisteren.
- Haar gezondheid is al veel beter dan gisteren.

- Algo no anda bien.
- Hay algo que está mal.

- Er klopt iets niet.
- Er is iets mis.
- Er is iets aan de hand.
- Iets gaat niet goed.

- Presiento que algo va mal.
- Siento que algo anda mal.

Ik voel dat er iets mis is.

- Los frenos no funcionan.
- Algo anda mal con los frenos.

Er is iets mis met de remmen.

El que lee mucho y anda mucho, ve mucho y sabe mucho.

Hij die veel leest en veel wandelt, ziet veel en weet veel.

- Mi reloj está cinco minutos adelantado.
- Mi reloj anda cinco minutos adelantado.

Mijn klok loopt vijf minuten voor.

- Me parece que algo va mal.
- Tengo la impresión de que algo anda mal.

- Ik heb de indruk dat iets niet klopt.
- Ik denk dat er iets mis is.

- Estate atenta en el camino de vuelta a casa.
- Anda con cuidado a tu casa.

Wees voorzichtig op de weg naar huis.

Hacen solo diez grados y el anda afuera en camiseta. Me da frío solo con mirarlo.

Het is maar tien graden, en hij loopt in een T-shirt buiten. Ik krijg het al koud als ik naar hem kijk.

Ya es tarde. Anda a acostarte de inmediato porque mañana tienes que ir de nuevo a trabajar.

Het is al laat. Ga vlug slapen, want morgen moet ge weer gaan werken.

- Mi reloj está cinco minutos adelantado.
- Mi reloj anda cinco minutos adelantado.
- Mi reloj está adelantado cinco minutos.

Mijn klok loopt vijf minuten voor.