Translation of "Pero" in Dutch

0.034 sec.

Examples of using "Pero" in a sentence and their dutch translations:

¿Pero asustarlos?

Maar ze bang maken?

Pero no.

maar nee.

Pero yo

Maar ik,

Pero, ¿funciona?

Maar werkt het?

¿Pero qué...?

Waaaa...

- ¿Pero todavía está vivo?
- ¿Pero él aún vive?

Maar hij leeft nog?

- Pero él era afortunado.
- Pero él tuvo suerte.

Maar hij heeft geluk gehad.

Pero lo peor

Waar wat erger is,

Pero sin ella

Maar zonder dat

Pero Facebook sí.

Maar Facebook weet het.

Pero algo sucedió

Maar er gebeurde iets

Pero consideren esto:

Overweeg even het volgende:

Pero, seamos realistas,

Maar laten we realistisch zijn.

pero ocurre que

maar het punt is:

Pero debía respirar.

Ik moest adem gaan halen.

Pero será peligroso.

Maar dat wordt gevaarlijk.

Pero es arriesgado.

Maar het is riskant.

Se puede, pero...

Het is mogelijk, maar...

Pero es energía.

Maar het is een beetje energie.

Pero no todos.

Maar niet allemaal.

¿Pero sabes qué?

Maar zal ik eens wat zeggen:

Pero creo, básicamente,

Wat in mijn ogen echter belangrijk is:

Pero ¿saben qué?

Maar weet je?

Pero aplicas jabón...

Maar voeg zeep toe ...

Pero no quiero.

Maar ik wil niet.

¿Pero qué querés?

Maar wat wil je?

¡Pero qué día!

Wat een dag!

¿Pero por qué?

Maar waarom?

- Es extraño, pero es así.
- Es extraño, pero cierto.

- Dat is vreemd, maar waar.
- Dat klinkt vreemd, maar het is waar.
- Het is vreemd, maar waar.

- Pero él necesitaba trabajo.
- Pero él necesitaba un empleo.

- Maar hij had werk nodig.
- Maar hij had een job nodig.
- Maar hij had een baan nodig.

- Es joven pero experimentado.
- Él es joven, pero experimentado.

Hij is jong, maar ervaren.

- Pero yo quiero un automóvil.
- Pero yo quiero un coche.

Maar ik wil een auto.

- Pero yo no tenía miedo.
- Pero yo no tuve miedo.

- Maar ik had geen schrik.
- Maar ik was niet bang.

"Bien, ¿pero eso alcanza?"

"Fijn, maar is het schaalbaar?

¿Pero cómo lo conseguimos?

Hoe gaan we dat doen?

Pero, realmente, ¿lo hacemos?

Maar hoe doen we dat dan?

Pero ya lo saben.

Maar dat weten jullie al.

pero no usan anticonceptivos.

maar gebruiken geen anticonceptie.

Pero no lo está.

Dat is ze niet.

Pero conllevan cierto riesgo.

Maar ze hebben wel een risico.

Pero es importante decirles

Maar ik wil je graag vertellen

"Pero tengo un hijo.

"Maar ik heb een zoon.

Ustedes deciden, ¡pero rápido!

Het is jouw beslissing, maar neem hem snel.

Pero, si miramos alrededor,

Maar kijk, als we rondkijken...

Pero esta... no funcionó.

Maar dit wordt hem niet.

¡Pero es muy amarga!

Erg bitter.

Pero no lo hizo.

Maar hij deed het niet.

Pero oscurecen otras cosas.

Maar in feite verdoezelen ze iets anders.

Pero no fue así.

Maar zo ging het niet.

Pero son buenos poemas.

Maar het zijn goede gedichten.

Pero no fue necesario.

Maar gelukkig was dat niet nodig.

Pero no lo hice.

Maar dat heb ik niet gedaan.

Pero ya estamos entregados.

Maar we zitten eraan vast.

pero también me apasiona

maar ik wil ook heel graag

Pero, también, necesitamos agua.

Maar we hebben ook water nodig.

Pero no es estático.

Het is niet statisch.

pero primero debería señalar

maar eerst moet ik uitleggen

Pero también trae peligro.

Maar brengt ook gevaar.

Pero hay un problema.

Er is een probleem.

Pero también hay gigantes.

Maar er zijn ook reuzen.

Pero se distrae fácilmente.

Maar hij raakt snel afgeleid.

Pero nada está garantizado.

Maar niets is gegarandeerd.

Pero otros pueden sentirlo.

Maar andere merken het wel.

Pero también tiene competencia.

Maar ook concurrentie.

Pero esto está funcionando.

Maar het werkt tenminste.

Pero lo haré, vamos.

Maar ik doe het, kom op.

Pero... Esto no miente.

Maar... ...dit ding liegt niet.

Pero miren esto. ¡Miren!

Maar kijk.

Pero esto no miente.

Maar dit ding liegt niet.

pero puede ser difícil.

maar dit kan een lastige zijn.

Pero... se habrían equivocado.

Maar je hebt het mis.

Pero a no rendirse.

Maar geef niet op.

Pero algo anda mal.

Maar er is iets mis.

Pero pueden seguir alimentándose.

Maar ze kunnen zich wel blijven voeden.

Pero esta noche no.

Maar vanavond niet.

Pero también las pitones.

Maar pythons ook.

Pero al socialismo llegaremos.

Socialisme zal zegevieren.

Pero sin el machete.

Maar zonder het kapmes.

pero no es así.

maar dat is niet zo.

Pero se necesitan dos:

Maar daar zijn er twee voor nodig:

Pero no podemos entenderle.

Maar we kunnen hem niet verstaan.

Gracias, pero no gracias.

Bedankt, maar toch liever niet.

Pero él tuvo suerte.

Maar hij heeft geluk gehad.

Pero no tengo dinero.

Maar ik heb geen geld.

Pero seguimos sin él.

Maar we gingen zonder hem door.

Pero sé cocinar bien.

Maar ik kan goed koken.

¡Pero qué pícaros sois!

- Wat zijn jullie toch een bengels!
- Wat zijn jullie toch een belhamels!

Es extraño, pero cierto.

Het is vreemd, maar waar.

Pero salió algo diferente.

Maar er kwam iets anders uit.

¿Pero todavía está vivo?

Maar hij leeft nog?