Translation of "Probleem" in Spanish

0.011 sec.

Examples of using "Probleem" in a sentence and their spanish translations:

- Geen probleem!
- Geen probleem.
- Geen enkel probleem!

- ¡No hay problema!
- ¡Sin problemas!

- Geen probleem!
- Geen probleem.

¡No hay problema!

- Geen probleem!
- Geen enkel probleem!

¡Sin ningún problema!

Geen probleem.

Bien. Estoy bien.

Probleem opgelost!

¡Problema resuelto!

Geen probleem!

¡No hay problema!

- Ik begrijp jouw probleem.
- Ik begrijp uw probleem.
- Ik begrijp jullie probleem.

Entiendo tu problema.

Geen enkel probleem!

¡No hay problema!

Gemakkelijk, geen probleem.

Es fácil, no hay problema.

We hebben geen economisch probleem. We hebben hier 'n probleem.

Ahora no es un problema económico, es un problema de acá.

- Dat is waar het probleem ligt.
- Daar ligt het probleem.

Ahí es donde está el problema.

- Het probleem is vanzelf opgelost.
- Het probleem heeft zichzelf opgelost.

El problema se resolvió solo.

- Ik sta versteld van dit probleem.
- Dit probleem verbijstert me.

- Este problema me desconcierta.
- Encuentro este problema desconcertante.

Wat is het probleem?"

¿Cuál es el daño?"

Is dit een probleem?

¿Piensan que esto es un problema?

Wat is jouw probleem?

¿Cuál es su problema?

Ik heb 'n probleem.

¡Estoy en problemas!

Er is een probleem.

Pero hay un problema.

Is er een probleem?

¿Hay un problema?

Het probleem blijft onopgelost.

- Ese problema está irresuelto.
- El problema sigue sin resolverse.

Onderschat het probleem niet.

No subestimes el problema.

Wat is het probleem?

¿Cuál es el problema?

Hebben we een probleem?

¿Tenemos un problema?

We hebben een probleem.

Tenemos un problema.

Wat was het probleem?

¿Cuál era el problema?

Los het probleem op.

Resuelve el problema.

Ik heb een probleem.

Tengo un problema.

Het probleem is geldgebrek.

El problema es que estamos escasos de plata.

Ik ken het probleem.

Conozco el problema.

Dat is mijn probleem.

Ese es mi problema.

Het is een probleem.

Es un problema.

Het is jouw probleem.

Ese es tu problema.

Het probleem is opgelost.

El problema está resuelto.

Zij onderzoeken het probleem.

Ellos exploran el problema.

We hebben geen probleem.

No tenemos ningún problema.

Toegankelijkheid is een probleem.

La accesibilidad es un problema.

- Graag gedaan.
- Geen probleem.

Ningún problema.

Is dat een probleem?

¿Es un problema?

Dat is een probleem.

- Ese es un problema.
- Eso es un problema.
- Es un problema.

- Dat is nu juist het probleem.
- Dat is waar het probleem ligt.

Ahí es donde está el problema.

- Ik heb hetzelfde probleem als gij.
- Ik heb hetzelfde probleem als jij.

Tengo el mismo problema que tú.

Wat is het probleem dan?

¿cuál es el problema?

Klimaatverandering is niet het probleem.

El cambio climático no es el problema.

Een ander probleem is cultureel.

Otro problema es la cultura.

Nu heb ik 'n probleem.

Estoy en problemas.

Het probleem is onze richting.

El problema es nuestra ruta de viaje.

Niemand kan dit probleem oplossen.

Nadie puede resolver este problema.

Watervervuiling is een ander probleem.

La contaminación del agua es otro problema.

Tom heeft een groot probleem.

- Tom tiene un grave problema.
- Tom tiene un gran problema.

Dan hebben we een probleem...

Entonces tenemos un problema...

Dat is een ander probleem.

Eso es cuestión aparte.

Wie kent dit probleem niet!

¿Quién no conoce ese problema?

Niemand heeft het probleem opgelost.

Nadie ha resuelto el problema.

We hebben het probleem besproken.

Discutimos el problema.

Het is niet mijn probleem.

- No es asunto mío.
- Ese no es mi problema.