Translation of "Jullie" in English

0.038 sec.

Examples of using "Jullie" in a sentence and their english translations:

Jullie kennen jullie superkrachten.

You know what your superpowers are.

- Spelen jullie voetbal?
- Voetballen jullie?

- Do you play soccer?
- Do you guys play soccer?

Jullie zijn jullie paraplu's vergeten.

You forgot your umbrellas.

Waarom haten jullie jullie land?

Why do you hate your country?

Jullie familie heeft jullie nodig.

Your family needs you.

- Waar waren jullie?
- Waar zaten jullie?
- Waar hebben jullie gezeten?

- Where have you been ?
- Where were you guys?

Neem jullie schriften en jullie pennen.

Get out your notebooks and pens.

Weten jullie wel wat jullie vragen?

Do you know what you're asking?

Zijn jullie trots op jullie vader?

Are you proud of your father?

Wij danken jullie voor jullie medewerking.

We thank you for your cooperation.

Jullie moeten jullie schoolboeken niet vergeten.

You can't forget your textbooks.

Hebben jullie nagedacht over jullie tandenborstel?

Did you think about your toothbrush?

- Wisten jullie dit?
- Wisten jullie dat?

- Did you know that?
- Did you know this?

- Wandelen jullie?
- Gaan jullie op trektocht?

Do you hike?

Zijn jullie begonnen met jullie kerstinkopen?

Have you started your Christmas shopping?

Studeren jullie?

Are you studying?

Gedraag jullie!

Behave yourselves!

Jullie spreken.

- You speak.
- Thou speakest.
- Ye speak.
- You are talking.

Jullie versnelden.

You accelerated.

Jullie neuriƫn.

- You're humming.
- You are humming.

Jullie snaterden.

You cackled.

Jullie aten.

You were eating.

Jullie baden.

You were praying.

Jullie dansten.

You danced.

Jullie studeerden.

You were studying.

Jullie verhuisden.

You moved.

Jullie faalden.

You've failed.

En jullie?

And you?

Jullie stinken.

- You stink.
- You guys stink.
- Y'all stink.

Jullie eten.

You eat.

Jullie lezen.

- Read.
- You're reading.

Roken jullie?

Do you guys smoke?

Jullie zongen.

You sang.

Gedraag jullie.

Behave yourselves.

Komen jullie?

Are you coming?

Jullie stalen.

You stole.

Snappen jullie?

- Do you get it?
- Understood?

Jullie kopen.

You're buying.

Jullie koken.

You're cooking.

Verloren jullie?

Did you lose?

Jullie moeten beter opletten wat jullie zeggen.

You should pay more attention to what you say.

Jullie hebben allemaal gedaan wat jullie konden.

You all did what you could.

- Jullie wachtten.
- Jullie waren aan het wachten.

You waited.

Hebben jullie besloten waar jullie gaan lunchen?

Did you decide where you're going to have lunch?

Jullie moeten voor jullie zieke moeder zorgen.

You should take care of your sick mother.

En jullie? Hoe gaat het met jullie?

And you, how are you?

- Waar wachten jullie op?
- Waarop wachten jullie?

- What are you waiting for?
- What are you guys waiting for?

- Zijn jullie gek?
- Zijn jullie gek geworden?

Are you guys crazy?

- Jullie zwemmen.
- Jullie zijn aan het zwemmen.

- You swim.
- You're swimming.
- You are swimming.

Weten jullie hoe jullie het moeten gebruiken?

Do you know how to use it?

Totdat jullie vrede sluiten met wie jullie zijn, zullen jullie niet tevreden zijn met wat jullie hebben.

Until you make peace with who you are, you'll never be content with what you have.

- Hebben jullie gezien hoe zij naar jullie heeft gekeken?
- Hebben jullie gezien hoe zij jullie heeft aangekeken?

Did you see the way she was looking at you?

- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar gaan jullie heen?

- Where are you going to?
- Where are you going?
- Where are you heading?
- Where're you going?
- Where are you guys going?

- Jullie werken te veel!
- Jullie werken te veel.

You work too much.

- Waar praten jullie over?
- Waarover hebben jullie het?

What are you guys talking about?

Als jullie maar proberen dan kunnen jullie het.

You guys can do it if you try.

- Hou jullie klaslokaal zuiver.
- Hou jullie klaslokaal schoon.

Keep your classroom clean.

- Ik begrijp jullie niet.
- Ik snap jullie niet.

I don't understand you.

- Zijn dat jullie paarden?
- Zijn dit jullie paarden?

Are these your horses?

- Waarom vechten jullie altijd?
- Waarom bekvechten jullie altijd?

Why do you guys always fight?

- Hoe zijn jullie binnengeraakt?
- Hoe zijn jullie binnengekomen?

How did you guys get in?

- U verhuisde.
- Jullie verhuisden.
- Jullie bewogen.
- U bewoog.

You moved.

- Vrede zij met jullie.
- Moge vrede jullie vinden.

May peace find you.

Jullie weten niet wat ik jullie verschuldigd ben.

You don't know what I owe you.

Dank jullie wel.

Thank you.

Nu jullie taak:

Now your task:

Hebben jullie zussen?

Do you have any sisters?

Kijken jullie tv?

- Do you watch television?
- Do you watch TV?
- Do you watch telly?

Jullie zijn jochies.

You are young boys.

Jullie zijn dokters.

- You are doctors.
- You're doctors.

Sluit jullie boeken.

- Close your book.
- Close the book.
- Close your books.

Zijn jullie Chinees?

Are you Chinese?

Jullie zijn verbazingwekkend.

You people are amazing.

Jullie zijn Zweeds.

You guys are Swedish.

Amuseren jullie je?

- Are you having fun?
- Are you guys having any fun?

Kent ze jullie?

Does she know you?

Hebben jullie rijst?

Do you have rice?

Begrijpen jullie me?

- Do you understand me?
- Do you get me?

Jullie zijn gestoord!

- You're nuts!
- You're mad!

Ga jullie wassen.

Go wash yourselves.

Jullie zijn speciaal.

- You're special.
- You are special.

Jullie zijn rijk.

- You are rich.
- You're rich.

Hebben jullie kwartjes?

Do you have any quarters?

Jullie vervelen je.

- You are bored.
- You're bored.

Doof jullie sigaretten!

Put out your cigarettes.