Translation of "Het" in Italian

0.010 sec.

Examples of using "Het" in a sentence and their italian translations:

- Neem het.
- Grijp het!
- Pak het!
- Neem het!

Prendilo!

- Het regent pijpenstelen.
- Het regent dat het giet.
- Het hoost.
- Het giet.
- Het regent keihard.
- Het regent enorm.

- Piove a catinelle!
- Sta piovendo duramente.

- Het regende.
- Het was aan het regenen.

- Stava piovendo.
- Pioveva.

- Het regent.
- Het is aan het regenen.

Sta piovendo.

- Het sneeuwt.
- Het is aan het sneeuwen.

- Nevica.
- Sta nevicando.

Aan het eind was het het waard.

Ne valeva la pena alla fine.

Het vrouwtje begrijpt het.

La femmina lo ha colto.

- Bestudeer het.
- Onderzoek het.

- Esaminalo.
- Esaminala.
- Lo esamini.
- La esamini.
- Esaminatelo.
- Esaminatela.

- Probeer het!
- Probeer het.

- Provalo.
- Provala.
- Lo provi.
- La provi.
- Provatelo.
- Provatela.

- Het kietelt.
- Het kriebelt.

- Fa il solletico.
- Solletica.

- Het had gesneeuwd.
- Het heeft gesneeuwd.
- Het was aan het sneeuwen.

Nevicò.

- Laat het liggen.
- Geef het op!
- Laat het.

- Lascia perdere.
- Lasci perdere.
- Lasciate perdere.
- Lascia perdere e basta.

Het is het karakter dat het verschil maakt.

È il carattere a fare la differenza.

- Het komt voor.
- Het gebeurt wel.
- Het gebeurt.

- Capita.
- Succede.

Doe het zoals het je het beste lijkt.

Fai al meglio.

- Het is weer aan het regenen.
- Het regent weer.
- Het is weer aan het regenen!

- Sta piovendo di nuovo.
- Sta piovendo ancora.

- Het is vuilnis.
- Het is rotzooi.
- Het is afval.
- Het is rommel.

È spazzatura.

- Verander het doel.
- Verander het doelwit.
- Wijzig het doel.
- Wijzig het doelwit.

- Cambi bersaglio.
- Cambiate bersaglio.
- Cambi il bersaglio.
- Cambiate il bersaglio.

Het is wat het is.

È proprio così.

Ontwikkelde het Westen het krachtig,

l'Occidente l'ha innalzato con efficacia

Is het het waardeloze eten?

È forse il pessimo cibo?

Is het het dure parkeren?

Sarà il prezzo del parcheggio?

Zeg het in het Engels.

- Dillo in inglese.
- Lo dica in inglese.
- Ditelo in inglese.

Het was aan het sneeuwen.

- Nevicava.
- Stava nevicando.

- Het stinkt.
- Het ruikt slecht.

- Puzza.
- Ha un cattivo odore.

Zeg het in het Frans.

- Ditelo in francese.
- Lo dica in francese.
- Dillo in francese.
- Dilla in francese.
- La dica in francese.
- Ditela in francese.

Het is het nieuwste snufje.

È tutta la rabbia.

- Vergeet het niet.
- Onthou het.

- Ricordatene.
- Se ne ricordi.
- Ricordatevene.

- Regent het?
- Regent het nu?

- Sta piovendo ora?
- Sta piovendo adesso?

- Sluit het.
- Doe het dicht.

- Chiudilo.
- Chiudila.
- Lo chiuda.
- La chiuda.
- Chiudetelo.
- Chiudetela.

Het maakt al het verschil.

Fa una grande differenza.

- Was het nuttig?
- Hielp het?

Era utile?

Het is slechts het begin.

- È solo l'inizio.
- È solamente l'inizio.

Het meisje brak het venster.

La ragazza ruppe la finestra.

Het is het nieuwe model.

È il nuovo modello.

Het regent niet. Het sneeuwt.

Non piove, nevica.

Het eerste: het haalt je eindelijk naar het heden.

La prima: ti porta finalmente nel presente.

- Je verdient het.
- U verdient het.
- Jullie verdienen het.

- Te lo meriti.
- Se lo merita.
- Ve lo meritate.
- Te la meriti.
- Se la merita.
- Ve la meritate.
- Tu te lo meriti.
- Lei se lo merita.
- Voi ve lo meritate.
- Lei se la merita.

- Het ijs is aan het smelten.
- Het ijs smelt.

Il ghiaccio si sta sciogliendo.

- Het is betreurenswaardig.
- Het is spijtig.
- Het is jammer.

- È deplorevole.
- È spiacevole.
- È sfortunato.
- È sfortunata.
- È increscioso.
- È incresciosa.

- Oh, het sneeuwt!
- Oh, het is aan het sneeuwen!

Oh, sta nevicando!

- Het regent weer!
- Het is weer aan het regenen!

Piove di nuovo!

- Leg het boek terug waar het lag.
- Leg het boek terug waar het stond.
- Leg het boek terug waar het was.

Rimetti il libro dov'era.

- Het regent dat het giet.
- Het hoost.
- De regen valt met bakken naar beneden.
- Het regent keihard.
- Het is hard aan het regenen.
- Het regent enorm.

Sta piovendo duramente.

- Hij vertaalde het vers in het Engels.
- Hij vertaalde het couplet in het Engels.

Lui tradusse la strofa in Inglese.

- Ze verdienden het.
- Zij verdienden het.
- Ze hebben het verdiend.
- Zij hebben het verdiend.

L'hanno meritato.

Hier is het tijdelijke het nieuwe permanente aan het worden.

Qui il temporaneo sta diventando il nuovo permanente.

- Het is bitter koud.
- Het is ijskoud.
- Het is steenkoud.

C'è un freddo cane.

- Het is het proberen waard.
- Het is een poging waard.

- Ne vale la pena provare.
- Ne vale la pena di fare un tentativo.

- Het zit op slot.
- Het is afgesloten.
- Het is vergrendeld.

- È serrato.
- È serrata.

- Het is geweldig.
- Het is te gek.
- Het is super.

- È fantastico.
- È fantastica.

Zij vertaalde het boek vanuit het Japans naar het Engels.

- Ha tradotto il libro dal giapponese all'inglese.
- Lei ha tradotto il libro dal giapponese all'inglese.
- Tradusse il libro dal giapponese all'inglese.
- Lei tradusse il libro dal giapponese all'inglese.

- Het is gloednieuw.
- Het is splinternieuw.
- Het is volledig nieuw.

- È nuovo di zecca.
- È nuova di zecca.

- Het spookt in dat huis.
- Het spookt in het huis.

La casa è infestata dagli spiriti.

Jij hebt het voor het zeggen.

Decidi tu.

Onder het ijs ligt het grondgesteente.

Sotto il ghiaccio si trova il substrato roccioso.

het krioelende leven in het bos,

La vita brulicante di una foresta vivace

- Het lijkt redelijk.
- Het lijkt verstandig.

- Ciò sembra ragionevole.
- Sembra ragionevole.

- Het komt voor.
- Het gebeurt wel.

Sta arrivando.

- Zet het af.
- Zet het uit.

- Spegnilo.
- Spegnila.
- Spegnetelo.
- Spegnetela.
- Lo spenga.
- La spenga.

Plooi het blad in het midden.

- Piega il foglio nel mezzo.
- Piegate il foglio nel mezzo.
- Pieghi il foglio nel mezzo.

"Wie is het?" "Ik ben het."

"Chi è?" "Sono io."

- Verzeker het, alsjeblieft.
- Verzeker het, alstublieft.

- Assicuralo, per favore.
- Assicurala, per favore.
- Assicuralo, per piacere.
- Assicurala, per piacere.
- Lo assicuri, per favore.
- La assicuri, per favore.
- Lo assicuri, per piacere.
- La assicuri, per piacere.
- Assicuratelo, per favore.
- Assicuratela, per favore.
- Assicuratelo, per piacere.
- Assicuratela, per piacere.

Het vliegtuig vloog naar het oosten.

L'aereo volava verso est.

- Nu sneeuwt het.
- Het sneeuwt nu.

- Sta nevicando ora.
- Sta nevicando adesso.

Het meisje stond voor het lokaal.

La ragazza stava davanti all'uditorio.

- Geef het op!
- Geef het op.

- Lascia perdere.
- Lasci perdere.
- Lasciate perdere.

Het ijs heeft het sap verdund.

Il ghiaccio ha diluito il succo.

- Het is geweldig.
- Het is prachtig.

- È meraviglioso.
- È meravigliosa.

- Het is ongelofelijk.
- Het is ongelooflijk!

È incredibile!

- Om het even.
- Het zal wel.

Va beh.

- Het is ongelofelijk.
- Het is ongelooflijk.

È incredibile.

- Eindelijk, het sneeuwt!
- Eindelijk sneeuwt het!

Finalmente sta nevicando!

- Het is verouderd.
- Het is achterhaald.

- È obsoleto.
- È obsoleta.

- Het ijs smelt.
- Het ijsje smelt.

Il gelato si sta sciogliendo.

- Het is lente.
- Het is voorjaar.

È primavera.

- Het lijkt makkelijk.
- Het lijkt eenvoudig.

Sembra facile.

Het is onder het bed verstopt.

- È nascosto sotto il letto.
- È nascosta sotto il letto.

Na het voorgerecht komt het hoofdgerecht.

Dopo la prima portata arriva il piatto principale.