Translation of "Het" in Italian

0.036 sec.

Examples of using "Het" in a sentence and their italian translations:

- Neem het.
- Grijp het!
- Pak het!
- Neem het!

Prendilo!

- Het regent pijpenstelen.
- Het regent dat het giet.
- Het hoost.
- Het giet.
- Het regent keihard.
- Het regent enorm.

- Piove a catinelle!
- Sta piovendo duramente.

- Het regende.
- Het was aan het regenen.

Stava piovendo.

- Het regent.
- Het is aan het regenen.

Sta piovendo.

- Het sneeuwt.
- Het is aan het sneeuwen.

- Nevica.
- Sta nevicando.

Aan het eind was het het waard.

Ne valeva la pena alla fine.

Het vrouwtje begrijpt het.

La femmina lo ha colto.

- Bestudeer het.
- Onderzoek het.

- Esaminalo.
- Esaminala.
- Lo esamini.
- La esamini.
- Esaminatelo.
- Esaminatela.

- Probeer het!
- Probeer het.

- Provalo.
- Provala.
- Lo provi.
- La provi.
- Provatelo.
- Provatela.

- Het kietelt.
- Het kriebelt.

- Fa il solletico.
- Solletica.

- Het had gesneeuwd.
- Het heeft gesneeuwd.
- Het was aan het sneeuwen.

Nevicò.

- Het is weer aan het regenen.
- Het regent weer.
- Het is weer aan het regenen!

- Sta piovendo di nuovo.
- Sta piovendo ancora.

- Laat het liggen.
- Geef het op!
- Laat het.

- Lascia perdere.
- Lasci perdere.
- Lasciate perdere.
- Lascia perdere e basta.

Doe het zoals het je het beste lijkt.

Fai al meglio.

Het is het karakter dat het verschil maakt.

È il carattere a fare la differenza.

- Het komt voor.
- Het gebeurt wel.
- Het gebeurt.

- Capita.
- Succede.

- Het is vuilnis.
- Het is rotzooi.
- Het is afval.
- Het is rommel.

È spazzatura.

- Verander het doel.
- Verander het doelwit.
- Wijzig het doel.
- Wijzig het doelwit.

- Cambi bersaglio.
- Cambiate bersaglio.
- Cambi il bersaglio.
- Cambiate il bersaglio.

Ontwikkelde het Westen het krachtig,

l'Occidente l'ha innalzato con efficacia

Het is wat het is.

È proprio così.

Is het het waardeloze eten?

È forse il pessimo cibo?

Is het het dure parkeren?

Sarà il prezzo del parcheggio?

Het meisje brak het venster.

La ragazza ruppe la finestra.

- Sluit het.
- Doe het dicht.

- Chiudilo.
- Chiudila.
- Lo chiuda.
- La chiuda.
- Chiudetelo.
- Chiudetela.

Het was aan het sneeuwen.

- Nevicava.
- Stava nevicando.

Zeg het in het Engels.

Dillo in inglese.

- Het stinkt.
- Het ruikt slecht.

- Puzza.
- Ha un cattivo odore.

- Was het nuttig?
- Hielp het?

Era utile?

- Vergeet het niet.
- Onthou het.

- Ricordatene.
- Se ne ricordi.
- Ricordatevene.

Het is slechts het begin.

- È solo l'inizio.
- È solamente l'inizio.

- Regent het?
- Regent het nu?

- Sta piovendo ora?
- Sta piovendo adesso?

Zeg het in het Frans.

- Ditelo in francese.
- Lo dica in francese.
- Dillo in francese.
- Dilla in francese.
- La dica in francese.
- Ditela in francese.

Het maakt al het verschil.

Fa una grande differenza.

Het is het nieuwste snufje.

È tutta la rabbia.

Het is het nieuwe model.

È il nuovo modello.

Het regent niet. Het sneeuwt.

Non piove, nevica.

Het eerste: het haalt je eindelijk naar het heden.

La prima: ti porta finalmente nel presente.

- Het regent weer!
- Het is weer aan het regenen!

Piove di nuovo!

- Je verdient het.
- U verdient het.
- Jullie verdienen het.

- Te lo meriti.
- Se lo merita.
- Ve lo meritate.
- Te la meriti.
- Se la merita.
- Ve la meritate.
- Tu te lo meriti.
- Lei se lo merita.
- Voi ve lo meritate.
- Lei se la merita.

- Het ijs is aan het smelten.
- Het ijs smelt.

Il ghiaccio si sta sciogliendo.

- Het is betreurenswaardig.
- Het is spijtig.
- Het is jammer.

- È deplorevole.
- È spiacevole.
- È sfortunato.
- È sfortunata.
- È increscioso.
- È incresciosa.

- Oh, het sneeuwt!
- Oh, het is aan het sneeuwen!

Oh, sta nevicando!

- Leg het boek terug waar het lag.
- Leg het boek terug waar het stond.
- Leg het boek terug waar het was.

Rimetti il libro dov'era.

- Het regent dat het giet.
- Het hoost.
- De regen valt met bakken naar beneden.
- Het regent keihard.
- Het is hard aan het regenen.
- Het regent enorm.

Sta piovendo duramente.

- Hij vertaalde het vers in het Engels.
- Hij vertaalde het couplet in het Engels.

Lui tradusse la strofa in Inglese.

- Ze verdienden het.
- Zij verdienden het.
- Ze hebben het verdiend.
- Zij hebben het verdiend.

L'hanno meritato.

Hier is het tijdelijke het nieuwe permanente aan het worden.

Qui il temporaneo sta diventando il nuovo permanente.

- Het is bitter koud.
- Het is ijskoud.
- Het is steenkoud.

C'è un freddo cane.

- Het is het proberen waard.
- Het is een poging waard.

- Ne vale la pena provare.
- Ne vale la pena di fare un tentativo.

- Het zit op slot.
- Het is afgesloten.
- Het is vergrendeld.

- È serrato.
- È serrata.

- Het is geweldig.
- Het is te gek.
- Het is super.

- È fantastico.
- È fantastica.

Zij vertaalde het boek vanuit het Japans naar het Engels.

- Ha tradotto il libro dal giapponese all'inglese.
- Lei ha tradotto il libro dal giapponese all'inglese.
- Tradusse il libro dal giapponese all'inglese.
- Lei tradusse il libro dal giapponese all'inglese.

- Het spookt in dat huis.
- Het spookt in het huis.

La casa è infestata dagli spiriti.

- Het is gloednieuw.
- Het is splinternieuw.
- Het is volledig nieuw.

- È nuovo di zecca.
- È nuova di zecca.

Jij hebt het voor het zeggen.

Decidi tu.

Onder het ijs ligt het grondgesteente.

Sotto il ghiaccio si trova il substrato roccioso.

het krioelende leven in het bos,

La vita brulicante di una foresta vivace

- Nu sneeuwt het.
- Het sneeuwt nu.

- Sta nevicando ora.
- Sta nevicando adesso.

- Regel het alsjeblieft.
- Regel het alstublieft.

- Per piacere, riparalo.
- Per piacere, riparala.
- Per favore, riparalo.
- Per favore, riparala.
- Per piacere, lo ripari.
- Per favore, lo ripari.
- Per piacere, la ripari.
- Per favore, la ripari.
- Per piacere, riparatelo.
- Per favore, riparatela.

Het is tijd voor het middageten.

- È ora di pranzare.
- È ora di pranzo.

- Het regent daar.
- Het regent hier.

Piove qui.

Het meisje stond voor het lokaal.

La ragazza stava davanti all'uditorio.

- Het is eten.
- Het is voedsel.

È cibo.

- Het is geweldig.
- Het is prachtig.

- È meraviglioso.
- È meravigliosa.

- Om het even.
- Het zal wel.

Va beh.

- Het is ongelofelijk.
- Het is ongelooflijk!

È incredibile!

- Geef het op!
- Geef het op.

- Lascia perdere.
- Lasci perdere.
- Lasciate perdere.

Het ijs heeft het sap verdund.

Il ghiaccio ha diluito il succo.

- Verlaat het schip!
- Verlaat het schip.

- Abbandona la nave!
- Abbandonate la nave!
- Abbandoni la nave!

- Het is verouderd.
- Het is achterhaald.

- È obsoleto.
- È obsoleta.

- Eindelijk, het sneeuwt!
- Eindelijk sneeuwt het!

Finalmente sta nevicando!

- Het is ongelofelijk.
- Het is ongelooflijk.

È incredibile.

- Het is lente.
- Het is voorjaar.

È primavera.

- Het ijs smelt.
- Het ijsje smelt.

Il gelato si sta sciogliendo.

- Het lijkt makkelijk.
- Het lijkt eenvoudig.

Sembra facile.

Het is onder het bed verstopt.

- È nascosto sotto il letto.
- È nascosta sotto il letto.

- Het is hopeloos.
- Het is uitzichtloos.

È senza speranza.

Na het voorgerecht komt het hoofdgerecht.

Dopo la prima portata arriva il piatto principale.

- Het zijn idioten.
- Het zijn dwazen.

- Sono folli.
- Loro sono folli.