Translation of "Naartoe" in English

0.008 sec.

Examples of using "Naartoe" in a sentence and their english translations:

Ik wil overal naartoe waar jij naartoe gaat.

I want to go wherever you're going.

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar gaat u naartoe?

Where are you heading?

- Waar gaat dit pad naartoe?
- Waar leidt dit pad naartoe?

Where does this path go?

Waar gaan jullie naartoe?

- Where are you headed for?
- Where are you headed?

Waar wilt ge naartoe?

Where do you want to go?

Waar ging Tom naartoe?

- Where did Tom go?
- Where'd Tom go?

Waar moeten we naartoe?

- Where should we go?
- Where do we need to go?

Waar ging je naartoe?

Where were you going?

Tom kan nergens naartoe.

Tom has nowhere to go.

Waar is hij naartoe?

Where did he go?

Ik wil nergens naartoe.

I don't want to go any place.

Waar gaat dit naartoe?

Where does this go?

Waar lopen ze naartoe?

Where are they walking to?

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar ga je naartoe?

- Where are you going to?
- Where are you going?
- Where are you heading?
- Where're you going?

Ze gingen er allemaal naartoe.

All of them went there.

Waar gaan we nu naartoe?

Where are we going next?

Moet ik er echt naartoe?

Do I need to go there?

Waar zullen we naartoe gaan?

Where shall we go?

Hij ging er persoonlijk naartoe.

He went there in person.

Zondag ga ik nergens naartoe.

I am not going anywhere on Sunday.

Waar gaat de os naartoe?

Where is the ox going?

Waar gaan we achteraf naartoe?

Where will we go afterwards?

Neem Tom ergens mee naartoe.

Take Tom somewhere.

Waar gaat die bus naartoe?

Where does that bus go?

Waar brengt u mij naartoe?

Where are you taking me?

Neem ons ergens mee naartoe.

Take us somewhere.

Neem hen ergens mee naartoe.

Take them somewhere.

Neem me ergens mee naartoe.

Take me somewhere.

Neem hem ergens mee naartoe.

Take him somewhere.

Neem haar ergens mee naartoe.

Take her somewhere.

Waar gaat deze trein naartoe?

- Where is this train bound?
- Where does this train go?

Ik ging daar eergisteren naartoe.

I went there the day before yesterday.

Goedendag! Waar wilt ge naartoe?

Hi! Where do you want to go?

Tom gaat daar morgen naartoe.

Tom will go there tomorrow.

Waar gaat dit pad naartoe?

Where does this path go?

Waar leidt dit pad naartoe?

Where does this trail go?

Waar gaan jullie dan naartoe?

- So where are you guys going?
- So, where are you guys going?

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar ga je naartoe?
- Waar gaat u heen?

- Where are you going to?
- Where are you going?
- Where're you going?

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar ga je naartoe?
- Waar gaat u naartoe?
- Waar gaat u heen?
- Waar gaan jullie heen?

- Where are you headed for?
- Where are you going to?
- Where are you going?
- Where are you heading?
- Where are you off to?
- Where are you going to go?
- What's your destination?
- Where're you going?
- Where are you guys going?
- Where are you guys headed?

Moet je er iedere dag naartoe?

Do you have to go there every day?

Ga je deze zomer ergens naartoe?

Are you going to go anywhere this summer?

Niemand weet waar Bill naartoe is.

Nobody knows where Bill has gone.

Ze vroeg waar ik naartoe ging.

She asked me where I was going.

Ze is daar gisteren naartoe gegaan.

She went there yesterday.

Hij gaat daar elke dag naartoe.

He goes there every day.

Je moet er onmiddellijk naartoe gaan.

It is necessary that you go there at once.

Mijn hond volgt mij overal naartoe.

My dog follows me wherever I go.

Waar hebt ge Tom naartoe gestuurd?

Where did you send Tom?

Waar ga je deze namiddag naartoe?

Where are you going this afternoon?

"Waar gaat Tom naartoe?" - "Naar M√ľnchen."

"Where's Tom going?" "To Munich."

Waar gaan jullie naartoe deze vakantie?

Where are you going this vacation?

- Waar ga je heen?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar ga je naartoe?
- Waar gaat u naartoe?
- Waar gaat u heen?
- Waar gaan jullie heen?

- Where are you going to?
- Where are you going?

Weet jij waar hij naartoe is gegaan?

Do you know where he went?

Ik weet niet waar je naartoe gaat.

- I don't know where you are going.
- I don't know where you're going.

Waar gaan we naartoe na onze dood?

- Where do we go after we die?
- Where do we go after our death?

Weet jij waar Tom naartoe is gegaan?

- Where did Tom go?
- Do you know where Tom went?

Ik ga daar in uw plaats naartoe.

I will go there in place of you.

Ik wil ergens naartoe gaan in Europa.

I want to go somewhere in Europe.

Tom wou weten waar we naartoe gingen.

Tom wanted to know where we were going.

Waar zijt ge vorige zondag naartoe geweest?

Where did you go last Sunday?

OK. Ik zie waar je naartoe gaat.

OK. I think I see where you are going.

Niemand weet waar Tom naartoe is gegaan.

Nobody knows where Tom went.