Translation of "Uit" in German

0.033 sec.

Examples of using "Uit" in a sentence and their german translations:

- De groeten uit Frankrijk!
- Groetjes uit Frankrijk!
- Groeten uit Frankrijk!

Grüße aus Frankreich!

Uit het oog, uit het hart.

Aus den Augen, aus dem Sinn.

- Kleed je uit!
- Kleed je uit.

- Zieh dich aus!
- Zieh deine Sachen aus!

- Kijk uit!
- Let op!
- Kijk uit.

- Pass auf!
- Vorsicht!
- Achtung!

- Groetjes uit Frankrijk!
- Groeten uit Frankrijk!

Grüße aus Frankreich!

Leg uit.

Erklären Sie sich.

Kijk uit!

Achtung!

Adem uit.

Ausatmen!

Hemd uit!

Hemd ausziehen!

- Kleed je uit.
- Trek je kleren uit.

- Zieh dich aus!
- Zieh deine Sachen aus!

- Maakt niet uit.
- Het maakt niets uit.

Es spielt keine Rolle.

- Kleed je uit!
- Trek je kleren uit.

Zieh dich aus!

- Kijk uit!
- Let op!
- Attentie!
- Kijk uit.

- Pass auf!
- Vorsicht!

- Schakel het licht uit.
- Maak het licht uit.
- Doe het licht uit.

Licht aus!

- Kom je uit Australië?
- Komt u uit Australië?
- Komen jullie uit Australië?

- Bist du aus Australien?
- Kommst du aus Australien?

- Jij komt uit Zweden.
- U komt uit Zweden.
- Jullie komen uit Zweden.

- Sie kommen aus Schweden.
- Du kommst aus Schweden.

...oorspronkelijk uit Baskenland. Mijn moeder kwam uit Colonia...

die Vorfahren kamen aus dem Baskenland. Meine Mutter, aus Colonia,

- Hij komt uit Georgia.
- Hij komt uit Georgië.

- Er ist aus Georgia.
- Er ist aus Georgien.

- Hij kwam uit Boston.
- Ik kom uit Boston.

Ich komme aus Boston.

- Ik kom uit Georgië.
- Ik kom uit Georgia.

Ich komme aus Georgien.

- Kom uit de auto.
- Stap de auto uit.

- Steigen Sie aus dem Wagen aus!
- Steige aus dem Wagen aus!

- Verdwijn uit mijn bed.
- Verdwijn uit m'n bed.

- Verschwinde aus meinem Bett!
- Verschwinden Sie aus meinem Bett!
- Raus aus meinem Bett!
- Heraus aus meinem Bett!

- Zet het uit, alsjeblieft!
- Zet het uit, alstublieft!

Bitte ausstellen!

- Ga uit het water.
- Kom uit het water.

- Komm aus dem Wasser.
- Kommen Sie aus dem Wasser.

- Ik ben uit Duitsland.
- Ik kom uit Duitsland.

Ich bin aus Deutschland.

- We zijn uit Duitsland.
- Wij komen uit Duitsland.

- Wir sind aus Deutschland.
- Wir kommen aus Deutschland.

- Zet de tv uit.
- Doe de tv uit.

- Schalte den Fernseher aus.
- Schaltet den Fernseher aus.
- Schalt den Fernseher aus.
- Schalten Sie den Fernseher aus.

- Doe uw schoenen uit.
- Doe je schoenen uit.

- Zieh deine Schuhe aus.
- Zieh dir die Schuhe aus!

- Schakel het licht uit.
- Doe het licht uit.

Mach das Licht aus!

- Steek je tong uit.
- Steek je tong uit!

Streck die Zunge raus!

- Spuug het alsjeblieft uit.
- Spuug het alstublieft uit.

Bitte ausspucken.

- Wij helpen jullie uit.
- Wij helpen jou uit.

- Wir helfen euch aus.
- Wir helfen dir aus.
- Wir helfen Ihnen aus.

uit rotsen -- ‘litho’

aus Gestein (Litho)

Ik ging uit.

- Ich ging aus.
- Ich ging hinaus.
- Ich bin ausgegangen.

Ze ging uit.

- Sie ging raus.
- Sie ging hinaus.

Reken maar uit.

Rechne es aus.

Dromen komen uit.

- Träume gehen in Erfüllung.
- Träume werden wahr.

Tom ademde uit.

Tom atmete aus.

Uit mijn ogen!

- Gehe mir aus den Augen!
- Geh mir aus den Augen!
- Gehen Sie mir aus den Augen!
- Geht mir aus den Augen!

Tom rustte uit.

Thomas rastete.

Je gaf uit.

Du gabst aus.

Uit welke richting?

Aus welcher Richtung?

Rust goed uit!

Ruh dich einmal richtig aus!

Tom gleed uit.

- Tom rutschte aus.
- Tom ist ausgerutscht.

Ik gleed uit.

Ich rutschte aus.

Ze gleed uit.

- Sie rutschte aus.
- Sie ist ausgerutscht.

Rust wat uit.

Ruh dich aus.

Gaan ze uit?

Gehen sie aus?

Schreeuw het uit!

Schrei laut!

Voorzichtig! Kijk uit!

Vorsicht! Pass auf!

Ik rustte uit.

Ich rastete.

Ik ga uit.

Ich gehe aus.

Kijk nu uit!

Aufgepasst jetzt!

Hij gleed uit.

Er rutschte aus.

Ze ademde uit.

Sie atmete aus.

Skura ademde uit.

Skura atmete aus.

- Je ziet er jonger uit.
- Jij ziet er jonger uit.
- U ziet er jonger uit.
- Jullie zien er jonger uit.

- Du siehst jünger aus.
- Sie sehen jünger aus.
- Ihr seht jünger aus.

- Het ziet er goed uit.
- Hij ziet er goed uit.
- U ziet er goed uit.
- Zij ziet er goed uit.

Er sieht gut aus.

- Ze zien er cool uit.
- Zij zien er cool uit.
- Ze zien er gaaf uit.
- Zij zien er gaaf uit.

Die sehen cool aus.

- Ik kom uit Shizuoka.
- Ik kom uit Shizuoka vandaan.

Ich komme aus Shizuoka.

- Lach de kinderen niet uit.
- Lach geen kinderen uit.

Mach dich nicht über Kinder lustig.

- Ik kom uit Colombia.
- Ik kom uit Colombia vandaan.

Ich komme aus Kolumbien.

- Ziet er goed uit!
- Dat ziet er goed uit!

Sieht gut aus!

Marina komt uit Rusland en Clarissa komt uit Zweden.

Marina kommt aus Russland und Clarissa kommt aus Schweden.

- Je ziet er prachtig uit.
- U ziet er prachtig uit.
- Jullie zien er prachtig uit.

Du siehst schön aus.

- Je ziet er Europees uit.
- U ziet er Europees uit.
- Jullie zien er Europees uit.

- Sie sehen europäisch aus.
- Du siehst europäisch aus.
- Ihr seht europäisch aus.

- Je ziet er prima uit.
- U ziet er prima uit.
- Jullie zien er prima uit.

Du siehst gut aus.

- Tom trok zijn shirt uit.
- Tom trok zijn hemd uit.
- Tom trok zijn overhemd uit.

- Tom zog sein Hemd aus.
- Tom hat sein Hemd ausgezogen.

- Waarom kleed je je uit?
- Waarom kleed u zich uit?
- Waarom kleden jullie je uit?

- Warum ziehst du dich aus?
- Warum zieht ihr euch aus?
- Warum ziehen Sie sich aus?

- Je ziet er verschrikkelijk uit.
- U ziet er verschrikkelijk uit.
- Jullie zien er verschrikkelijk uit.

- Du siehst fürchterlich aus.
- Ihr seht schlimm aus.
- Sie sehen wirklich schlecht aus.

- Je komt uit Boston, nietwaar?
- U komt uit Boston, nietwaar?
- Jullie komen uit Boston, nietwaar?

Sie kommen aus Boston, oder?

- Uit welk land kom je?
- Uit welk land komt u?
- Uit welk land komen jullie?

Aus welchem Land kommst du?

- Je ziet er ziek uit.
- U ziet er ziek uit.
- Jullie zien er ziek uit.

- Du siehst krank aus.
- Du wirkst krank.

- Kom je niet uit Australië?
- Komt u niet uit Australië?
- Komen jullie niet uit Australië?

Bist du nicht aus Australien?

- Wij komen beiden uit Tampa.
- We zijn allebei uit Tampa.
- Wij zijn alle twee uit Tampa.

Wir sind beide aus Tampa.

Misschien zouden deze 'uit het oog, uit het hart'-microben

Können diese unbeachteten Mikroben

- Je ziet er moe uit.
- U ziet er moe uit.

Du siehst müde aus.

- Ineens ging het licht uit.
- Plots ging het licht uit.

- Plötzlich ging das Licht aus.
- Auf einmal ging das Licht aus.

- Ge ziet er dom uit.
- Je ziet er dom uit.

Du siehst dumm aus.

- Hoe spreek je "pronounce" uit?
- Hoe spreekt men "pronounce" uit?

Wie spricht man "pronounce" aus ?

- Ge ziet er goed uit.
- Je ziet er goed uit.

Gut schaust du aus.