Translation of "Saith" in Dutch

0.002 sec.

Examples of using "Saith" in a sentence and their dutch translations:

Behold the days come saith the LORD that the plowman shall overtake the reaper and the treader of grapes him that soweth seed and the mountains shall drop sweet wine and all the hills shall melt.

Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat de ploeger den maaier, en de druiventreder den zaadzaaier genaken zal; en de bergen zullen van zoeten wijn druipen, en al de heuvelen zullen smelten.

Thus saith Cyrus king of Persia: All the kingdoms of the earth hath the Lord, the God of heaven, given me; and He hath charged me to build Him a house in Jerusalem, which is in Judah. Whosoever there is among you of all His people, the Lord his God be with him, let him go up.

Zo zegt Kores, koning van Perziƫ: De HEERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven; en Hij heeft mij bevolen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, hetwelk in Juda is; wie is onder ulieden van al Zijn volk? De HEERE, zijn God, zij met hem, en hij trekke op.