Translation of "Het" in Finnish

0.019 sec.

Examples of using "Het" in a sentence and their finnish translations:

- Het regent pijpenstelen.
- Het regent dat het giet.
- Het hoost.
- Het giet.
- Het regent keihard.
- Het regent enorm.

Sataa kaatamalla.

- Het regent.
- Het is aan het regenen.

- Sataa.
- Sataa vettä.

- Het regende.
- Het was aan het regenen.

Satoi.

- Het sneeuwt.
- Het is aan het sneeuwen.

Sataa lunta.

Het vrouwtje begrijpt het.

Naaras tajuaa viestin.

- Het komt voor.
- Het gebeurt wel.
- Het gebeurt.

- Sitä sattuu.
- Sellaista sattuu.

- Het is weer aan het regenen.
- Het regent weer.
- Het is weer aan het regenen!

Taas sataa.

- Het is weer aan het regenen.
- Het is weer aan het regenen!

Taas sataa!

- Herstel het alsjeblieft.
- Herstel het alstublieft.
- Regel het alsjeblieft.
- Regel het alstublieft.

- Voisitko korjata tämän?
- Voisitko panna tämän kuntoon?

Zeg het in het Engels.

Sano se englanniksi.

Het was aan het sneeuwen.

- Satoi lunta.
- Oli satamassa lunta.
- Lunta satoi.
- Lunta oli satamassa.

Het hoort bij het werk.

Se on osa työstä.

Zeg het in het Frans.

Sano se ranskaksi.

- Vergeet het niet.
- Onthou het.

- Muista se.
- Muistakaa se.

Het regent dat het giet.

Sataa kaatamalla.

- Sluit het.
- Doe het dicht.

Sulje se.

Zeg het in het Hongaars!

Sano se unkariksi!

- Het ijs is aan het smelten.
- Het ijs smelt.

- Jää sulaa.
- Se jää sulaa.

- Het regent weer!
- Het is weer aan het regenen!

Taas sataa!

- Het regent dat het giet.
- Het hoost.
- De regen valt met bakken naar beneden.
- Het regent keihard.
- Het is hard aan het regenen.
- Het regent enorm.

Sataa kaatamalla.

- Het werkte.
- We hebben het gedaan.
- Ik heb het gehaald.
- Ik heb het gedaan.

- Sainpa sen tehdyksi!
- Minä tein sen!

- Het is van het huis.
- Deze is van het huis.

Talo tarjoaa!

- Het is gloednieuw.
- Het is splinternieuw.
- Het is volledig nieuw.

Se on upouusi.

Hoe ver is het van het vliegveld naar het hotel?

Kuinka pitkä matka on lentokentältä hotellille?

- Het spookt in dat huis.
- Het spookt in het huis.

- Talossa kummittelee.
- Tämä on kummitustalo.
- Se on kummitustalo.
- Siinä talossa kummittelee.

Jij hebt het voor het zeggen.

Sinä päätät.

het krioelende leven in het bos,

elämää sykkivä metsä ja

- Zet het af.
- Zet het uit.

- Sulje se.
- Laita se pois päältä.
- Sammuta se.

- Het is ongelofelijk.
- Het is ongelooflijk!

Se on uskomatonta!

- Om het even.
- Het zal wel.

- Paskan väliä.
- Paskat siitä.
- Yks paskan hailee.
- Ihan sama.
- Mitä sitte.
- Se ja sama.
- Ei kiinnosta.
- Sama se mulle.
- Vaikka.
- Niin kai.
- Vaikka niin.
- Mitä sitten.
- Mitä väliä.
- Mitä välii.

- Het is ongelofelijk.
- Het is ongelooflijk.

Se on uskomatonta.

- Het ijs smelt.
- Het ijsje smelt.

- Jäätelö sulaa.
- Se jäätelö sulaa.

- Het is lente.
- Het is voorjaar.

On kevät.

Het is onder het bed verstopt.

Se on piilotettu sängyn alle.

- Het is hopeloos.
- Het is uitzichtloos.

Se on toivotonta.

- Je kunt het!
- Jullie kunnen het.

- Pystyt siihen.
- Voit tehdä sen.
- Sinä pystyt siihen.
- Osaat kyllä tehdä sen.

- Het is makkelijk.
- Het is simpel.

Se on helppoa.

Hoe gaat het met het werk?

Mites töissä?

- Het is vreemd.
- Het is raar.

- Se on outoa.
- Sepä outoa.

- Hou het simpel.
- Houd het simpel.

Pidä asiat yksinkertaisina.

- Het is illegaal!
- Het is verboden!

Se on laitonta!

Het woord komt uit het Grieks.

Sana tulee kreikan kielestä.

- Verlaat het schip!
- Verlaat het schip.

- Jätä laiva!
- Jättäkää laiva!

- Corrigeer het alsjeblieft.
- Corrigeer het alstublieft.

Voisitko korjata sen?

- Regel het alsjeblieft.
- Regel het alstublieft.

- Voisitko korjata sen?
- Voisitko panna sen kuntoon?

Het kind is aan het slapen.

- Lapsi nukkuu.
- Se lapsi nukkuu.
- Lapsi on nukkumassa.
- Se lapsi on nukkumassa.

- Je hebt het beloofd!
- Je had het beloofd!
- U had het beloofd!
- U hebt het beloofd!
- Jullie hadden het beloofd!
- Jullie hebben het beloofd!

- Tehän lupasitte!
- Sinähän lupasit!
- Te lupasitte!
- Sinä lupasit!

Het stinkt.

Haisee.

Het noorderlicht.

Revontulet.

...het waterstofuniversum...

muodostunut maailmankaikkeus,

Het oerbos.

Vanhan metsän.

Werkt het?

Toimiiko se?

Vergeet het!

Älä viitsi!

Neem het.

Ota se.

Regent het?

Sataako?

Het werkt.

Se toimii.

Het sneeuwde.

- Satoi lunta.
- Lunta satoi.

Het hagelt.

Sataa rakeita.

Legaliseer het!

- Laillista se!
- Laillistakaa se!

Houd het.

Pidä se.

Vervang het.

- Korvaa se.
- Vaihda se.

Onthoud het.

Muista se.

Het helpt.

Se auttaa.

Sluit het.

Sulje se.

Het regent.

- Sataa.
- Sataa vettä.

Het telt.

- Sillä on väliä.
- Sillä on merkitystä.

Het regende.

- Satoi.
- Satoi vettä.

Probeer het.

Kokeile.

Het faalde.

Se epäonnistui.

Het werkte.

Se toimi.

Negeer het.

Älä välitä siitä.

Probeer het!

- Kokeile sitä.
- Yritä vaan.

Blokkeer het!

- Torju se!
- Torjukaa se!
- Estä se!
- Estäkää se!

Zeg het.

- Sano se.
- Sanokaa se.

Doe het!

- Tee se!
- Tehkää se!

Laat het.

- Lopeta jo!
- Älä viitsi!
- Anna sen olla.

Googel het.

- Googlaa se.
- Googlatkaa se.
- Googlaa tuo.
- Googlatkaa tuo.

- Doe het boek toe.
- Doe het boek dicht.
- Sluit het boek.

- Laita se kirja kiinni.
- Laittakaa se kirja kiinni.

- Hoe is het gegaan?
- Hoe ging het?
- Hoe is het afgelopen?

Miten se meni?

- Het zal misschien regenen.
- Het gaat misschien regenen.
- Misschien gaat het regenen.
- Het kan gaan regenen.

Saattaa sataa.

- Laat het achter.
- Laat het liggen.
- Geef het op!
- Laat maar!
- Laat het!
- Laat maar zitten!

Anna olla!

- Ik vind het fijn wanneer het koud is.
- Ik vind het leuk als het koud is.

Minusta kylmällä on kivaa.