Translation of "Het" in Finnish

0.058 sec.

Examples of using "Het" in a sentence and their finnish translations:

- Het regent pijpenstelen.
- Het regent dat het giet.
- Het hoost.
- Het giet.
- Het regent keihard.
- Het regent enorm.

Sataa kaatamalla.

- Het regent.
- Het is aan het regenen.

- Sataa.
- Sataa vettä.

- Het regende.
- Het was aan het regenen.

Satoi.

- Het sneeuwt.
- Het is aan het sneeuwen.

Sataa lunta.

Het vrouwtje begrijpt het.

Naaras tajuaa viestin.

- Het is weer aan het regenen.
- Het regent weer.
- Het is weer aan het regenen!

Taas sataa.

- Het komt voor.
- Het gebeurt wel.
- Het gebeurt.

- Sitä sattuu.
- Sellaista sattuu.

- Herstel het alsjeblieft.
- Herstel het alstublieft.
- Regel het alsjeblieft.
- Regel het alstublieft.

- Voisitko korjata tämän?
- Voisitko panna tämän kuntoon?

- Het is weer aan het regenen.
- Het is weer aan het regenen!

Taas sataa!

- Sluit het.
- Doe het dicht.

Sulje se.

Het was aan het sneeuwen.

- Satoi lunta.
- Oli satamassa lunta.
- Lunta satoi.
- Lunta oli satamassa.

Het hoort bij het werk.

Se on osa työstä.

- Vergeet het niet.
- Onthou het.

- Muista se.
- Muistakaa se.

Het regent dat het giet.

Sataa kaatamalla.

Zeg het in het Frans.

Sano se ranskaksi.

Zeg het in het Hongaars!

Sano se unkariksi!

Zeg het in het Engels.

Sano se englanniksi.

- Het ijs is aan het smelten.
- Het ijs smelt.

- Jää sulaa.
- Se jää sulaa.

- Het regent weer!
- Het is weer aan het regenen!

Taas sataa!

- Het regent dat het giet.
- Het hoost.
- De regen valt met bakken naar beneden.
- Het regent keihard.
- Het is hard aan het regenen.
- Het regent enorm.

Sataa kaatamalla.

- Het werkte.
- We hebben het gedaan.
- Ik heb het gehaald.
- Ik heb het gedaan.

- Sainpa sen tehdyksi!
- Minä tein sen!

- Het is van het huis.
- Deze is van het huis.

Talo tarjoaa!

- Het spookt in dat huis.
- Het spookt in het huis.

- Talossa kummittelee.
- Tämä on kummitustalo.
- Se on kummitustalo.
- Siinä talossa kummittelee.

- Het is gloednieuw.
- Het is splinternieuw.
- Het is volledig nieuw.

Se on upouusi.

Hoe ver is het van het vliegveld naar het hotel?

Kuinka pitkä matka on lentokentältä hotellille?

Jij hebt het voor het zeggen.

Sinä päätät.

het krioelende leven in het bos,

elämää sykkivä metsä ja

- Regel het alsjeblieft.
- Regel het alstublieft.

- Voisitko korjata sen?
- Voisitko panna sen kuntoon?

- Corrigeer het alsjeblieft.
- Corrigeer het alstublieft.

Voisitko korjata sen?

Het woord komt uit het Grieks.

Sana tulee kreikan kielestä.

- Om het even.
- Het zal wel.

- Paskan väliä.
- Paskat siitä.
- Yks paskan hailee.
- Ihan sama.
- Mitä sitte.
- Se ja sama.
- Ei kiinnosta.
- Sama se mulle.
- Vaikka.
- Niin kai.
- Vaikka niin.
- Mitä sitten.
- Mitä väliä.
- Mitä välii.

- Het is ongelofelijk.
- Het is ongelooflijk!

Se on uskomatonta!

- Verlaat het schip!
- Verlaat het schip.

- Jätä laiva!
- Jättäkää laiva!

- Het is ongelofelijk.
- Het is ongelooflijk.

Se on uskomatonta.

- Het is lente.
- Het is voorjaar.

On kevät.

- Het ijs smelt.
- Het ijsje smelt.

- Jäätelö sulaa.
- Se jäätelö sulaa.

Het is onder het bed verstopt.

Se on piilotettu sängyn alle.

- Het is hopeloos.
- Het is uitzichtloos.

Se on toivotonta.

- Hou het simpel.
- Houd het simpel.

Pidä asiat yksinkertaisina.

- Het is illegaal!
- Het is verboden!

Se on laitonta!

- Het is vreemd.
- Het is raar.

- Se on outoa.
- Sepä outoa.

- Zet het af.
- Zet het uit.

- Sulje se.
- Laita se pois päältä.
- Sammuta se.

Hoe gaat het met het werk?

Mites töissä?

- Het is makkelijk.
- Het is simpel.

Se on helppoa.

- Je kunt het!
- Jullie kunnen het.

- Pystyt siihen.
- Voit tehdä sen.
- Sinä pystyt siihen.
- Osaat kyllä tehdä sen.

Het kind is aan het slapen.

- Lapsi nukkuu.
- Se lapsi nukkuu.
- Lapsi on nukkumassa.
- Se lapsi on nukkumassa.

- Je hebt het beloofd!
- Je had het beloofd!
- U had het beloofd!
- U hebt het beloofd!
- Jullie hadden het beloofd!
- Jullie hebben het beloofd!

- Tehän lupasitte!
- Sinähän lupasit!
- Te lupasitte!
- Sinä lupasit!

- Hoe is het gegaan?
- Hoe ging het?
- Hoe is het afgelopen?

Miten se meni?

- Doe het boek toe.
- Doe het boek dicht.
- Sluit het boek.

- Laita se kirja kiinni.
- Laittakaa se kirja kiinni.

Het oerbos.

Vanhan metsän.

Het noorderlicht.

Revontulet.

Het stinkt.

Haisee.

...het waterstofuniversum...

muodostunut maailmankaikkeus,

Het regent.

- Sataa.
- Sataa vettä.

Zeg het.

- Sano se.
- Sanokaa se.

Vergeet het!

Älä viitsi!

Werkt het?

Toimiiko se?

Laat het.

- Lopeta jo!
- Älä viitsi!
- Anna sen olla.

Doe het!

- Tee se!
- Tehkää se!

Het hagelt.

Sataa rakeita.

Het sneeuwde.

- Satoi lunta.
- Lunta satoi.

Neem het.

Ota se.

Regent het?

Sataako?

Het werkt.

Se toimii.

Legaliseer het!

- Laillista se!
- Laillistakaa se!

Houd het.

Pidä se.

Het helpt.

Se auttaa.

Vervang het.

- Korvaa se.
- Vaihda se.

Onthoud het.

Muista se.

Het faalde.

Se epäonnistui.

Het werkte.

Se toimi.

Het telt.

- Sillä on väliä.
- Sillä on merkitystä.

Negeer het.

Älä välitä siitä.

Probeer het!

- Kokeile sitä.
- Yritä vaan.

Het regende.

- Satoi.
- Satoi vettä.

Sluit het.

Sulje se.

Probeer het.

Kokeile.

Blokkeer het!

- Torju se!
- Torjukaa se!
- Estä se!
- Estäkää se!

Googel het.

- Googlaa se.
- Googlatkaa se.
- Googlaa tuo.
- Googlatkaa tuo.

- Laat het achter.
- Laat het liggen.
- Geef het op!
- Laat maar!
- Laat het!
- Laat maar zitten!

Anna olla!

- Ik vind het fijn wanneer het koud is.
- Ik vind het leuk als het koud is.

Minusta kylmällä on kivaa.

- Het zal misschien regenen.
- Het gaat misschien regenen.
- Misschien gaat het regenen.
- Het kan gaan regenen.

Saattaa sataa.