Translation of "Dat" in Spanish

0.034 sec.

Examples of using "Dat" in a sentence and their spanish translations:

- Alleen dat?
- Enkel dat?

¿Sólo eso?

- Check dat.
- Controleer dat.

Comprobad eso.

- Wilt ge dat zij dat weet?
- Wil je dat zij dat weet?
- Wilt u dat zij dat weet?

¿Quieres que ella lo sepa?

- Wilt ge dat zij dat weet?
- Wil je dat zij dat weet?

¿Quieres que ella lo sepa?

Nu dat, dat is echt.

Ahora, eso, eso es real.

- Kan dat?
- Is dat mogelijk?

¿Es posible?

- Dat werkte.
- Dat had gewerkt.

Eso funcionó.

- Onthou dat.
- Vergeet dat niet.

- Recuérdalo.
- Recuerda eso.

- Dat is genoeg.
- Dat volstaat.

- Ya basta.
- Es suficiente.

- Dat is waar.
- Dat klopt.

Eso es cierto.

- Telt dat?
- Doet dat ertoe?

¿Eso vale?

- Wist je dat?
- Wist u dat?
- Wisten jullie dat?

¿Sabías eso?

- Denk je dat?
- Denkt u dat?
- Denken jullie dat?

- ¿Tú crees?
- ¿Usted cree?

- Stoort dat u?
- Stoort dat jullie?
- Stoort dat je?

¿Eso te molesta?

- Vergeet dat nu maar!
- Vergeet dat nu meteen!
- Vergeet dat nu!
- Vergeet dat onmiddellijk!

¡Olvidate de eso inmediatamente!

- Ik vond dat ik dat moest doen.
- Ik dacht dat ik dat moest doen.

Pensé que tenía que hacerlo.

- Dat is iets dat vrij vaak gebeurt.
- Dat is iets dat heel vaak gebeurt.

Eso es algo que pasa muy a menudo.

- Dat is niet nodig.
- Dat hoeft niet.
- Dat moet niet.

- No es necesario.
- No hace falta.

Dat is goed. Dat naar beneden.

Muy bien. La bajamos.

Dat betekent dat het goed brandt.

Significa que arderá bien.

Is een idee dat dat ontkent,

la mentalidad que niega eso,

Ik denk dat iedereen dat weet.

Creo que lo sabe todo el mundo.

"Wie is dat?" "Dat is Jim."

- "¿Quién es él?" "Es Jim."
- "¿Quién es?" "Es Jim."

- Wie denkt dat?
- Wie vindt dat?

- ¿Quién lo piensa?
- ¿Quién piensa eso?

- Dat zijn cadeaus.
- Dat zijn geschenken.

- Estos son regalos.
- Esos son regalos.

- Herstel dat alsjeblieft.
- Herstel dat alstublieft.

Arregle eso por favor.

- Dat is lachwekkend.
- Dat is grappig.

Esto es graciosísimo.

- Dat was onverwacht.
- Dat kwam onverwacht.

- Eso no estaba previsto.
- Fue inesperado.

- Dat kan niet!
- Dat is onmogelijk.

- Es imposible.
- Eso es imposible.

- Dat is geweldig!
- Dat is prima!

¡Qué bien!

- Dat klinkt mooi.
- Dat klinkt prachtig.

Eso suena hermoso.

- Corrigeer dat alsjeblieft.
- Corrigeer dat alstublieft.

Corrija eso por favor.

- Is dat zo?
- Is dat waar?

¿Es verdad?

- Begrijp je dat?
- Snap je dat?

¿Lo entiendes?

- Dat werkt niet!
- Dat gaat niet!

¡Eso no sirve!

- Dat is vreemd.
- Dat is raar.

- Es raro.
- Eso es extraño.

- Dat is belachelijk.
- Dat is belachelijk!

¡Eso es ridículo!

Niemand wil dat je dat doet.

Nadie quiere que hagas eso.

- Dat snappen we.
- Dat begrijpen we.

- Lo entendemos.
- Lo comprendemos.

- Dat kan niet!
- Dat is onmogelijk!

¡Eso es totalmente absurdo!

Je zei dat dat belangrijk was.

Dijeron que era importante.

- Is dat kosteloos?
- Is dat gratis?

¿Es gratis?

- Dat klinkt fascinerend.
- Dat lijkt fascinerend.

Parece fascinante.

- Dat kan niet!
- Dat kan niet.

Eso es imposible.

-- dat vooral --

sobre todo dejar de culpar a los demás,

Dat klopt.

Y sí.

Controleer dat.

Échale un vistazo a esto.

Onthou dat.

- Recuérdalo.
- Recuerda eso.

Pak dat.

Cógelo.

Dat hielp.

Eso ayudó.

Hou dat.

Quédatelo.

Doe dat!

¡Hazlo!

Klopt dat?

- ¿Ah, sí?
- ¿A poco?
- ¿A poco sí?

Dat volstaat.

- Es suficiente con eso.
- Eso valdrá.
- Con eso vale.
- Eso me vale.
- Eso me sirve.

Vergeet dat.

Olvídalo.

Mag dat?

- ¿Vale eso?
- ¿Está bien eso?

Helpt dat?

¿Ayuda esto?

Vergeet dat!

¡Olvídalo!

En dat zorgt ervoor dat dat woord bij je blijft hangen.

que de esta manera incorporamos,

- Meen je dat echt?
- Meent ge dat?
- Meen je dat serieus?

¿Hablas en serio?

- Dat was heel plezant.
- Dat was heel amusant.
- Dat was heel grappig.
- Dat was heel plezierig.

Fue muy divertido.

- Het is niet nodig dat jij dat doet.
- Het is niet nodig dat jullie dat doen.

No hace falta que hagas eso.

Dat betekent dat we de anatomie bestuderen,

Es una forma elegante de decir que estudiamos la anatomía

...dat touw knapt. Dat is een dodenval.

y que la cuerda se corte de repente. Eso sería una caída mortal.

Ik denk dat we dat kunnen veranderen.

Pienso que podemos cambiar eso.

Ik vond dat ik dat moest doen.

Pensé que tenía que hacerlo.

"Wie is dat meisje?" "Dat is Keiko."

"¿Quién es esa chica?" "Es Keiko."

Het is erg onwaarschijnlijk dat dat gebeurt.

- La probabilidad de que eso suceda es mínima.
- Es muy improbable que eso suceda.

Dat is iets dat vrij vaak gebeurt.

Eso es algo que pasa muy a menudo.

Ik denk dat dat gerucht waar is.

Creo que ese rumor es verdad.

- Dat bestaat niet.
- Dat is niet echt.

- Eso no es real.
- No es real.

- Deed ik dat?
- Heb ik dat gedaan?

¿Yo hice eso?

- Natuurlijk mag dat.
- Natuurlijk mag je dat.

Claro que puedes.

Ik wil dat je dat filmpje bekijkt.

Quiero que veas este video.

- Dat is niet nodig.
- Dat hoeft niet.

Eso es innecesario.

- Kun je dat horen?
- Hoor je dat?

- ¿Oyes eso?
- ¿Puedes oír eso?

- Dat is niet waar.
- Dat klopt niet.

- Esto no es verdad.
- Esto no es cierto.
- No es verdad.

- Meen je dat echt?
- Meent ge dat?

- ¿En serio?
- ¿Hablas en serio?
- ¿Estás hablando en serio?
- ¿Está hablando en serio?
- ¿Es en serio?
- ¿No estás bromeando?
- ¿Dices eso en serio?

Ik wist dat je dat ging vragen.

- Sabía que ibas a preguntar eso.
- Sabía que preguntarías eso.

Ik hoop dat dat niet waar is.

Espero que no sea cierto.

- Dat is onzin.
- Dat slaat nergens op.

Eso no tiene sentido.

- Dat heb ik gezegd.
- Ik zei dat.

- Eso dije yo.
- Yo dije eso.