Translation of "Keer" in Portuguese

0.019 sec.

Examples of using "Keer" in a sentence and their portuguese translations:

Keer op keer ontwijken ze haar.

Repetidamente, elas fogem-lhe.

Eerste keer?

Primeira vez?

- Nog een keer.
- Nogmaals!
- Nog een keer!

- Outra vez.
- Mais uma vez!

Ik lees de brief keer op keer

Eu leio a carta de novo e de novo.

- Deze keer betaal ik.
- Deze keer trakteer ik.

Agora é minha vez de pagar.

Meet tien keer, om een keer te snijden.

Meça dez vezes, corte uma vez.

- Bel twee keer.
- Laat de bel twee keer rinkelen.

Toque duas vezes.

Even keer oneven is even, oneven keer oneven is oneven.

O produto de um número par por um número ímpar resulta num número par; o produto de dois números ímpares resulta num número ímpar.

- Nogmaals!
- Nog een keer!

Mais uma vez!

Nog een keer alstublieft.

Repita, por favor!

- Nogmaals?
- Nog een keer?

Mais uma vez?

Misschien de volgende keer!

Talvez em outra oportunidade!

- Opnieuw.
- Nog een keer.

Outra vez.

- Deze keer zal ik proberen.
- Deze keer zal ik het proberen.

Eu vou tentar dessa vez.

Elke keer heeft hij geweigerd.

Todas as vezes ele recusou.

Het werkt iedere keer, niet?

Sempre funciona, não é?

Je leeft maar één keer.

- Só se vive uma vez.
- Só vivemos uma vez.
- Vivemos apenas uma vez.

Dit is de eerste keer.

Essa é a primeira vez.

Lees het nog een keer.

Leia-o uma vez mais.

Drie keer vier is twaalf.

Três vezes quatro é doze.

Vijf keer vijf is vijfentwintig.

Cinco vezes cinco são vinte e cinco.

Tom stak Maria dertien keer.

Tom apunhalou Maria treze vezes.

Vijf keer twintig is honderd.

- Cinco vezes vinte é cem.
- Cinco vezes vinte são cem.

Vijfenveertig keer twee is negentig.

Quarenta e cinco vezes dois são noventa.

Gedane zaken nemen geen keer.

Não adianta chorar pelo leite derramado.

Dit is de laatste keer.

Esta é a última vez.

Ik heb drie keer overgegeven.

- Eu vomitei três vezes.
- Vomitei três vezes.

Deze keer zal ik proberen.

Eu vou tentar dessa vez.

- Opnieuw.
- Nog een keer.
- Nogmaals!

- Outra vez.
- Mais uma vez.

- We hebben maar één keer gezoend.
- We hebben elkaar maar één keer gezoend.

Nós só nos beijamos uma vez.

- Hij verdient drie keer zoveel als ik.
- Hij verdient drie keer meer dan ik.
- Hij verdient drie keer meer dan ik doe.

- Ele ganha três vezes mais que eu.
- O salário dele é o triplo do meu.

- Ik kan me de eerste keer nog herinneren.
- Ik herinner me de eerste keer.

Eu me lembro da primeira vez.

Het gevaar is dit keer geweken.

Desta vez, evitou o perigo.

Kijk het volgende keer zorgvuldiger na.

Da próxima vez, revise com mais cuidado.

Ik zeg het nog een keer.

- Eu vou dizer outra vez.
- Vou repetir.

Het is maar één keer gebeurd.

Só aconteceu uma vez.

Dat zei je de vorige keer.

Você disse isso da última vez.

Je kunt niet iedere keer winnen.

Você não pode ganhar toda vez.

Je had de eerste keer gelijk.

- Você estava certo na primeira vez.
- Tu tinhas razão na primeira vez.
- Vós estáveis certas na primeira vez.
- Tínheis razão na primeira vez.
- Vocês estavam certas na primeira vez.
- Vocês tinham razão na primeira vez.
- O senhor tinha razão na primeira vez.
- A senhora estava com a razão na primeira vez.
- Os senhores estavam certos na primeira vez.
- As senhoras estavam certas na primeira vez.

Deze keer zal ik het proberen.

- Desta vez vou tentá-lo.
- Eu vou tentar dessa vez.

Morgen keer ik terug naar Japan.

Retornarei ao Japão amanhã.

Kan ik je een keer bellen?

- Posso te ligar uma hora dessas?
- Eu posso te ligar uma hora dessas?

Dit keer heb ik mezelf overtroffen.

Desta vez eu me superei.

- De volgende keer doe ik het zelf.
- De volgende keer zal ik het alleen doen.

- Da próxima vez, eu mesma o farei.
- Da próxima vez, eu mesmo o farei.

...elke keer... ...als ik me eenzaam voelde...

em cada uma das vezes que me senti só

...en we hebben deze keer geluk gehad.

tivemos sorte desta vez.

Sterrenlicht is 200 keer zwakker dan maanlicht.

A luz do firmamento é cerca de 200 vezes mais fraca do que a do luar.

Je moet een aantal keer verslagen zijn...

Temos de ter sofrido algumas derrotas

Hij heeft Europa een paar keer bezocht.

Ele visitou a Europa diversas vezes.

Ik hoop volgende keer beter te zingen.

- Eu espero cantar melhor na próxima vez.
- Espero cantar melhor na próxima vez.

Laten we het in één keer doen.

Façamo-lo de uma vez.

Negen keer op tien raad ik juist.

Eu adivinho nove em cada dez vezes.

Hij verdient drie keer zoveel als ik.

Ele ganha três vezes mais dinheiro do que eu.

Ik wil daar nog een keer heen.

Eu quero ir lá mais uma vez.

De volgende keer doe ik het zelf.

Da próxima vez, eu mesmo o farei.

Ik ben een keer in Kioto geweest.

- Eu estive em Kioto uma vez.
- Estive uma vez em Kioto.

Ik waarschuw je voor de laatste keer.

Eu vou avisar pela última vez.

Ik moest je nog een keer zien.

- Eu tinha que te ver de novo.
- Eu precisava te ver de novo.
- Eu precisava ver você de novo.
- Eu tinha que ver você de novo.

Ik heb "Star Wars" twee keer gezien.

Eu já vi "Star Wars" duas vezes.

Wil je het nog een keer doen?

Você quer fazer isso de novo?

Ze eten een keer per week vlees.

Eles comem carne uma vez por semana.

We kunnen het deze keer laten werken.

Podemos fazê-lo funcionar desta vez.

Zeg het niet nog een keer, oké?

Não diga isso novamente, OK?

Zij is drie keer naar Frankrijk gegaan.

Ela foi à França três vezes.

Ik heb haar maar één keer gekust.

Eu a beijei apenas uma vez.

Ik heb hem maar één keer ontmoet.

Só vi ele uma vez.

Hij heeft me maar één keer gekust.

- Ele me beijou uma única vez.
- Ele me beijou somente uma vez.

Je bent tien keer zwaarder dan ik.

Você é dez vezes mais pesado do que eu.

Wie geschreven heeft, heeft twee keer gelezen.

Quem escreve lê duas vezes.

De telefoon ging een paar keer over.

O telefone tocou várias vezes.

Hij verdient twee keer zoveel als ik.

Ele ganha o dobro do que eu ganho.

Ik herinner me de eerste keer nog.

Ainda me lembro da primeira vez.

Hij verdient drie keer meer dan ik.

Ele ganha três vezes mais que eu.

Kerstmis komt maar één keer per jaar.

Nem todo dia é Domingo.

Ik ben twee keer in Kioto geweest.

Já estive em Quioto duas vezes.

Ik zie haar een keer per week.

Eu a encontro uma vez por semana.

Ik zal Tom de volgende keer meenemen.

Trarei Tom comigo na próxima vez.

Tom scheert zich drie keer per week.

Tom se barbeia três vezes por semana.

Ik heb Boston een paar keer bezocht.

Eu visitei Boston algumas vezes.

Met zeven keer het gewicht van een jachtluipaard... ...en een zes keer gevoeliger zicht dan het onze...

Sete vezes mais pesados do que uma chita e com uma visão seis vezes mais sensível do que a do ser humano,

- Laten we dat lied nog een keer beluisteren.
- Laten we nog een keer naar dat lied luisteren.

- Vamos escutar aquela música de novo.
- Vamos escutar aquela música novamente.

- Ik ween elke keer wanneer ik dat lied hoor.
- Ik huil iedere keer wanneer ik dat lied hoor.

Eu choro toda vez que escuto essa música.