Translation of "Maak" in English

0.009 sec.

Examples of using "Maak" in a sentence and their english translations:

- Maak aantekeningen.
- Maak notities.

Keep notes.

- Maak plaats, alsjeblieft.
- Maak plaats, alstublieft.
- Maak ruimte, alsjeblieft.
- Maak ruimte, alstublieft.

Make way, please.

- Maak uw keuze.
- Maak je keuze.
- Maak jullie keuze.

Make your choice.

- Kies.
- Maak uw keuze.
- Maak je keuze.
- Maak jullie keuze.

Make your choice.

- Maak ze wakker.
- Maak hen wakker.

Wake them up.

- Maak alstublieft koffie.
- Maak alsjeblieft koffie.

Please make coffee.

- Maak jezelf toonbaar.
- Maak uzelf toonbaar.

Make yourself presentable.

- Maak iedereen blij.
- Maak iedereen gelukkig.

Make everyone happy.

- Ik maak meubels.
- Ik maak meubelstukken.

I make furniture.

- Maak iemand blij.
- Maak iemand gelukkig.

Make someone happy.

- Maak u klaar.
- Maak jullie klaar.

Get ready.

Maak koffie.

Make coffee.

Maak aantekeningen.

Take notes.

Maak plaats!

- Gangway!
- Make way!

Maak open!

Open it!

Maak ruimte.

Move over.

- Maak wat koffie.
- Ga koffiezetten.
- Maak koffie.

Make coffee.

- Maak je zakken leeg.
- Maak uw zakken leeg.
- Maak jullie zakken leeg.

Empty your bags.

- Maak nu je huiswerk.
- Maak nu je huiswerk!

- Do your homework now.
- Do your homework right away.
- Do your homework right now.

- Maak je geen zorgen.
- Maak u niet ongerust.

- Don't worry.
- Don't worry!

- Maak je kamer schoon.
- Maak uw kamer schoon.

Clean your room.

- Maak nu uw huiswerk.
- Maak nu je huiswerk!

Do your homework now.

- Maak dat raam schoon.
- Maak het raam schoon.

- Clean that window.
- Clean the window.

- Maak dat jullie wegkomen!
- Maak dat u wegkomt!

- Get out.
- Get away!
- Get out!
- Go away.

Maak geen fout.

Don't make a mistake.

Maak jezelf toonbaar.

Make yourself presentable.

Maak hem wakker.

Wake him up.

Maak haar wakker.

Wake her up.

Maak me gelukkig.

Make me happy.

Maak het los.

Loosen it.

Maak dit af.

Finish this.

Maak je huiswerk.

Do your homework.

Maak geen lawaai.

- Don't make a noise.
- You must not be noisy.
- Don't make noise.
- Don't make any noise.

Maak geen geluid!

Don't make noise!

Maak het kleiner.

Make it smaller.

Maak geen fouten!

Don't make mistakes!

Ik maak bezwaar!

Objection!

Maak Tom wakker!

Wake Tom up.

Maak het af!

It ends!

Maak het echt.

Make it real.

Maak Tom blij.

Humor Tom.

Maak me wakker.

Wake me up.

Maak geen ruzie.

Don't fight.

Maak je klaar.

Get ready.

Maak het af.

Finish it.

Maak je keuze.

Make your choice.

Ik maak spaghettisaus.

I'm making spaghetti sauce.

Maak alsjeblieft koffie.

Please make coffee.

Maak alstublieft koffie.

Please make coffee.

Maak uzelf vleierig.

Be fawning.

Maak jezelf vleierig.

Be fawning.

Maak Maria wakker.

Wake Mary up.

Maak ruimte, alsjeblieft.

Make way, please.

Maak een vuist.

Make a fist.

- Ik maak maar een grapje.
- Ik maak een grapje.

I'm kidding.

- Maak je geen zorgen.
- Maak je maar geen zorgen.

- Don't worry about it!
- Don't worry about it.
- Don't worry.

- Maak lawaai!
- Maak wat lawaai!
- Ik wil jullie horen!

Make some noise!

- Maak alstublieft niet zoveel lawaai.
- Maak niet te veel geluid alstublieft.
- Maak alsjeblieft niet zoveel herrie.

- Please don't make so much noise.
- Please don’t make so much noise!

- Maak mij een milkshake alstublieft.
- Maak mij een klutsmelk alstublieft.
- Maak alsjeblieft een milkshake voor mij.

Please make a milkshake for me.

- Maak alsjeblieft het bed op.
- Maak alstublieft het bed op.

Please make the bed.

- Vuur! Maak dat je wegkomt!
- Brand! Maak dat je wegkomt!

Fire! Run!

- Maak mij een milkshake alstublieft.
- Maak mij een klutsmelk alstublieft.

Please make a milkshake for me.

- Maak dit alsjeblieft in orde.
- Maak dit alstublieft in orde.

Please fix this.

- Maak alstublieft niet veel lawaai.
- Maak alstublieft niet zoveel lawaai.

Please don't make so much noise.

- Maak alsjeblieft niet zoveel herrie.
- Alsjeblieft, maak niet zoveel lawaai.

Please don't make so much noise.

Maak uw gordel vast.

Fasten your seat belt.

Maak je bed op.

Make your bed.

Maak het jezelf gemakkelijk.

Please make yourself comfortable.

Maak niet zoveel lawaai.

Don't make so much noise.

Maak je huiswerk zelf.

- Do your homework for yourself.
- Do your homework by yourself.

Maak je snel klaar.

Get ready quickly.

Maak de keuken schoon.

Clean up the kitchen.