Translation of "Klopt" in Portuguese

0.005 sec.

Examples of using "Klopt" in a sentence and their portuguese translations:

Klopt.

Está certo.

Dat klopt.

Exatamente.

- Ja.
- Klopt.

Sim.

Dat klopt, ja.

Está certo, sim.

- Niet?
- Toch?
- Klopt?

- Certo?
- Né?

Misschien klopt dat.

- É possível que esteja correto.
- Talvez esteja correto.

Klopt dat, meneer?

Está correto, senhor?

- Er klopt iemand aan.
- Iemand klopt op de deur.

Alguém está batendo à porta.

- Precies!
- Juist!
- Het klopt!

Exatamente!

Hier klopt iets niet.

Algo está errado aqui.

Nee, dat klopt niet.

Não, isso não é verdade.

- Precies!
- Juist!
- Het klopt!
- Exact!

- Exatamente!
- Verdade!

Iemand klopt op de deur.

- Alguém está batendo à porta.
- Alguém está batendo na porta.

Ik ben degene die klopt.

Sou eu quem está batendo.

Het probleem: dat klopt niet.

O problema é que isso não é verdade.

- Dat is waar.
- Dat klopt.

Isso é verdade.

Mijn hart klopt in mijn keel.

Tenho o coração aos saltos!

Het bloed klopt door mijn aderen.

- O sangue pulsa em minhas veias.
- O sangue vibra em minhas veias.

Sorry, maar het wisselgeld klopt niet.

Perdão, mas o troco não está correto.

Wie klopt er op de deur?

Quem bate à porta?

- Dat is niet waar.
- Dat klopt niet.

Isso não é verdade.

De verhouding van de groottes klopt nu.

- Er klopt niets.
- Het slaat nergens op.

Nada faz sentido.

Er klopt iets niet met die rekenmachine.

Há algo estranho com esta calculadora.

- Misschien is het waar.
- Misschien klopt dat.

Talvez seja verdade.

Ik ben er zeker van dat dit klopt.

e isso é certamente verdade.

- De klok klopt niet.
- De klok staat niet goed.

O relógio está errado.

Dat klopt. Er zit veel vocht in de lucht.

É verdade. Tem muita umidade no ar.

Ik denk dat er iemand aan de deur klopt.

Acho que alguém está batendo na porta.

Een ogenblik alsjeblief. Er klopt iemand aan de deur.

- Um momento, por favor, alguém bate na porta.
- Aguarde um instante, por gentileza, alguém está batendo na porta.

- Zo is het.
- Dat klopt.
- Zo is het maar net!

Exatamente!

- Is dat zo?
- Klopt dat?
- Is dat correct?
- Is dat juist?

É correto isso?

- Waarom? Wat klopt er dan niet?
- Waarom? Wat is er dan mis?

Por quê? Que é que está errado?

- Wacht, er wordt aan mijn deur geklopt.
- Wacht, iemand klopt aan mijn deur.

Espere, alguém está batendo na porta.

Als de armoede aan de voordeur klopt, vlucht de liefde de achterdeur uit.

Quando a pobreza bate na porta da frente, o amor foge pela porta dos fundos.

- Ik heb de indruk dat iets niet klopt.
- Ik denk dat er iets mis is.

Tenho que a impressão de que algo anda mal.

- Er klopt iets niet.
- Er is iets mis.
- Er is iets aan de hand.
- Iets gaat niet goed.

- Alguma coisa está errada.
- Algo está errado.