Translation of "Ging" in English

0.007 sec.

Examples of using "Ging" in a sentence and their english translations:

- Tom ging parachutespringen.
- Tom ging skydiven.

Tom went skydiving.

- Alles ging fout.
- Het ging allemaal mis.
- Het ging helemaal verkeerd.
- Het ging allemaal fout.

It all went wrong.

Hij ging.

He went.

Tom ging.

Tom went.

- Je ging daarnaartoe.
- U ging daarnaartoe.
- Jullie gingen daarnaartoe.
- Je ging daarheen.
- U ging daarheen.
- Jullie gingen daarheen.

You went there.

- Ik ging naar rechts.
- Ik ging rechtsaf.
- Ik draaide rechtsaf.
- Ik ging rechts.

I turned right.

- Waar ging je heen?
- Waar ging je naartoe?

Where were you going?

- Hoe ging de toets?
- Hoe ging het proefwerk?

- How did the exam go?
- How did your test go?
- How was your exam?

Ze ging wandelen.

She went out for a walk.

Hij ging wandelen.

He went on a walk.

Ik ging uit.

- I was going out.
- I went out.

Het ging viraal.

It went viral.

Tom ging vissen.

Tom went fishing.

Hij ging vissen.

He went fishing.

Ik ging akkoord.

I agreed.

Hij ging skiën.

He went skiing.

Het ging mis.

Things went awry.

Hij ging staan.

He stood up.

Hij ging failliet.

He is bankrupt.

De bel ging.

The bell rang.

Tom ging verder.

Tom kept on walking.

Ik ging slapen.

I went to sleep.

Ik ging zitten.

I sat down.

Ik ging wandelen.

I took a walk.

Ze ging weg.

She left.

Niemand ging staan.

Nobody stood up.

Je ging door.

You continued.

Toms deurbel ging.

Tom's doorbell rang.

Ik ging niet.

I didn't go.

Niemand ging weg.

No one left.

Dat ging snel!

That was quick.

Alles ging fout.

Everything went wrong.

Tom ging skiën.

Tom went skiing.

Ik ging ook.

- I also went.
- I went, too.

De deurbel ging.

- The door bell has rung.
- The doorbell rang.

Ik ging skiën.

I went skiing.

Zij ging skiën.

She went skiing.

Sami ging slapen.

Sami went to sleep.

Tom ging eergisteren.

Tom went the day before yesterday.

Tom ging parasailen.

Tom went parasailing.

Sami ging skiën.

Sami went skiing.

Ze ging akkoord.

- She said yes.
- She agreed.

Hij ging snel.

He walked rapidly.

Tom ging snorkelen.

Tom went snorkeling.

Ik ging vissen.

I went fishing.

Tom ging kamperen.

Tom went camping.

Hij ging akkoord.

He agreed.

Alles ging goed.

Everything went well.

Yanni ging verder.

Yanni continued.

- Hij ging zijn kamer binnen.
- Hij ging zijn kamer in.

He entered his room.

- Ineens ging het licht uit.
- Plots ging het licht uit.

Suddenly, the light went out.

- Hij ging naar de winkel.
- Zij ging naar de winkel.

- He went to the shop.
- He went to the store.

- Ik ging naar het station.
- Ik ging naar het treinstation.

I went to the station.

- Ze ging in die richting.
- Ze ging die kant op.

She went that way.

- Die firma ging op de fles.
- Die firma ging failliet.

That company went bankrupt.

- Tom ging naar een tweedehandszaak.
- Tom ging naar een kringloopwinkel.

- Tom went to a thrift store.
- Tom went to a thrift shop.

- Hij ging de kamer uit.
- Zij ging de kamer uit.

She went out of the room.

Het ging als volgt:

So, let me paint the picture:

Belle's verhaal ging viraal.

Belle's story went viral.

Tom ging van school.

Tom dropped out of school.

De raket ging omhoog.

The rocket went up.

De wind ging liggen.

The wind blew itself out.

Ze ging niet ver.

She didn't go far.

Ze ging naar Ibaragi.

She went to Ibaraki.

Hij ging onmiddellijk weg.

He left immediately.