Translation of "Hebben" in English

0.027 sec.

Examples of using "Hebben" in a sentence and their english translations:

- Ze hebben afgezegd.
- Zij hebben afgezegd.
- Ze hebben geannuleerd.
- Zij hebben geannuleerd.

They canceled.

- Wij hebben honger.
- We hebben honger.

- We are hungry.
- We're hungry.

We hebben wat we nodig hebben.

We've got what we need.

Honden hebben bazen. Katten hebben personeel.

Dogs have masters. Cats have staff.

- Ze hebben geannuleerd.
- Zij hebben geannuleerd.

They canceled.

- Ze hebben gedineerd.
- Zij hebben gedineerd.

They had lunch.

Zou hebben.

need.

Wij hebben meer geld dan zij hebben.

We've got more money than they do.

We hebben alles wat we wilden hebben.

We got everything we wanted.

Muren hebben oren, papieren schuifdeuren hebben ogen.

Walls have ears, sliding paper doors have eyes

Ze hebben niet wat we nodig hebben.

They do not have what we require.

- We hebben geknuffeld.
- We hebben elkaar omhelsd.

We hugged each other.

- We hebben u nodig.
- We hebben je nodig.
- We hebben jullie nodig.

We need you.

- We hebben het opgelost.
- We hebben het uitgevogeld.
- We hebben een oplossing gevonden.
- We hebben een oplossing bedacht.

- We've figured it out.
- We figured it out.

- We hebben het opgelost.
- We hebben het uitgevogeld.
- We hebben een oplossing gevonden.

We've figured it out.

We hebben 11 talenversies, we hebben miljoenen kijkers,

We have 11 language versions, we have millions of views,

- Wij hebben twee kinderen.
- We hebben twee kinderen.

- We have two kids.
- We have two children.

- We hebben hen gezien.
- We hebben hem gezien.

We've seen him.

De muren hebben oren, de deuren hebben ogen.

The walls have ears, the doors have eyes.

- Ze hebben ons gered.
- Zij hebben ons gered.

They saved us.

- Ze hebben alles verloren.
- Zij hebben alles verloren.

They lost everything.

- De vrouwen hebben regenschermen.
- De vrouwen hebben paraplu's.

The women have umbrellas.

- Ze hebben het verpest.
- Zij hebben het verpest.

They ruined it.

- Ze hebben Tom uitgezet.
- Ze hebben Tom gedeporteerd.

They deported Tom.

- Ze hebben het druk.
- Zij hebben het druk.

- They're busy.
- They are busy.

- Ze hebben je nodig.
- Zij hebben je nodig.

They need you.

- We hebben altijd opties.
- We hebben altijd keuzes.

We always have options.

- Wij hebben twee kinderen.
- We hebben twee zoons.

- We have two kids.
- We have two children.
- We have two sons.

- Ze hebben misschien opgegeven.
- Misschien hebben ze opgegeven.

Maybe they gave up.

- We hebben gerechtigheid nodig.
- We hebben rechtvaardigheid nodig.

We need justice.

- We hebben het gehaald.
- We hebben het gered.

We made it.

- We hebben drie kinderen.
- Wij hebben drie kinderen.

- We have three children.
- We have three kids.

- Ze hebben een gezin.
- Ze hebben een familie.

- They have families.
- They have a family.

- Wetenschappers hebben zwaartekrachtgolven waargenomen.
- Wetenschappers hebben zwaartekrachtgolven gedetecteerd.

Scientists have detected gravitational waves.

- We hebben u nodig.
- We hebben je nodig.

We need you.

- Ze hebben ze nodig.
- Ze hebben hen nodig.

They need them.

- Hebben ze het begrepen?
- Hebben jullie het begrepen?

Did they understand?

- Ze hebben geld nodig.
- Jullie hebben geld nodig.

- You need money.
- They need money.

Velen hebben beweerd

Now, many have argued

Bevestiging te hebben .

in hard fact.

Al hebben gehad.

discussed already.

hebben nooit liefdesverdriet,

never get broken hearts,

We hebben gekozen.

Okay, we chose it.

We hebben platina;

We have platinum,

Ze hebben tweelingdochters.

They have twin daughters.

Hebben jullie haast?

Are you in a rush?

Hebben schildpadden tanden?

Do turtles have teeth?

We hebben haast.

We're in a hurry.

We hebben gebeld.

We talked on the telephone.

Hebben jullie dorst?

Are you thirsty?

Hebben jullie zussen?

Do you have any sisters?

Boerderijen hebben schuren.

Farmhouses have barns.

Hebben jullie kwartjes?

Do you have any quarters?

Vogels hebben vleugels.

Birds have wings.

We hebben het!

We have it!

Ze hebben honger.

They feel hungry.

We hebben haar!

- We have it!
- We have him!
- We have her!

Hebben jullie rijst?

Do you have rice?

We hebben gasverwarming.

We have gas heating.

We hebben geluncht.

We had a meal after noon.

We hebben eieren.

We have eggs.

Zij hebben water.

They have water.

We hebben wijn.

We have wine.

Zij hebben wijn.

They have wine.

We hebben gasten.

We have guests.

Ze hebben gelogen.

They lied.

We hebben gewonnen!

We've won!

We hebben gelijk.

We're right.

Ze hebben gelijk.

They're right.

We hebben verloren.

We lost.

Ze hebben explosieven.

- They've got explosives.
- They have explosives.

We hebben ontbeten.

We had breakfast.