Translation of "Weg" in Turkish

0.027 sec.

Examples of using "Weg" in a sentence and their turkish translations:

Weg!

Defol!

- Ben je weg?
- Zijn jullie weg?
- Bent u weg?
- Gaat u weg?

Gidiyor musun?

- Ga niet weg.
- Ga niet weg!

Ayrılmayın!

- Ze zijn weg.
- Zij zijn weg.

Onlar gitti.

- Alsjeblieft, ga weg!
- Ga alsjeblieft weg!

Lütfen gidin.

- We dommelen weg.
- We doezelen weg.
- We dommelen in.
- Wij dommelen weg.
- Wij doezelen weg.
- Wij dommelen in.
- We zakken weg.
- Wij zakken weg.

Uyukluyoruz.

Ga weg.

Hadi!

Weg hier!

Çabuk buradan dışarı çık!

Kijk weg.

- Yüzünü yana çevir.
- Başka yere bak.

Ga weg!

- Defol.
- Ayrıl.

- Rot op!
- Scheer je weg!
- Ga weg!
- Hoepel op!
- Weg!
- Wegwezen!
- Weg van hier!
- Maak dat je wegkomt!
- Ga toch weg!

- Defol!
- Defol buradan!

- Ik ben weg.
- Ik ben hier weg.

Bana müsaade.

- Scheer je weg!
- Ga weg!
- Weg!
- Wegwezen!
- Weg van hier!
- Maak dat je wegkomt!
- Opzij.
- Opschuiven.
- Loop weg!
- Maak dat jullie wegkomen.
- Maak dat u wegkomt!
- Ga weg hier.

Defol.

- Weg met het geweer.
- Doe het pistool weg.

Silahtan kurtul.

- Doe het gewoon weg.
- Gooi dat ding weg.

Sadece ondan kurtul.

- De hond ging weg.
- De hond liep weg.

Köpek uzaklaştı.

- De jongen liep weg.
- De jongen rende weg.

Çocuk kaçtı.

Ze is weg.

Arka taraftan fırladı.

Alles is weg.

Her şey gitti.

Zijn we weg?

Gidelim mi?

Ze gingen weg.

Onlar gitti.

Tom is weg.

Tom gitti.

- Wegwezen.
- Ga weg.

- Geri çekil!
- Vazgeç!

Tom was weg.

Tom ölmüştü.

Niemand ging weg.

Kimse gitmedi.

Ze reden weg.

Onlar arabayla uzaklaştılar.

Ga weg, Tom.

Defol, Tom.

Ga nu weg!

Şimdi çık.

Ze ging weg.

O gitti.

Iedereen gaat weg.

Herkes gidiyor.

- Weglopen!
- Ren weg!

Kaç!

Wil je weg?

Gitmek istiyor musun?

Ga weg, alstublieft.

- Lütfen ayrıl.
- Lütfen burayı terk et.

Hij keek weg.

O, bakışlarını çevirdi.

Breng me weg.

Beni uzaklaştır.

Ga niet weg.

Gitme!

Je moet weg.

- Gitmeniz gerekiyor.
- Defolup gitmen gerekiyor.

- Rijden we ver weg?
- Gaan we ergens ver weg?

İlerliyor muyuz?

- Blijf weg.
- Blijf uit de buurt.
- Blijf hier weg.

Uzak dur.

- Ben je weg?
- Ga je weg?
- Ga je door?

Gidecek misin?

- Rot op!
- Scheer je weg!
- Ga weg!
- Hoepel op!
- Weg!
- Wegwezen!
- Weg van hier!
- Ga!
- Rot op.
- Lopen!
- Maak dat je wegkomt!
- Donder op.
- Vooruit.
- Loop weg!

Yürü!

- Ga alsjeblieft.
- Ga alstublieft.
- Ga alsjeblieft weg.
- Ga alstublieft weg.

Lütfen git.

- Zuid-Afrika is ver weg.
- Zuidelijk Afrika is ver weg.

Güney Afrika çok uzaktır.

- Scheer je weg!
- Ga weg!
- Hoepel op!
- Weg!
- Buiten!
- Onder mijn ogen uit!
- Wegwezen!
- Weg van hier!
- Verdwijn!
- Lazer op!
- Maak dat je wegkomt!
- Eruit!
- Donder op.
- Kom eruit.
- Weg met jou!
- Scheer je weg.
- Maak dat u wegkomt!
- Ga weg hier.

- Çık dışarı!
- Defol!
- Yürü git!

Alsjeblieft, ga niet weg.

Lütfen gitmeyin.

We kunnen hier weg.

Buradan gidiyoruz.

Je ziet een weg.

Bakın, bir yol görünüyor!

Hij was al weg.

O daha önce gitti.

Hij ging onmiddellijk weg.

O aniden gitti.

Moet hij meteen weg?

Onun hemen gitmesi gerekiyor mu?

En weg is het.

ve gitti.

Breng Tom hier weg.

- Tom'u dışarı çıkart.
- Tom'u buradan çıkar.

Zet uw fiets weg.

Bisikletini bir kenara koy.

Ik ben hier weg.

Ben izinliyim.

Doe je kleren weg.

Elbiselerini yerine koy.

De bestanden zijn weg.

Dosyalar eksik.

Ik ga nu weg.

Ben şimdi gidiyorum.

Gooi het gewoon weg.

Sadece onu fırlat.

Tom wilde niet weg.

Tom ayrılmak istemedi.

Tom is ver weg.

Tom çok uzakta.

Alsjeblieft, haal dit weg.

Lütfen bunu götür.

We moeten hier weg.

Buradan çıkmalıyız.

Ik moet echt weg.

Gerçekten gitmeliyim.

Ik moest echt weg.

Gerçekten gitmem gerekiyordu.

Tom weet de weg.

Tom yolu biliyor.

Is Boston ver weg?

- Boston uzakta mı?
- Boston uzak mı?

Deze weg is gevaarlijk.

Bu yol tehlikeli.

Ons geld is weg.

Bizim para bitti.

Is hij al weg?

O zaten gitti mi?

Iedereen moet hier weg.

Herkesin buradan çıkması gerekiyor.

Pijn, pijn, ga weg.

Ağrı, acı, defol git.

Ze moeten allemaal weg.

Onların hepsinin gitmesi gerekiyor.

Deze weg is vreselijk.

Bu yol dehşet verici.

De weg was ijzig.

Yol buzluydu.

De weg is ijzig.

Yol buzlu.

De magie is weg.

Büyü gitti.

Ga bij hem weg.

Ondan uzak dur.

Ze gingen allebei weg.

Onlardan ikisi terk etti.

Tom ging meteen weg.

Tom derhal terk etti.

Tom duwde me weg.

Tom beni geriye itti.

Laat onnodige woorden weg!

- Gereksiz sözcükleri çıkar!
- Lüzumsuz kelimeleri at!

De dief rende weg.

Hırsız kaçtı.

Mijn appels zijn weg.

Benim elmalar kayıp.

De weg is lang.

Yol uzun.

Hij is al weg.

Zaten gitti.

Steek je portefeuille weg.

Cüzdanını ortadan kaldır.

Kent ge de weg?

Yolu biliyor musun?