Translation of "Drinken" in Spanish

0.059 sec.

Examples of using "Drinken" in a sentence and their spanish translations:

- Wilt u iets drinken?
- Willen jullie iets drinken?
- Wil je iets drinken?
- Wil je wat drinken?
- Wil jij iets drinken?

- ¿Quieres tomar algo?
- ¿Quiere tomar algo?

- Wilt u iets drinken?
- Willen jullie iets drinken?
- Wil je iets drinken?

¿Te gustaría beber algo?

- Willen jullie iets drinken?
- Wil je iets drinken?
- Wil je wat drinken?
- Wil je iets om te drinken?
- Wil je iets te drinken?

- ¿Te gustaría beber algo?
- ¿Quieren tomar algo?
- ¿Deseas beber algo?

- Wilt u iets drinken?
- Willen jullie iets drinken?

¿Quiere tomar algo?

- Wat wilt u drinken?
- Wat wilt ge drinken?

¿Qué desea beber?

- Wat wilt ge drinken?
- Wat wil je drinken?

- ¿Qué desea beber?
- ¿Qué quieren beber?

- Wat wilt u drinken?
- Wat wil je drinken?

¿Qué quiere beber?

- Wil je iets drinken?
- Wil je wat drinken?
- Wil je iets om te drinken?
- Wil je iets te drinken?

¿Deseas beber algo?

Wat te drinken?

¿Para beber?

Wil je drinken?

¿Quieres beber?

Ze drinken cola.

Ellos beben Coca-Cola.

Ik wil drinken.

- Quiero beberlo.
- Quiero tomármelo.

We drinken water.

Bebemos agua.

Ze drinken melk.

Ellos beben leche.

Vogels drinken water.

Los pájaros toman agua.

Zij drinken niet.

Ellos no ingieren alcohol.

Wij drinken alles.

Bebemos de todo.

We drinken thee.

Bebemos té.

Ze willen drinken.

Quieren beber.

- Ik wil wat water drinken.
- Ik wil water drinken.

Quiero beber agua.

- Laten we wat gaan drinken.
- Laten we iets drinken.

Tomémonos algo.

- Wil je wat drinken?
- Wil je iets om te drinken?
- Wil je iets te drinken?

- ¿Te gustaría beber algo?
- ¿Quieres tomar algo?
- ¿Quieres beber algo?
- ¿Quieres algo para beber?

- Wat zou je graag willen drinken?
- Wat wil je drinken?

¿Qué quieres beber?

- Ik mag geen melk drinken.
- Ik kan geen melk drinken.

No puedo beber leche.

Mag ik alcohol drinken?

¿Puedo beber alcohol?

Ik wil water drinken.

Quiero beber agua.

Wil je wat drinken?

- ¿Quieres beber algo?
- ¿Quiere beber algo?

Echte mannen drinken thee.

Los hombres de verdad beben té.

Willen jullie iets drinken?

¿Queréis algo de beber?

Wil je iets drinken?

- ¿Quieres tomar algo?
- ¿Quieres algo de tomar?

Wat wilt ge drinken?

¿Qué desea beber?

Gaan we koffie drinken?

¿Vamos a tomar un café?

Italianen drinken vaak koffie.

Los italianos a menudo toman café.

Wat ga je drinken?

- ¿Qué van a beber ustedes?
- ¿Qué vas a beber?
- ¿Qué vais a beber?
- ¿Qué van a tomar?
- ¿Qué va a tomar?

Je moet water drinken.

Tienes que beber agua.

Europeanen drinken graag wijn.

A los europeos les gusta beber vino.

Ze drinken nooit bier.

- No beben nunca cerveza.
- Nunca beben cerveza.

Zij drinken geen alcohol.

Ellos no ingieren alcohol.

Wat wilt u drinken?

¿Qué desea beber?

- Wil je iets om te drinken?
- Wil je iets te drinken?

¿Quieres algo para beber?

- Ik ben gestopt met koffie drinken.
- Ik stopte met koffie drinken.

Dejé de beber café.

- Geef me iets te drinken.
- Geeft u me iets te drinken.

Dame algo de beber.

- Wil je iets kouds te drinken?
- Wilt u iets kouds te drinken?
- Willen jullie iets koud te drinken?

¿Quieres algo frío de beber?

- Hij is weer begonnen met drinken.
- Zij is weer begonnen met drinken.

Ha vuelto a la bebida.

- Ik zou graag iets drinken.
- Ik zou graag iets te drinken hebben.

- Me gustaría tomar algo.
- Me gustaría beber algo.
- Me gustaría algo para tomar.
- Me gustaría algo para beber.

- Wat drinkt u?
- Wat drink je?
- Wat ben je aan het drinken?
- Wat bent u aan het drinken?
- Wat zijn jullie aan het drinken?
- Wat drinken jullie?

- ¿Qué estás tomando?
- ¿Qué estáis bebiendo?

Geef me iets te drinken.

Dame algo de beber.

Ik wil wat water drinken.

Quiero beber un poco de agua.

Je moet stoppen met drinken.

- Necesitas dejar de beber.
- Tienes que dejar de beber.

Ik kan geen alcohol drinken.

- No puede beber alcohol.
- No puedo beber alcohol.

Ik wil iets warms drinken.

Quiero algo caliente para beber.

Ik kan geen melk drinken.

No puedo beber leche.

Hij zat wijn te drinken.

- Estaba sentado bebiendo vino.
- Él estaba sentado bebiendo vino.
- Él estaba sentado tomando vino.

Hij is gestopt met drinken.

- Dejó de beber.
- Ha dejado de beber.

Is dit water te drinken?

¿Esta agua es para beber?

Ik kan geen koffie drinken.

No puedo beber café.

Wil je graag koffie drinken?

¿Quieres tomar café?

Ik wil iets kouds drinken.

Quiero beber algo frío.

We kunnen geen melk drinken.

No podemos beber leche.

Ik wil nu iets drinken.

Quiero beber algo ahora.

Ik kan niet meer drinken.

Ya no puedo beber más.