Translation of "Wat" in German

0.026 sec.

Examples of using "Wat" in a sentence and their german translations:

- Wat een lul!
- Wat een eikel!
- Wat een klootzak!
- Wat een rotzak!
- Wat een lastpak!

- Was für ein Arschloch!
- Was für ein Arsch!
- So ein Arsch!

- Wat is dat?
- Wat wil je?
- Wat is het?
- Wat moet je?
- Wat is er?

- Was ist das?
- Was ist das für ein Ding?
- Was gibt es?

Wat?

Was?

- Wat wil je?
- Wat wilt u?
- Wat willen jullie?
- Wat mot je?

- Was willst du?
- Was wollen Sie?
- Was möchten Sie?
- Was möchtest du?

- Wat wil je?
- Wat blieft u?
- Wat wilt u?
- Wat willen jullie?

- Was willst du?
- Was wollt ihr?
- Was wollen Sie?

- Hè, wat irritant!
- Wat irritant!

Wie ärgerlich!

- Wat wil zij?
- Wat wilt u?
- Wat wil hij?

- Was wollen Sie?
- Was will er?

- Wat verwacht u?
- Wat verwacht hij?
- Wat verwacht ze?

Was erwartet er?

- Wat motiveert je?
- Wat motiveert u?
- Wat motiveert jullie?

- Was motiviert dich?
- Was motiviert Sie?
- Was motiviert euch?

- Wat een lul!
- Wat een eikel!
- Wat een klootzak!

Was für ein Depp!

- Wat zegt u?
- Wat zeg je?
- Wat zeggen jullie?

Was sagst du?

- Wat bijt jou?
- Wat bijt jullie?
- Wat bijt u?

Was quält dich?

- Wat heb je?
- Wat heeft u?
- Wat hebben jullie?

- Was habt ihr?
- Was haben Sie?

- Wat is dat?
- Wat is dit?
- Wat is het?

Was ist das?

- Wat nog meer?
- Wat anders?
- Wat is er nog?

Was weiter?

- Wat denk je?
- Wat denkt u?
- Wat denken jullie?
- Wat vind jij ervan?

- Was meinst du?
- Was denkst du?

- Wat maakte je wakker?
- Wat maakte u wakker?
- Wat maakte jullie wakker?
- Wat wekte u?
- Wat wekte jullie?
- Wat wekte je?

Was hat dich geweckt?

- Wat heb je gezegd?
- Wat zegt u?
- Wat zei u?
- Wat hebben jullie gezegd?

- Was hast du gesagt?
- Was haben Sie gesagt?

- Wat denk je ervan?
- Wat vind je hiervan?
- Wat denk je daarvan?
- Wat denk je daar van?
- Wat denkt u?
- Wat denken jullie?

- Was hältst du davon?
- Was denkst du darüber?
- Was halten Sie davon?
- Was meinst du dazu?
- Wie denkst du darüber?
- Was meinen Sie dazu?
- Was denken Sie darüber?
- Was denkt ihr alle darüber?

- Wat willen ze?
- Wat wensen ze?

Was möchten sie?

- Wat zit erin?
- Wat bevat het?

- Was ist da drin?
- Was enthält es?

- Wat is dat?
- Wat is dit?

Was ist das?

- Wat een ramp!
- Wat een catastrofe!

Was für eine Katastrophe!

- Wat eet je?
- Wat eet u?

Was isst du?

- Wat een eikel!
- Wat een klootzak!

Was für ein Trottel.

- Wat bevat het?
- Wat staat erin?

Was beinhaltet es?

- Wat een loser!
- Wat een verliezer!

Was für eine Null!

- Wat een puinhoop!
- Wat een rotzooi!

Was für ein Durcheinander!

- Wat spijt je?
- Wat spijt u?

- Was tut dir leid?
- Was tut euch leid?
- Was tut Ihnen leid?

- Wat een loser!
- Wat een mislukkeling!

Was für eine Niete!

- Wat een huichelaar!
- Wat een huichelaarster!

Was für ein Heuchler!

- Drink wat thee.
- Neem wat thee.

Nimm dir Tee!

- Wat denk je?
- Wat denkt u?

Was ist deine Meinung?

- Wat doet ze?
- Wat doet hij?

- Was macht sie?
- Was macht er?
- Was tut sie?

- Wat een klootzak!
- Wat een rotzak!

Was für ein Arsch!

Wat niet weet, wat niet deert.

Unwissenheit ist Seligkeit.

- Wat is dat?
- Wat is het?

Was ist das?

- Wat kook je?
- Wat koken jullie?

- Was kochst du?
- Was kochen Sie?
- Was kocht ihr?

- Wat een comeback!
- Wat een terugkeer!

Was für eine Wiederkehr!

- Wat een team!
- Wat een ploeg!

Was für ein Team!

- Wat een kans!
- Wat een gelegenheid!

Was für eine Steilvorlage!

- Wat denk je ervan?
- Wat vind je hiervan?
- Wat denk je daarvan?
- Wat denk je daar van?
- Wat denken jullie?

- Was hältst du davon?
- Was denkst du darüber?
- Was meinst du dazu?
- Wie denkst du darüber?
- Was meinen Sie dazu?
- Was denken Sie darüber?
- Wie geht es euch damit?
- Was ist deine Meinung diesbezüglich?

- Wat betekent dat?
- Wat bedoel je daarmee?
- Wat wil dat zeggen?

Was bedeutet das?

- Wat heb je gezegd?
- Wat zegt u?
- Wat hebben jullie gezegd?

- Was hast du gesagt?
- Was haben Sie gesagt?
- Was sagtest du?
- Was sagten Sie?

- Wat wilt u drinken?
- Wat drinkt u?
- Wat ga je drinken?

Was trinken Sie?

Wat? Echt?

Ach, wirklich?

Wat duur!

Wie teuer!

Wat fascinerend!

Das ist faszinierend!

Wat nog?

Was noch?

Wat leuk!

Wie schön!

Wat mooi!

Wie schön!

Probeer wat.

- Probier davon!
- Probier mal.

Wat interessant!

Wie interessant!

Wat slim!

- Wie schlau!
- Wie geschickt!
- Wie klug!

Wat avontuurlijk!

Wie gewagt!

Wat absurd!

- So ein Unsinn!
- Wie absurd!

Doe wat!

Handele!

Wat jammer!

Wie schade!

Wat onhandig!

Was für eine Ungeschicktheit!

Wat vermoeiend!

Wie anstrengend!

Wat nu?

Was jetzt?

- Wat?
- Wablieft?

Was?

Wat leuk.

Wie nett.

Wat vreemd!

Wie seltsam!

- Wat heb je voorbereid?
- Wat hebt u voorbereid?
- Wat hebben jullie voorbereid?
- Wat hebben jullie gekookt?
- Wat hebt u gekookt?
- Wat heb je gekookt?
- Wat heb je zitten koken?
- Wat hebt u zitten koken?
- Wat hebben jullie zitten koken?

Was hast du gekocht?

- Wat is je kamernummer?
- Wat is uw kamernummer?
- Wat is jullie kamernummer?
- Wat is jouw kamernummer?

- Welche Zimmernummer haben Sie?
- Welche Zimmernummer hast du?
- Welche Zimmernummer habt ihr?

- Wat heb je meegebracht?
- Wat bracht je mee?
- Wat heeft u meegebracht?
- Wat hebben jullie meegebracht?

- Was hast du mitgebracht?
- Was haben Sie mitgebracht?
- Was habt ihr mitgebracht?

- Wat is jouw baan?
- Wat is uw baan?
- Wat is jullie baan?
- Wat is je beroep?

- Was machst du beruflich?
- Was machen Sie beruflich?

- Doe wat je wilt.
- Doe wat je wil.
- Doe wat ge wilt.
- Doe wat u wil.
- Doe wat je goed lijkt.

- Mach, was du willst.
- Mache, was du willst.
- Tu, was du willst.