Translation of "Naartoe" in Turkish

0.013 sec.

Examples of using "Naartoe" in a sentence and their turkish translations:

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar gaat u naartoe?

Nereye gidiyorsun?

- Waar gaat dit pad naartoe?
- Waar leidt dit pad naartoe?

Bu yol nereye gider?

Waar gaan jullie naartoe?

Nereye yöneliyorsunuz?

Waar wilt ge naartoe?

- Nereye gitmek istersiniz?
- Nereye gitmek istiyorsun?

Waar ging Tom naartoe?

Tom nereye gitti?

Waar is hij naartoe?

Nereye gitti?

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar ga je naartoe?

Nereye gidiyorsun?

Ze gingen er allemaal naartoe.

Onların hepsi oraya gitti.

Waar gaan we nu naartoe?

Daha sonra nereye gidiyoruz?

Moet ik er echt naartoe?

Oraya gitmem gerekiyor mu?

Waar zullen we naartoe gaan?

Nereye gidelim?

Waar gaat de os naartoe?

Öküz nereye gidiyor?

Waar gaan we achteraf naartoe?

Daha sonra nereye gideceğiz?

Neem Tom ergens mee naartoe.

Tom'u bir yere götür.

Waar gaat die bus naartoe?

- Bu otobüs nereye gidiyor?
- Bu otobüs nereye gider?

Waar brengt u mij naartoe?

- Beni nereye götürüyorsunuz?
- Beni nereye götürüyorsun?

Neem ons ergens mee naartoe.

Bizi bir yere götür.

Neem hen ergens mee naartoe.

Onları bir yere götür.

Neem me ergens mee naartoe.

Beni bir yere götür.

Neem hem ergens mee naartoe.

Onu bir yere götür.

Neem haar ergens mee naartoe.

Onu bir yere götür.

Waar gaat deze trein naartoe?

Bu tren nereye gidiyor?

Ik ging daar eergisteren naartoe.

Önceki gün oraya gittim.

Hij ging er persoonlijk naartoe.

O oraya bizzat gitti.

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar ga je naartoe?
- Waar gaat u heen?

- Nereye gidiyorsun?
- Nereye gidiyorsunuz?

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar ga je naartoe?
- Waar gaat u naartoe?
- Waar gaat u heen?
- Waar gaan jullie heen?

- Nereye gidiyorsun?
- Nereye yöneliyorsunuz?
- Nereye gidiyorsunuz?

Niemand weet waar Bill naartoe is.

Bill'in nereye gittiğini kimse bilmiyor.

Ze vroeg waar ik naartoe ging.

Nereye gittiğimi sordu.

Waar hebt ge Tom naartoe gestuurd?

Tom'u nereye gönderdin?

Ze is daar gisteren naartoe gegaan.

O dün oraya gitti.

Hij gaat daar elke dag naartoe.

O, her gün oraya gider.

Ga je deze zomer ergens naartoe?

Bu yaz bir yere gidecek misin?

Waar ga je deze namiddag naartoe?

Bu öğleden sonra nereye gidiyorsun?

Mijn hond volgt mij overal naartoe.

Nereye gitsem köpeğim beni izler.

- Waar ga je heen?
- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar ga je naartoe?
- Waar gaat u naartoe?
- Waar gaat u heen?
- Waar gaan jullie heen?

- Nereye gidiyorsun?
- Nereye gidiyorsunuz?

Weet jij waar hij naartoe is gegaan?

Onun nereye gittiğini biliyor musun?

Ik weet niet waar je naartoe gaat.

Nereye gittiğini bilmiyorum.

Waar gaan we naartoe na onze dood?

Ölümümüzden sonra nereye gideriz?

Weet jij waar Tom naartoe is gegaan?

Tom'un nereye gittiğini biliyor musun?

Ik ga daar in uw plaats naartoe.

Oraya senin yerine gideceğim.

Ik wil ergens naartoe gaan in Europa.

Avrupa'da bir yere gitmek istiyorum.

Niemand weet waar Tom naartoe is gegaan.

Hiç kimse Tom'un nereye gittiğini bilmiyor.

- Waar je ook naartoe gaat, vergeet me niet te schrijven.
- Waar u ook naartoe gaat, vergeet me niet te schrijven.
- Waar jullie ook naartoe gaan, vergeet me niet te schrijven.
- Ongeacht waar je naartoe gaat, vergeet me niet te schrijven.
- Ongeacht waar u naartoe gaat, vergeet me niet te schrijven.
- Ongeacht waar jullie naartoe gaan, vergeet me niet te schrijven.

Nereye gidersen git bana yazmayı unutma.

- Waar ga je heen?
- Waar gaan jullie naartoe?

Nereye gidiyorsunuz?

- Waar ging je heen?
- Waar ging je naartoe?

Nereye gidiyordun?

- Waar ga je heen?
- Waar gaat ge naartoe?

- Nereye gidiyorsun?
- Nereye gidiyorsunuz?

- Waar gaan we naartoe?
- Naar waar gaan we?

Nereye gidiyoruz?

- Tom kan nergens heen.
- Tom kan nergens naartoe.

Tom'un gidecek bir yeri yok.

- Waar gaan jullie naartoe?
- Waar gaan jullie heen?

Siz arkadaşlar nereye gidiyorsunuz?

- Ga ergens anders naartoe.
- Ga ergens anders heen.

Başka bir yere git.

- Waar moeten we heen?
- Waar moeten we naartoe?

Nereye gitmemiz gerekiyor?

- Waar ga je heen?
- Waar ga je naartoe?

Nereye gidiyorsun?

- Waar gaan ze heen?
- Waar gaan ze naartoe?

Onlar nereye gidiyorlar?

Ik besloten er met de trein naartoe te gaan.

Trenle gitmeye karar verdim.

Tom zei dat hij weet waar Mary naartoe ging.

Tom Mary'nin nereye gittiğini bildiğini söyledi.

Tom denkt dat hij weet waar Mary naartoe is.

Tom Mary'nin nereye gittiğini bildiğini düşünüyor.

Ik zal je volgen, waar je ook naartoe gaat.

Nereye giderseniz gidin sizi takip edeceğim.

- Waar zijn ze heengegaan?
- Waar zijn ze naartoe gegaan?

Onlar nereye gitti?

Ik vermijd daar laat op de avond naartoe te gaan.

Oraya gece geç saatlerde gitmekten kaçınırım.

Waar een tand pijn doet, daar gaat de tong naartoe.

Diş nerede ağrırsa, dil oraya gider.

Het restaurant waar we naartoe gingen was niet te duur.

Gittiğimiz restoran çok pahalı değildi.

Om te weten wat ermee gebeurt als het daar naartoe gaat.

oraya gittiğinde ne olacağı bilinmeli.

- Ik ben er gisteren naartoe gegaan.
- Ik ging daar gisteren heen.

Dün oraya gittim.

Ik zal hem vragen waar hij vorige zondag naartoe gegaan is.

Geçen Pazar onun nereye gittiğini soracağım.

Waar zullen we naartoe gaan? Naar het theater of de bioscoop?

Şimdi nereye gidelim? Tiyatroya mı yoksa sinemaya mı?

Het is goedkoper als je er met de bus naartoe gaat.

Eğer oraya otobüs ile gidersen daha ucuz.

Hier nam ik mijn vriendin mee naartoe op ons eerste afspraakje.

Burası ilk buluşmamızda kız arkadaşımı götürdüğüm yer.

Ik heb je precies gebracht waar ik wilde dat je naartoe ging.

Hepinizi tam da istediğim yere getirdim.

Er waren veel islamitische kinderen op de school waar Sami naartoe ging.

Sami'nin gittiği okulda çok sayıda Müslüman çocuk vardı.

Tom had de moed niet om daar in zijn eentje naartoe te gaan.

Tom'un tek başına oraya gitmek için cesareti yoktu.

- Tom wou weten waar we heen gingen.
- Tom wou weten waar we naartoe gingen.

Tom nereye gittiğimizi bilmek istiyordu.

De tuinen zijn zeer mooi in de lente, en we gaan er dikwijls naartoe.

Bahçeler ilkbaharda çok güzeldir ve biz sık sık oraya gideriz.

Zijn moeder zal er niet mee akkoord gaan dat hij daar alleen naartoe gaat.

Annesi onun oraya yalnız gitmesine izin vermeyecek.

- Ik wil niet teruggaan.
- Ik wil daar niet terug naartoe.
- Ik wil niet meer terug.

Dönmek istemiyorum.

- Waar komen we vandaan, waar gaan we naartoe?
- Waar komen we vandaan? Waar gaan we heen?

Nereden geliyoruz? Nereye gidiyoruz?

- Jij beslist of we daarheen gaan of niet.
- Jij beslist of we er wel of niet naartoe gaan.

Oraya gidip gitmeyeceğimize karar vermek sana bağlı.

- Hij heeft voor zichzelf beslist dat hij daar alleen heen zou gaan.
- Hij heeft beslist om daar alleen heen te gaan.
- Hij besloot om daar alleen heen te gaan.
- Hij heeft voor zichzelf beslist dat hij daar alleen naartoe zou gaan.
- Hij heeft beslist om daar alleen naartoe te gaan.

Oraya yalnız gitmeye karar verdi.