Translation of "Heeft" in Hungarian

0.014 sec.

Examples of using "Heeft" in a sentence and their hungarian translations:

- Ze heeft geluk.
- Zij heeft geluk.

Ő szerencsés.

- Tom heeft bekend.
- Tom heeft gebiecht.

Tom gyónt.

- Hij heeft gewonnen.
- Zij heeft gewonnen.

Ő nyert.

- Heeft u kinderen?
- Heeft hij kinderen?

Vannak gyerekei?

- Heeft Tom gereageerd?
- Heeft Tom geantwoord?

Tamás válaszolt?

- Tom heeft een keelontsteking.
- Tom heeft een keelamandelontsteking.
- Tom heeft tonsillitis.

Tomnak mandulagyulladása van.

- Tom heeft OCD.
- Tom heeft een dwangstoornis.

Tom OCD megbetegedésben szenved.

- Tom heeft het mis.
- Tom heeft ongelijk.

- Tominak nincs igaza.
- Tom téved.

- Wie heeft je gestuurd?
- Wie heeft u gestuurd?
- Wie heeft jullie gestuurd?

Ki küldte?

- Wie heeft je geslagen?
- Wie heeft u geslagen?
- Wie heeft jullie geslagen?

Ki ütött meg?

- Ze heeft hulp nodig.
- Hij heeft hulp nodig.

- Szüksége van segítségre.
- Segítségre van szüksége.

- Ze heeft weinig vrienden.
- Zij heeft weinig vrienden.

Kevés barátja van.

- Zij heeft twee zusters.
- Ze heeft twee zussen.

Két nővére van neki.

- Waarschijnlijk heeft Tom gelijk.
- Tom heeft waarschijnlijk gelijk.

Tamásnak valószínűleg igaza van.

- Zij heeft je nodig.
- Zij heeft u nodig.

- Te kellesz neki.
- Önre van szüksége.

- Hij heeft je nodig.
- Hij heeft u nodig.

- Szüksége van rád.
- Te kellesz neki.
- Kellesz neki.

- Japan heeft regelmatig aardbevingen.
- Japan heeft dikwijls aardbevingen.

Japánban gyakori a földrengés.

- Hij heeft zelfmoord gepleegd.
- Hij heeft zichzelf omgebracht.

- Öngyilkos lett.
- Megölte magát.

- Heeft Lucy al gebeld?
- Heeft Lucy al getelefoneerd?

Hívott már Lucy?

- Misschien heeft Tom gelijk.
- Tom heeft misschien gelijk.

Talán Tomnak igaza van.

- Wat heeft Tom meegebracht?
- Wat heeft Tom meegenomen?

Mit hozott Tom?

- Ze heeft grote borsten.
- Zij heeft grote borsten.

Nagy mellei vannak.

- Ze heeft twintig kinderen.
- Zij heeft twintig kinderen.

Húsz gyermeke van.

- Sara heeft eenendertig stiften.
- Sara heeft 31 pennen.

Sárinak harmincegy tolla van.

- Tom heeft een melkveebedrijf.
- Tom heeft een melkveehouderijbedrijf.

Tominak van egy tejgazdasága.

- Tom heeft het verbeterd.
- Tom heeft het gecorrigeerd.

Tom kijavította.

- Heeft Tom een tatoeage?
- Heeft Tom een tattoo?

Van Tomnak tetoválása?

- Wie heeft Tom gedood?
- Wie heeft Tom vermoord?

Ki ölte meg Tomot?

- Het heeft veel gesneeuwd.
- Het heeft flink gesneeuwd.

- Sok hó leesett.
- Sokat havazott.

Iedereen heeft zwakheden.

Mindenkinek vannak gyengéi.

Ze heeft stuiptrekkingen.

Be van görcsölve.

Heeft hij kinderen?

Vannak gyerekei?

Wat heeft ze?

- Mije van?
- Mi van nála?

Heeft hij gelijk?

Igaza van?

Tom heeft allergieën.

Tom allergiás.

Tom heeft artritis.

Tomnak ízületi gyulladása van.

Tom heeft astma.

Tomnak asztmája van.

Ze heeft ongelijk.

Nincs igaza.

Iedereen heeft gebreken.

Mindenkiben van hiba.

Tom heeft scheurbuik.

Tomnak skorbutja van.

Tom heeft heimwee.

- Tamásnak honvágya van.
- Tamás honvágyat érez.

Tom heeft kanker.

Tom rákos.

Heeft u gerust?

Pihenhetek?

Hij heeft wijn.

Van bora.

Ze heeft borstkanker.

Mellrákos.

Tom heeft anorexia.

Tom anorexiás.

Heeft Tom gebeld?

- Tomi telefonált?
- Tom hívott?
- Tom telefonált?

Tom heeft geluk.

Tomnak szerencséje van.

Tom heeft verloren.

Tom veszített.

Tom heeft gelijk.

Tomnak igaza van.

Niemand heeft gelogen.

Senki sem hazudott.

Tom heeft bekend.

Tom bevallotta.

Tom heeft honger.

Tom éhes.

Tom heeft gefaald.

Tom kudarcot vallott.

Niemand heeft gebeld.

Senki sem hívott.

Iedereen heeft betaald.

Mindenki fizetett.

Heeft u buikpijn?

Önnek fáj a hasa?

Heeft Tom geantwoord?

- Tom válaszolt?
- Válaszolt Tom?

Tom heeft sproeten.

Tom szeplős.

Hij heeft lef.

Van mersze.

Hij heeft hoofdpijn.

Fáj a feje.

Ze heeft kinderen.

Vannak gyerekei.

Tom heeft kippen.

Tominak tyúkjai vannak.

Tom heeft konijnen.

Tomnak vannak nyulai.

Tom heeft schapen.

- Tomnak juhai vannak.
- Tomi juhokat tart.

Hij heeft niets.

Semmije sincs.

Tom heeft niets.

Tominak nincs semmije.

Maria heeft niets.

Marinak semmije sincs.

U heeft gewonnen!

- Maga nyert!
- Ön nyert!

Tom heeft voetschimmel.

Tomnak gombás a lába.

Tom heeft problemen.

Tominak problémái vannak.

Iedereen heeft geheimen.

- Mindenkinek van titka.
- Mindenkinek vannak titkai.

Heeft u kinderen?

- Vannak gyerekei?
- Van önnek gyereke?
- Gyermeke van?

Ze heeft astma.

- Asztmája van.
- Asztmás.

Heeft u ervaring?

Van tapasztalatod?

Iemand heeft gebeld.

Valaki hívott.

Heeft Tom kinderen?

- Tominak vannak gyerekei?
- Tamásnak vannak gyerekei?

Heeft hij ervaring?

Van gyakorlata?

Heeft Tom ervaring?

Van Tominak tapasztalata?

Niemand heeft honger.

Senki nem éhes.

Wie heeft bijgedragen?

Ki járult hozzá?

Tom heeft bijgedragen.

Tom hozzájárult.

Wie heeft geluisterd?

- Ki figyelt?
- Ki figyelt oda?

Heeft Tom gehuild?

Tom sírt?

Heeft Tom gegeten?

Tom evett?