Translation of "Heeft" in Finnish

0.035 sec.

Examples of using "Heeft" in a sentence and their finnish translations:

- Hij heeft longkanker.
- U heeft longkanker.
- Ze heeft longkanker.

Hänellä on keuhkosyöpä.

- Ze heeft geluk.
- Zij heeft geluk.

Hän on onnekas.

- Tom heeft bekend.
- Tom heeft gebiecht.

Tuomo tunnusti.

- Heeft Tom gereageerd?
- Heeft Tom geantwoord?

- Vastasiko Tom?
- Saitko Tomilta vastauksen?

- Heeft u kinderen?
- Heeft hij kinderen?

Onko hänellä lapsia?

- Tom heeft het mis.
- Tom heeft ongelijk.

Tom on väärässä.

- Tom heeft OCD.
- Tom heeft een dwangstoornis.

Tomilla on pakkoneuroosi.

- Wie heeft je gestuurd?
- Wie heeft u gestuurd?
- Wie heeft jullie gestuurd?

Kuka lähetti sinut?

- Heeft jouw land kernwapens?
- Heeft jullie land kernwapens?
- Heeft uw land kernwapens?

Onko teidän maallanne ydinaseita?

- U heeft helemaal gelijk.
- Hij heeft volkomen gelijk.
- Zij heeft helemaal gelijk.

Olette täysin oikeassa.

- Heeft Lucy al gebeld?
- Heeft Lucy al getelefoneerd?

Onko Lucy vielä soittanut?

- Waarschijnlijk heeft Tom gelijk.
- Tom heeft waarschijnlijk gelijk.

- Tom on todennäköisesti oikeassa.
- Tom on luultavasti oikeassa.

- Zij heeft je nodig.
- Zij heeft u nodig.

Hän tarvitsee sinua.

- Wat heeft Tom meegebracht?
- Wat heeft Tom meegenomen?

Mitä Tom toi mukanaan?

Tom heeft de informatie die Maria nodig heeft.

- Tomilla on tiedot, joita Mari tarvitsee.
- Tomilla on tiedot, jotka Mari tarvitsee.

- Tom heeft het verbeterd.
- Tom heeft het gecorrigeerd.

- Tom oikaisi sen.
- Tom korjasi sen.

- Tom heeft een melkveebedrijf.
- Tom heeft een melkveehouderijbedrijf.

Tomilla on maitotila.

- Ze heeft weinig vrienden.
- Zij heeft weinig vrienden.

Hänellä on harvoja ystäviä.

- Hij heeft het geprobeerd.
- Zij heeft het geprobeerd.

Hän yritti.

- Tom heeft genoeg gegeten.
- Tom heeft zich vol gegeten.
- Tom heeft zich zat gegeten.

- Tom söi itsensä kylläiseksi.
- Tom söi niin paljon kuin jaksoi.
- Tom söi vatsansa täyteen.
- Tom söi mahansa pullolleen.

Heeft hij kinderen?

Onko hänellä lapsia?

Heeft u tatoeages?

Onko sinulla yhtään tatuointeja?

Tom heeft voetschimmel.

Tomilla on jalkasientä.

Tom heeft allergieën.

Tomilla on allergioita.

Tom heeft oorpijn.

- Tomilla on korvakipua.
- Tomin korvaa särkee.

Tom heeft heimwee.

- Tomilla on koti-ikävää.
- Tomilla on koti-ikävä.

Ze heeft ongelijk.

Hän on väärässä.

Iedereen heeft gebreken.

- Kaikilla on heikkouksia.
- Kaikilla on vikansa.

Hij heeft wijn.

Hänellä on viiniä.

Heeft Tom gebeld?

- Soittiko Tom?
- Tuliko Tomilta puhelua?

Ze heeft borstkanker.

Hänellä on rintasyöpä.

Tom heeft verloren.

- Tom hävisi.
- Tomi hävisi.

Tom heeft gefaald.

- Tom epäonnistui.
- Tom mokasi.

Ze heeft gonorroe.

Hänellä on tippuri.

Tom heeft gelijk.

Tom on oikeassa.

Niemand heeft gebeld.

Kukaan ei soittanut.

Tom heeft honger.

Tom on nälkäinen.

Heeft Tom gehuild?

Itkikö Tomi?

Heeft Tom gegeten?

Söikö Tom?

Heeft Tom honger?

Onko Tomilla nälkä?

Heeft Tom gelijk?

Onko Tomi oikeassa?

Tom heeft niets.

Tomilla ei ole mitään.

Maria heeft dorst.

- Marilla on jano.
- Mari on janoinen.

Tom heeft problemen.

Tomilla on ongelmia.

Saturnus heeft ringen.

Saturnuksella on renkaita.

Heeft Tom gereageerd?

- Vastasiko Tom?
- Saitko Tomilta vastauksen?
- Tuliko Tomilta vastausta?

Tom heeft geluk.

- Tomilla on onnea.
- Tom on onnenpoika.
- Tom on onnenpekka.

Heeft Tom ervaring?

Onko Tomilla kokemusta?

Iemand heeft gebeld.

Joku soitti.

Tom heeft keelpijn.

Tomilla on kurkku kipeä.

Tom heeft kiespijn.

- Tomin hammasta särkee.
- Tomilla on hammassärkyä.

Heeft u buikpijn?

Onko sinulla vatsakipuja?

Lalita heeft gebeld.

Lalita soitti.

Tom heeft dorst.

Tomilla on jano.

Zij heeft gewonnen.

Hän voitti.

Heeft u lucifers?

Onko tulitikkuja?

Ze heeft kinderen.

Hänellä on lapsia.

Heeft iemand gebeld?

Onko kukaan soittanut.

Maria heeft niet één hond, ze heeft er vijf!

Marialla ei ole vain yhtä koiraa, hänellä on viisi!

- Wie heeft pizza besteld?
- Wie heeft er pizza besteld?

- Kuka tilasi pizzan?
- Kuka tilasi pizzaa?

- Hebt u tapas?
- Heeft hij tapas?
- Heeft zij tapas?

Onko teillä tapaksia?

- Wie heeft je Frans geleerd?
- Wie heeft u Frans geleerd?
- Wie heeft jullie Frans geleerd?

Kuka opetti sinulle ranskaa?

Iedereen heeft respect voor je. Iedereen heeft respect voor je.

Saa kaikkien kunnioituksen. Kaikki kunnioittavat.

- De regenboog heeft zeven kleuren.
- Een regenboog heeft zeven kleuren.

Sateenkaaressa on seitsemän väriä.

- Hij heeft zijn belofte gebroken.
- Hij heeft zijn woord gebroken.

Hän söi sanansa.

- Een kat heeft twee oren.
- De kat heeft twee oren.

Kissalla on kaksi korvaa.

- Wie heeft je dit aangedaan?
- Wie heeft je dat aangedaan?

Kuka teki tämän sinulle?

- Tom heeft het recht om te stemmen.
- Tom heeft stemrecht.

- Tomilla on äänioikeus.
- Tom on äänioikeutettu.

- Dit gesprek heeft nooit plaatsgehad.
- Dit gesprek heeft nooit plaatsgevonden.

Tätä keskustelua ei koskaan käyty.

- Tom heeft nog drie honden.
- Tom heeft drie andere honden.

Tomilla on kolme muuta koiraa.

- Tom heeft een persoonlijke bodyguard.
- Tom heeft een persoonlijke lijfwacht.

Tomilla on henkilökohtainen henkivartija.

- Het heeft me erg geholpen.
- Het heeft me veel geholpen.

Se auttoi minua suuresti.

- Tom heeft de kaarsen uitgeblazen.
- Tom heeft de kaars uitgeblazen.

Tom puhalsi kynttilän sammuksiin.

Die heeft het gehouden.

Ketju kesti. Okei.

Ze heeft iets bijzonders.

Se oli erityinen.

Hij heeft het gehouden.

Se kesti.

...heeft ze het gered.

se onnistui.

Nee. De mensheid heeft...

Ei. Ihmiset tarvitsevat -

Ze heeft een baby.

Sillä on poikanen.

Hij heeft zich opgehangen.

Hän hirttäytyi.

Hij heeft een auto.

Hänellä on auto.

Heeft hij opnieuw gefaald?

- Mokasiko hän taas?
- Tekikö hän taas virheen?
- Epäonnistuiko hän taas?

Wie heeft dit gebroken?

Kuka rikkoi tämän?

Heeft Tom een vriendin?

Onko Tomilla tyttöystävää?

Tom heeft lage bloeddruk.

Tomilla on matala verenpaine.

Tom heeft blauwe ogen.

- Tomilla on siniset silmät.
- Tomin silmät ovat siniset.